Aletta Jacobs

Aletta Jacobs

7 min lezen

Een brief, geschreven door een meisje van zeventien, bereikte minister Johan Rudolf Thorbecke en zette iets in beweging wat veel verder reikte dan één studieplaats. Aletta Henriëtte Jacobs, geboren op 9 februari 1854 in Sappemeer, baande zich daarmee een weg naar de universiteit in een tijd waarin vrouwen daar in de praktijk geen toegang toe hadden. Later werd zij arts, voorvechtster van vrouwenkiesrecht en een opvallende stem in het internationale vredeswerk.

Jeugd in Sappemeer

Aletta Jacobs kwam ter wereld als achtste van elf kinderen in een Joods gezin in Sappemeer. Haar vader Abraham Jacobs was huisarts. In dat huis waren kennis, maatschappelijke belangstelling en discipline vanzelfsprekende zaken. Dat zij al jong naar de medische wereld keek, was dus geen toeval.

Toch lag een loopbaan als arts voor een meisje allerminst voor de hand. In de negentiende eeuw waren de mogelijkheden voor vrouwen sterk begrensd. Universiteiten waren niet op hen ingericht, politieke rechten hadden zij niet en over onderwerpen als seksualiteit en geboortebeperking werd zelden openlijk gesproken. Tegen die achtergrond krijgt haar vroege ambitie extra gewicht.

De brief aan Thorbecke en de stap naar de universiteit

Voordat zij kon gaan studeren, moest Jacobs eerst een omweg nemen. In 1870 behaalde zij het examen leerling-apotheker. Dat was een serieuze prestatie, maar voor haar slechts een tussenstap. Ze wilde verder, richting geneeskunde.

Daarom schreef zij aan Thorbecke met het verzoek om toelating tot de universiteit. De minister gaf toestemming, waarna zij in 1871 als toehoorder kon beginnen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Kort daarna volgde officiële inschrijving. Daarmee werd Aletta Jacobs de eerste vrouw in Nederland die formeel aan een universiteit studeerde.

Die formulering vraagt om precisie. Anna Maria van Schurman had in de zeventiende eeuw al colleges gevolgd in Utrecht, maar zij deed dat achter een gordijn en zonder de positie van reguliere student. Jacobs was dus niet de eerste vrouw die ooit universitair onderwijs meemaakte, wel de eerste die officieel werd toegelaten en de studie ook afrondde. Juist dat maakte haar voorbeeld zo belangrijk voor andere vrouwen.

Van studente tot arts

Na haar jaren in Groningen zette Jacobs haar medische opleiding voort in Amsterdam. In 1877 legde zij het arts-examen af en in 1878 volgde haar doctoraalexamen. Een jaar later, in 1879, promoveerde zij in Groningen tot doctor in de geneeskunde. Daarmee werd zij de eerste vrouwelijke arts van Nederland. Ook behoorde zij tot de eerste vrouwen in het land die een universitaire promotie voltooiden.

In datzelfde jaar vestigde zij zich als huisarts in Amsterdam. Haar praktijk was bijzonder, niet alleen omdat een vrouw achter de schrijftafel en in de spreekkamer nog altijd uitzonderlijk was, maar ook door de patiënten op wie zij zich richtte. Ze hield gratis spreekuren voor arme vrouwen en zag van dichtbij hoe gezondheid samenhing met armoede, uitputting en een gebrek aan zeggenschap over het eigen lichaam.

Aletta Jacobs en anticonceptie

In haar medische werk hield Jacobs zich niet alleen bezig met het genezen van ziekte. Zij gaf ook voorlichting, onder meer over geboortebeperking. Daarbij besprak zij het pessarium, een voorbehoedsmiddel dat vrouwen meer controle kon geven over zwangerschap en gezinsgrootte.

Dat was omstreden. Voor de een was het een noodzakelijke vorm van medische en sociale hulp, voor de ander een ontoelaatbare inbreuk op heersende morele opvattingen. Juist op dat punt laat haar werk zien hoe nauw geneeskunde en vrouwenemancipatie voor haar met elkaar verbonden waren. In de spreekkamer kwamen maatschappelijke verhoudingen heel concreet naar voren.

Arbeid, gezondheid en sociale hervorming

Wie aan Aletta Jacobs denkt, denkt vaak meteen aan kiesrecht, maar haar inzet was breder. Zij bemoeide zich ook met de arbeidsomstandigheden van vrouwen. Bekend werd haar campagne voor winkelmeisjes, die tijdens lange werkdagen vaak moesten blijven staan. Jacobs drong aan op zitgelegenheid, omdat zij zag wat dat lichamelijk betekende.

Zo’n onderwerp lijkt op het eerste gezicht klein, maar het raakte aan een groter probleem: vrouwenarbeid werd veelal als vanzelfsprekend, goedkoop en lichamelijk weinig belastend beschouwd. Jacobs keek anders. Zij zag hoe werk, gezondheid en sociale verhoudingen elkaar beïnvloedden.

In 1899 publiceerde zij De vrouw: haar bouw en haar inwendige organen. Dat boek sloot aan bij haar streven om kennis over het vrouwenlichaam toegankelijker te maken. In een tijd van schaamte en stilzwijgen rond veel medische onderwerpen was dat een betekenisvolle stap.

De strijd voor vrouwenkiesrecht

De politieke arena betrad zij al vroeg. In 1883 probeerde Jacobs zich op de kieslijst van Amsterdam te laten plaatsen. Haar redenering was scherp: in de wet stond destijds niet uitdrukkelijk dat alleen mannen mochten stemmen, maar dat kiesrecht gold voor ingezetenen die aan bepaalde voorwaarden voldeden. Haar verzoek werd afgewezen, waarna zij in beroep ging. De zaak haalde het uiteindelijk niet, maar maakte wel zichtbaar hoe de uitsluiting van vrouwen juridisch en politiek werd verdedigd.

In 1894 was zij betrokken bij de oprichting van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Van 1903 tot 1919 was zij voorzitter. In die jaren groeide zij uit tot een van de bekendste gezichten van de Nederlandse vrouwenbeweging. Zij sprak, organiseerde, schreef en reisde, steeds met hetzelfde doel: politieke gelijkheid moest niet als gunst worden verleend, maar als recht worden erkend.

De doorbraak kwam in fasen. In 1917 kregen vrouwen passief kiesrecht: zij konden gekozen worden. In 1919 werd, via het initiatief van Henri Marchant, ook het actieve vrouwenkiesrecht wettelijk vastgelegd. Bij de verkiezingen van 1922 bracht Jacobs haar stem uit. Dat moment had een symbolische kracht die nauwelijks uitleg nodig had.

Reizen, internationale contacten en kritische kanttekeningen

Jacobs beperkte zich niet tot Nederland. Samen met haar man Carel Victor Gerritsen onderhield zij contacten met hervormers en feministen in binnen- en buitenland. Na zijn dood maakte zij in 1911 en 1912 een lange reis langs onder meer Zuid-Afrika, Azië en Noord-Amerika om te spreken over de positie van vrouwen en het kiesrecht.

Die internationale oriëntatie vergrootte haar invloed, maar roept ook kritische vragen op. Historici hebben erop gewezen dat in haar reisverslagen soms een koloniale blik doorklinkt, zoals vaker gebeurde bij Europese hervormers uit die tijd. Dat neemt haar betekenis niet weg, maar het maakt het beeld wel completer. Aletta Jacobs was een pionier, en tegelijk een vrouw van haar eigen tijd.

Vrede als overtuiging

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verschoof een deel van haar aandacht naar de vredesbeweging. In 1915 speelde zij een belangrijke rol bij het Internationaal Congres van Vrouwen in Den Haag, waar vrouwen uit verschillende landen bijeenkwamen om te spreken over oorlog, bemiddeling en vrede. Jacobs was daarna ook actief binnen de internationale vredesorganisatie die uit dat congres voortkwam.

Voor haar hoorde dat bij elkaar. Politieke gelijkheid, sociale hervorming en vrede waren geen losse thema’s, maar onderdelen van dezelfde overtuiging: een samenleving moest rechtvaardiger worden ingericht, zowel binnen landsgrenzen als daarbuiten.

Privéleven van Aletta Jacobs

In 1892 trouwde zij met Carel Victor Gerritsen, een radicale liberaal en medestander in veel hervormingskwesties. Daarvóór hadden zij enige tijd ongehuwd samengeleefd, iets wat in die jaren al snel opviel. Het huwelijk was dus ook in persoonlijk opzicht niet geheel conventioneel.

Hun enige kind, een zoon, werd in 1893 dood geboren of overleed zeer kort na de geboorte; bronnen verschillen in formulering, maar duidelijk is dat het om een groot verlies ging. Gerritsen stierf in 1905. Daarna bleef Jacobs actief in het openbare leven, nationaal en internationaal.

Laatste jaren en nalatenschap

Aletta Jacobs overleed op 10 augustus 1929 in Baarn. Zij werd gecremeerd, wat in die tijd nog ongebruikelijk was en opnieuw laat zien dat zij ook rond het levenseinde eigen keuzes maakte.

Haar naam bleef zichtbaar in het Nederlandse publieke geheugen. Zij wordt herinnerd als arts, feministe, pacifiste en als een sleutelfiguur in de eerste feministische golf. De Aletta Jacobsprijs van de Rijksuniversiteit Groningen draagt haar naam, en ook in de Canon van Nederland heeft zij een plaats gekregen.

Interessant is ook de geschiedenis van haar archief. Een deel daarvan raakte tijdens de Tweede Wereldoorlog zoek en werd later teruggevonden in Moskou. Uiteindelijk keerde het materiaal terug. Het archief van Aletta Jacobs kreeg daarna een eigen status als belangrijk document van de Nederlandse en internationale vrouwenbeweging.

Wie haar leven overziet, ziet geen rechte lijn van overwinning naar overwinning. Eerder is het een geschiedenis van volharding: toegang vragen waar die niet vanzelf werd gegeven, medische kennis inzetten voor vrouwen die weinig stem hadden, en politieke rechten opeisen in een samenleving die daar lang niet klaar voor was. Juist daardoor bleef Aletta Jacobs een naam die telkens terugkeert wanneer het gaat over de geschiedenis van vrouwenrechten in Nederland.

FAQ

Wanneer leefde Aletta Jacobs?

Zij werd geboren op 9 februari 1854 en overleed op 10 augustus 1929.

Waar werd Aletta Jacobs geboren?

In Sappemeer, in de provincie Groningen.

Waarom is Aletta Jacobs belangrijk?

Omdat zij de eerste vrouwelijke arts van Nederland werd en een grote rol speelde in de strijd voor vrouwenkiesrecht, betere gezondheidszorg en sociale hervorming.

Was Aletta Jacobs de eerste vrouw aan een Nederlandse universiteit?

Niet helemaal. Anna Maria van Schurman volgde al eerder colleges, maar Jacobs was de eerste vrouw die officieel werd toegelaten en haar universitaire studie afrondde.

Met wie was Aletta Jacobs getrouwd?

Met Carel Victor Gerritsen, een politicus en medestander in hervormingskwesties.