In de winter van 1521 zat Maarten Luther verborgen op de Wartburg. Officieel was hij verdwenen; in werkelijkheid werkte hij er koortsachtig door. In die afgezonderde maanden begon hij aan een Duitse vertaling van het Nieuwe Testament, een tekst die niet alleen voor gelovigen van groot belang zou worden, maar ook voor de ontwikkeling van het Duits. Het is een veelzeggend beeld voor zijn leven: een monnik en hoogleraar die zich uit een kerkelijk conflict terugtrekt, en juist daar werk maakt van iets dat veel verder reikt dan dat conflict alleen.
Maarten Luther werd geboren op 10 november 1483 in Eisleben, in het Heilige Roomse Rijk. Een dag later werd hij gedoopt, op de feestdag van Sint-Maarten, waaraan hij zijn voornaam dankte. Kort na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Mansfeld, waar zijn vader Hans Luder werkte in de mijnbouw en smelterij. Het beeld van Luther als jongen uit een eenvoudige, arme familie klopt maar ten dele. Zijn ouders waren niet onbemiddeld, al moest het gezin hard werken om maatschappelijk vooruit te komen.
Jeugd en studie van Maarten Luther
De jonge Luther bezocht scholen in Mansfeld, Maagdenburg en Eisenach. In 1501 ging hij studeren aan de Universiteit van Erfurt, een van de vooraanstaande universiteiten in het Duitse gebied. Daar behaalde hij in 1505 de graad van magister. Zijn vader zag voor hem een loopbaan in de rechten, en Luther begon inderdaad aan een rechtenstudie.
Dat plan hield niet lang stand. In juli 1505, bij Stotternheim in de buurt van Erfurt, werd hij overvallen door een zwaar onweer. Volgens de latere overlevering riep hij in doodsangst Sint-Anna aan en beloofde hij monnik te worden als hij het zou overleven. Of die scène precies zo is verlopen als hij later vertelde, valt niet met zekerheid te zeggen, maar vast staat dat hij kort daarna zijn studie opgaf en intrad in het Augustijnerklooster in Erfurt.
Die keuze bracht hem niet meteen rust. Luther worstelde intens met vragen over schuld, genade en verlossing. In 1507 werd hij priester gewijd. Enkele jaren later kwam hij in Wittenberg terecht, waar hij theologie doceerde aan de jonge universiteit. Daar groeide hij uit tot een geleerde met een steeds scherpere blik op de kerk van zijn tijd.
Wittenberg en de 95 stellingen
De naam Maarten Luther is onlosmakelijk verbonden met het jaar 1517. Op 31 oktober van dat jaar stuurde hij zijn 95 stellingen over de aflaat aan aartsbisschop Albrecht van Brandenburg. De beroemde voorstelling dat hij de tekst ook op de deur van de slotkerk in Wittenberg spijkerde, is hardnekkig en mogelijk, maar niet onomstotelijk bewezen. Wat wel zeker is: de stellingen werden snel verspreid en brachten een debat op gang dat veel groter werd dan Luther zelf aanvankelijk voor ogen had.
Zijn kritiek richtte zich in eerste instantie op de aflaathandel, de praktijk waarbij gelovigen tegen betaling of onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding van tijdelijke straffen konden verkrijgen. Vooral de manier waarop aflaten werden aangeprezen, riep verzet op. Luther zag daarin een ernstige ontsporing van boete en berouw. Wat begon als een academische discussie, groeide uit tot een open conflict over gezag in de kerk, de rol van de paus en de betekenis van de Schrift.
Dat moment geldt vaak als het begin van de Reformatie, al is ook dat een vereenvoudiging. Hervormingsbewegingen bestonden al eerder, en de breuk voltrok zich niet in één dag. Toch markeren de 95 stellingen wel een beslissende wending in Luthers leven en in de kerkgeschiedenis van Europa.
Breuk met Rome
Na 1517 verscherpte het conflict snel. Luther werd ondervraagd, verdedigde zijn standpunten in disputen en publiceerde in 1520 drie invloedrijke geschriften: Aan de christelijke adel van de Duitse natie, De Babylonische gevangenschap van de kerk en De vrijheid van een christen. Daarin ging hij veel verder dan kritiek op de aflaatpraktijk alleen. Hij stelde fundamentele vragen over sacramenten, kerkelijk gezag en de verhouding tussen geloof en goede werken.
In 1520 werd hij door paus Leo X met de bul Exsurge Domine veroordeeld, tenzij hij zijn opvattingen zou herroepen. Luther deed dat niet. Begin 1521 volgde zijn excommunicatie.
Later dat jaar moest hij verschijnen op de Rijksdag in Worms voor keizer Karel V. Daar werd hem gevraagd zijn geschriften te herroepen. Zijn beroemde woorden worden vaak samengevat als “Hier sta ik, ik kan niet anders”, maar de precieze formulering is onzeker. De kern staat wel vast: Luther weigerde terug te komen op wat hij had geschreven, tenzij men hem met de Schrift of met duidelijke argumenten van zijn dwaling kon overtuigen.
Na de Rijksdag werd hij in de rijksban gedaan. Dat maakte hem in juridische zin vogelvrij. Dankzij keurvorst Frederik de Wijze werd hij echter in veiligheid gebracht op de Wartburg.
Maarten Luther op de Wartburg en de Bijbelvertaling
Op de Wartburg leefde Luther onder de schuilnaam “Junker Jörg”. Daar vertaalde hij in 1521-1522 het Nieuwe Testament uit het Grieks in het Duits; deze vertaling verscheen in september 1522. Vaak wordt gezegd dat hij dit werk in elf weken voltooide. Dat geeft ongeveer de snelheid van zijn eerste vertaalfase weer, maar het suggereert te veel dat het daarmee klaar was. In werkelijkheid bleef hij zijn tekst herzien, en ook voor de volledige Bijbelvertaling werkte hij later samen met collega’s in Wittenberg.
De complete Lutherbijbel verscheen in 1534. De betekenis daarvan was groot. Luther koos niet voor een geleerd, afstandelijk Duits, maar zocht naar formuleringen die aansloten bij het taalgebruik van zijn lezers en hoorders. Zijn vertaling was niet de eerste Duitse Bijbel, maar wel de invloedrijkste. Ze droeg sterk bij aan de verbreiding van een gemeenschappelijke schrijftaal en gaf veel mensen toegang tot de Bijbel in hun eigen taal.
Hier ligt een belangrijk deel van zijn nalatenschap. Wie Maarten Luther alleen ziet als de man van de 95 stellingen, mist hoezeer hij ook een schrijver, vertaler en vormgever van religieuze taal was.
Samenwerking, debat en conflict
Luther stond niet op zichzelf. In Wittenberg werkte hij nauw samen met Philipp Melanchthon, een humanistisch geleerde die een belangrijke rol speelde in de uitwerking van de lutherse leer. De verhouding met Erasmus van Rotterdam was ingewikkelder. Erasmus had met zijn Griekse uitgave van het Nieuwe Testament veel invloed op het bijbelonderzoek van de tijd, maar hij koos niet de weg van een kerkscheuring. Hun meningsverschil over de vrije wil leidde tot een scherp debat: Erasmus verdedigde een zekere menselijke vrijheid, terwijl Luther in De servo arbitrio juist de onvrije wil benadrukte.
Dat verschil laat goed zien dat de Reformatie geen eensgezinde beweging was. Ook onder hervormers liepen overtuigingen uiteen. Luther was een centrale figuur, maar niet de enige stem.
Huwelijk en leven in huis
In 1525 trouwde Luther met Katharina von Bora, een voormalige non die uit haar klooster was gevlucht. Dat huwelijk was in meerdere opzichten opvallend. Voor een voormalige monnik en ex-priester was het een duidelijke breuk met het traditionele ideaal van het celibaat. Tegelijk werd hun huishouden in Wittenberg een levendige plek, met kinderen, studenten, gasten en geregeld ook financiële zorgen.
Samen kregen zij zes kinderen. Daarnaast namen zij ook anderen in huis, onder wie verwanten en leerlingen. Katharina beheerde het huishouden, de tuin, het vee en de financiën met grote inzet. In veel biografieën van Maarten Luther blijft zij op de achtergrond, maar zonder haar is zijn dagelijks leven moeilijk voor te stellen.
Uit de zogenoemde Tischreden, opgetekende tafelgesprekken, komt een Luther naar voren die fel, geestig, soms grof en vaak verrassend direct kon zijn. Niet alles in die overlevering is even betrouwbaar, maar ze past wel bij het beeld van een man met een uitgesproken temperament.
Donkere kanten van Luthers nalatenschap
Wie over Maarten Luther schrijft, kan niet om de schaduwzijden heen. Tijdens de Boerenoorlog van 1524-1525 koos hij uiteindelijk scherp partij tegen de opstandige boeren. In zijn geschrift Tegen de moorddadige en roofzuchtige benden van de boeren riep hij de vorsten op hard op te treden. Dat heeft hem veel kritiek opgeleverd, toen al en later opnieuw.
Nog zwaarder weegt zijn houding tegenover Joden. In zijn latere jaren schreef hij uiterst vijandige teksten, vooral Over de Joden en hun leugens uit 1543. Die geschriften bevatten grove beledigingen en oproepen tot maatregelen tegen Joden. Over de vraag hoe deze teksten precies moeten worden gewogen binnen zijn totale werk verschillen historici soms van accent, maar over hun antisemitische karakter bestaat geen serieus verschil van inzicht. Ze behoren tot de donkerste onderdelen van zijn nalatenschap.
Dat maakt zijn betekenis niet ongedaan, maar het verhindert wel een al te glad portret. Luther was niet alleen de hervormer van kerk en taal, maar ook een polemist die in zijn latere jaren bijzonder hard en verbitterd kon schrijven.
De laatste jaren en de dood van Maarten Luther
In zijn laatste levensjaren kampte Luther met toenemende gezondheidsproblemen. Hij had onder meer last van hartklachten, duizelingen, nierstenen en andere kwalen die hem geregeld uitputten. Ook persoonlijk leed trof hem: in 1542 stierf zijn dochter Magdalena, een verlies dat hem diep raakte.
Toch bleef hij preken, schrijven en bemiddelen in kerkelijke en politieke kwesties. Begin 1546 reisde hij naar Eisleben om te helpen bij een geschil tussen de graven van Mansfeld. Daar overleed hij op 18 februari 1546, 62 jaar oud, in de stad waar hij ook was geboren.
Zijn lichaam werd overgebracht naar Wittenberg en begraven in de slotkerk. Daarmee eindigde het leven van een man die vanuit klooster, collegezaal en schrijftafel een omwenteling had helpen veroorzaken waarvan de gevolgen nog lang voelbaar bleven.
FAQ
Wanneer leefde Maarten Luther?
Maarten Luther werd geboren op 10 november 1483 in Eisleben en overleed daar op 18 februari 1546.
Waarom is Maarten Luther zo bekend?
Vooral door zijn 95 stellingen uit 1517, zijn rol in de Reformatie en zijn invloedrijke Duitse Bijbelvertaling.
Heeft Maarten Luther echt de 95 stellingen op de kerkdeur gespijkerd?
Dat is mogelijk, maar niet met volledige zekerheid bewezen. Zeker is wel dat de stellingen in 1517 werden verspreid en veel debat veroorzaakten.
Was Maarten Luther getrouwd?
Ja. In 1525 trouwde hij met Katharina von Bora, met wie hij zes kinderen kreeg.
Waarom was de Bijbelvertaling van Maarten Luther belangrijk?
Omdat zij de Bijbel toegankelijker maakte voor Duitstalige lezers en grote invloed had op de ontwikkeling van de Duitse schrijftaal.



