Isaac Newton

Isaac Newton

8 min lezen

In de zomer van 1665 keerde een jonge student uit Cambridge terug naar het platteland van Lincolnshire. De universiteit had de deuren gesloten vanwege de pest. In Woolsthorpe, het huis waar hij was geboren, werkte Isaac Newton in betrekkelijke afzondering verder aan vragen die hem al langer bezighielden: hoe bewegen lichamen, wat is licht, en hoe kun je verandering in getallen vatten? Later zou juist deze periode beroemd worden als het moment waarop veel van zijn belangrijkste ideeën vorm kregen.

Isaac Newton werd geboren op 25 december 1642 volgens de toen in Engeland gebruikte Juliaanse kalender, wat in onze huidige Gregoriaanse kalender overeenkomt met 4 januari 1643. Hij kwam ter wereld in Woolsthorpe-by-Colsterworth, in Lincolnshire. Zijn vader, ook Isaac Newton geheten, was enkele maanden eerder overleden. Newton was een te vroeg geboren en kwetsbaar kind, van wie later werd verteld dat hij zo klein was dat hij “in een kwartmaatbeker” zou hebben gepast. Zulke herinneringen zijn moeilijk te toetsen, maar ze geven wel iets weer van het beeld dat rond zijn jeugd is ontstaan.

Isaac Newtons jeugd en jaren in Cambridge

Newton groeide niet op in een eenvoudig, harmonieus gezin. Zijn moeder hertrouwde toen hij nog jong was en liet hem een tijd achter bij zijn grootmoeder. Biografen hebben vaak gewezen op de sporen die dat in zijn karakter kan hebben nagelaten: gereserveerd, gevoelig voor conflicten, sterk op zichzelf. Zeker is in elk geval dat hij al vroeg een neiging had om zich in zijn eigen bezigheden te verdiepen.

Na school in Grantham ging hij in 1661 naar Trinity College in Cambridge. Daar kwam hij terecht in een wereld waarin de oude scholastieke traditie nog aanwezig was, maar waarin ook nieuwe ideeën circuleerden. Newton las niet alleen Aristoteles, maar verdiepte zich ook in denkers als Descartes, Kepler, Galileo en Boyle. Die combinatie van oude geleerdheid en nieuwe natuurfilosofie was bepalend voor zijn ontwikkeling.

In 1665 behaalde hij zijn bachelor. Kort daarna brak de pest uit en moest Cambridge sluiten. De terugkeer naar Woolsthorpe werd achteraf vaak voorgesteld als een bijna mythisch keerpunt in zijn leven. Dat beeld is niet helemaal onterecht, al moet het ook niet te eenvoudig worden gemaakt. Newton vond zijn theorieën niet in één plotseling ogenblik uit; hij werkte er jaren aan, herzag ze, rekende opnieuw en publiceerde vaak pas veel later. Maar de jaren 1665 en 1666 waren zonder twijfel uitzonderlijk vruchtbaar.

De pestjaren: zwaartekracht, licht en wiskunde

Aan Newton is het verhaal verbonden van de vallende appel. Volgens latere getuigenissen, onder meer via William Stukeley en John Conduitt, zou een vallende appel hem hebben aangezet tot nadenken over zwaartekracht. Of het precies zo is gebeurd, valt niet meer vast te stellen. Waarschijnlijker is dat het om een herinnering gaat die later is vereenvoudigd tot een sterk beeld. Toch zegt die anekdote iets wezenlijks: Newton probeerde alledaagse verschijnselen te verbinden met algemene natuurwetten.

In dezelfde jaren werkte hij ook aan wat later calculus zou worden genoemd. Newton sprak zelf over “fluxions”, een methode om verandering en beweging wiskundig te beschrijven. Omdat hij zijn resultaten lang niet meteen publiceerde, ontstond later een berucht conflict met Gottfried Wilhelm Leibniz, die onafhankelijk een eigen differentiaalrekening ontwikkelde en eerder in druk verscheen. Tegenwoordig erkennen historici doorgaans dat beide mannen, ieder op hun eigen manier, een beslissende bijdrage leverden aan de ontwikkeling van de calculus. De bittere strijd ging vooral over voorrang en erkenning.

Ook Newtons onderzoek naar licht begon in deze periode vaste vorm te krijgen. Met prisma’s liet hij zien dat wit licht niet zuiver en eenvoudig is, maar samengesteld uit verschillende kleuren. Dat was een belangrijke breuk met oudere opvattingen, waarin kleuren vaak werden gezien als veranderingen van licht door een medium. Newton betoogde juist dat kleuren al in het licht zelf besloten liggen.

De Principia en Newtons plaats in de wetenschap

Newton publiceerde niet graag snel. Hij werkte lang in stilte en was gevoelig voor kritiek. Toch verscheen in 1687 zijn beroemdste boek: Philosophiae Naturalis Principia Mathematica, meestal kortweg de Principia genoemd. Dat gebeurde mede dankzij Edmond Halley, die Newton aanmoedigde, de uitgave hielp organiseren en een deel van de kosten droeg.

In de Principia bracht Newton zijn bewegingswetten en zijn theorie van de universele zwaartekracht samen. Daarmee bood hij een raamwerk waarin zowel vallende voorwerpen op aarde als de banen van planeten konden worden beschreven. Dat was een van de grote intellectuele prestaties van de zeventiende eeuw. Newton liet zien dat dezelfde natuurwetten overal gelden, in de hemel en op aarde.

Toch is ook hier nuance nodig. Newton bouwde voort op het werk van anderen, onder wie Kepler, Galileo, Huygens en Hooke. Het beroemde zinnetje over het staan “op de schouders van reuzen”, dat hij in 1675 in een brief aan Robert Hooke schreef, wordt vaak gelezen als een bescheiden erkenning van die afhankelijkheid. Sommigen hebben er ook een steek onder water in gezien, omdat Hooke klein van gestalte was en Newton met hem in conflict lag. Beide lezingen blijven mogelijk; de context maakt de opmerking dubbelzinnig.

Optica en de telescoop van Isaac Newton

Naast de Principia is Opticks uit 1704 Newtons andere grote hoofdwerk. Daarin werkte hij zijn onderzoek naar licht en kleur uitvoerig uit. Hij beschreef experimenten met prisma’s, reflectie en breking, en stelde vragen die nog lang zouden doorwerken in de natuurkunde.

Newton hield zich niet alleen met theorie bezig. Rond 1668 bouwde hij een werkende reflecterende telescoop, tegenwoordig bekend als de Newton-telescoop. Het idee van een spiegeltelescoop bestond al eerder, maar Newton wist een bruikbaar instrument te maken dat de kleurafwijkingen van lenzentelescopen beperkte. Toen hij zo’n telescoop in 1671 aan de Royal Society toonde, droeg dat sterk bij aan zijn reputatie.

Zijn verhouding tot de Royal Society was overigens niet altijd eenvoudig. Newton kon fel reageren op tegenspraak, vooral wanneer hij vond dat zijn werk niet goed werd begrepen. De discussies over optica, onder meer met Hooke, maakten hem terughoudend om snel te publiceren.

Meer dan geleerde: Lucasian Professor en muntmeester

In 1669 werd Newton Lucasian Professor of Mathematics in Cambridge, een prestigieuze leerstoel die hij tot 1702 zou behouden. In die jaren groeide zijn naam in de Republiek der Letteren, al bleef hij zelf vaak teruggetrokken en voorzichtig.

Vanaf de jaren 1690 verschoof zijn leven steeds meer naar Londen. In 1696 werd hij benoemd tot Warden of the Mint en in 1699 tot Master of the Mint. Dat waren geen louter ceremoniële functies. Tijdens de grote hermunting van de jaren 1690 speelde hij een actieve rol in het Engelse muntwezen. Hij hield zich bezig met administratie, techniek en opsporing. Newton verzamelde bewijsmateriaal tegen valsemunters en trad hard op, onder meer tegen de beruchte William Chaloner. In het rechtssysteem van die tijd konden zulke zaken eindigen met de doodstraf, en dat gebeurde ook.

Dit deel van zijn loopbaan laat een andere Isaac Newton zien: niet alleen de denker in zijn studeerkamer, maar ook een bestuurder in dienst van de staat. In 1705 werd hij door koningin Anne tot ridder geslagen. Daarmee werd hij Sir Isaac Newton.

Geloof, alchemie en een moeilijk karakter

Wie alleen het schoolboekbeeld kent, ziet Newton vooral als natuurkundige en wiskundige. Maar zijn nagelaten papieren laten een veel bredere geleerde zien. Hij schreef enorme hoeveelheden over theologie, Bijbeluitleg, kerkgeschiedenis en chronologie. Daarnaast hield hij zich intensief bezig met alchemie. Dat klinkt modern misschien vreemd, maar in Newtons tijd waren de grenzen tussen natuuronderzoek, chemische experimenten, religieuze speculatie en alchemistische tradities minder scherp dan later.

Zijn religieuze opvattingen weken bovendien af van de officiële leer van de Anglicaanse Kerk. Newton verwierp waarschijnlijk de Drie-eenheid, een standpunt dat hij niet openlijk kon uitdragen zonder risico. Daarom hield hij veel van zijn theologische denkbeelden voor zichzelf.

Over zijn karakter zijn tijdgenoten zelden mild. Newton kon zwijgzaam, achterdochtig en wraakzuchtig zijn, maar ook buitengewoon vasthoudend. In 1693 maakte hij een periode van geestelijke ontregeling door; de precieze oorzaak is onbekend. Er is gespeculeerd over oververmoeidheid, spanningen, ziekte of zelfs chemische blootstelling uit zijn experimenten, maar zekerheid ontbreekt. Wel is duidelijk dat het een ernstige crisis was.

Laatste jaren, rijkdom en dood

In zijn latere leven stond Newton aan de top van het Engelse geleerde en openbare leven. Van 1703 tot zijn dood in 1727 was hij president van de Royal Society. Tegelijk bleef hij Master of the Mint. Hij had aanzien, invloed en een aanzienlijk vermogen opgebouwd.

Hij trouwde nooit en voor zover bekend had hij geen kinderen. Zijn leven draaide om studie, ambt, correspondentie en beheer van zijn zaken. Dat hij financieel scherpzinnig was, blijkt niet altijd uit alles wat hij deed: tijdens de South Sea Bubble van 1720 verloor hij een groot bedrag, vaak genoemd als ongeveer 20.000 pond. Het precieze verlies is lastig vast te stellen, maar dat hij zwaar werd getroffen staat buiten kijf.

Isaac Newton stierf in Londen op 20 maart 1727 volgens de oude Engelse kalender, wat overeenkomt met 31 maart 1727 in de huidige datering. Hij werd begraven in Westminster Abbey, een eer die maar weinig geleerden ten deel viel.

Zijn naam bleef verbonden aan zwaartekracht, de Principia, optica en de ontwikkeling van de calculus. Maar wie beter kijkt, ziet een ingewikkelder figuur: een briljant geleerde, een man van geloof en geheimhouding, een ambtenaar met macht, en iemand die zijn ideeën niet in één heldere lijn ontwikkelde, maar via omwegen, conflicten en jaren van hard werken.

FAQ

Wanneer werd Isaac Newton geboren?

Isaac Newton werd geboren op 25 december 1642 volgens de Juliaanse kalender, of 4 januari 1643 volgens onze huidige Gregoriaanse kalender.

Waar staat Isaac Newton om bekend?

Vooral om zijn bewegingswetten, de zwaartekrachtstheorie, zijn werk aan calculus en zijn onderzoek naar licht en kleur.

Schreef Isaac Newton de Principia?

Ja. Zijn bekendste werk is Philosophiae Naturalis Principia Mathematica uit 1687, meestal de Principia genoemd.

Heeft Isaac Newton echt de appel zien vallen?

Dat verhaal gaat terug op latere getuigenissen en is mogelijk gebaseerd op een echte herinnering, maar het is niet zeker hoe letterlijk het moet worden genomen.

Wat deed Isaac Newton als muntmeester?

Als Warden en later Master of the Mint hield hij zich bezig met het Engelse muntwezen, de hermunting en de opsporing van valsemunters.