Albert Einstein

Albert Einstein

9 min lezen

Een jonge ambtenaar buigt zich in Bern over technische aanvragen voor nieuwe uitvindingen. Buiten gaat het gewone leven door, maar aan zijn bureau werkt Albert Einstein intussen aan vragen die veel groter zijn dan een patent: wat is tijd eigenlijk, hoe gedraagt licht zich, en wat betekent zwaartekracht werkelijk? Het contrast kon nauwelijks groter zijn. Juist vanuit die ogenschijnlijk onopvallende positie groeide hij uit tot een van de invloedrijkste natuurkundigen uit de geschiedenis.

Albert Einstein werd geboren op 14 maart 1879 in Ulm, in het Duitse Keizerrijk. Hij overleed op 18 april 1955 in Princeton, New Jersey. Zijn leven overspant een periode van ingrijpende veranderingen: de opkomst van de moderne natuurkunde, twee wereldoorlogen, de vervolging van Joden in Europa en de komst van het atoomtijdperk. In dat alles bleef zijn naam vooral verbonden met de relativiteitstheorie, de formule E=mc² en zijn belangrijke bijdragen aan de vroege kwantumtheorie.

Jeugd van Albert Einstein

Kort na zijn geboorte verhuisde het gezin naar München, waar zijn vader en oom een elektrotechnisch bedrijf dreven. Einstein groeide op in een liberaal Joods milieu, zonder streng religieuze opvoeding, maar wel met aandacht voor onderwijs en cultuur. Een vaak verteld en goed gedocumenteerd detail uit zijn jeugd is het kompas dat hij als kind kreeg. De naald die steeds dezelfde richting koos, maakte diepe indruk. Voor hem was het een eerste aanwijzing dat er in de natuur krachten werkzaam zijn die je niet kunt zien, maar wel kunt onderzoeken.

Over zijn schooltijd bestaan hardnekkige misverstanden. Het beeld van Albert Einstein als slechte leerling klopt niet. Hij presteerde sterk in wiskunde en natuurkunde, al botste hij geregeld met de starre schooldiscipline. Toen zijn familie in 1894 naar Italië verhuisde, bleef hij eerst nog in München achter. Niet lang daarna vertrok ook hij.

Een belangrijk keerpunt volgde in Zwitserland. In 1895 deed hij toelatingsexamen voor de ETH in Zürich. Voor de exacte vakken scoorde hij goed, maar op andere onderdelen nog onvoldoende. Daarom ging hij eerst naar de kantonsschool in Aarau, waar hij een vrijere onderwijscultuur leerde kennen. In 1896 begon hij alsnog aan de ETH. In datzelfde jaar deed hij afstand van zijn Duitse staatsburgerschap; enkele jaren was hij zelfs staatloos, tot hij in 1901 het Zwitserse staatsburgerschap kreeg.

Studie, Mileva Marić en de jaren in Bern

Aan de ETH ontmoette Einstein de Servische studente Mileva Marić, met wie hij een relatie kreeg. Zij behoorde tot de weinige vrouwen in haar studierichting en de twee deelden een grote belangstelling voor natuurkunde. In 1900 behaalde hij zijn diploma, maar een academische baan liet op zich wachten. Dat had onder meer te maken met zijn onafhankelijke karakter en moeizame verhouding tot sommige docenten.

In 1902 vond hij werk bij het Zwitserse octrooibureau in Bern. Dat was geen prestigieuze wetenschappelijke functie, maar het bood wel financiële zekerheid en een zekere regelmaat. In diezelfde periode werd zijn dochter Lieserl geboren, nog vóór zijn huwelijk met Mileva. Over haar lot bestaat onzekerheid: historici nemen aan dat zij jong is gestorven of mogelijk ter adoptie is afgestaan, maar harde gegevens ontbreken.

Einstein en Mileva trouwden in 1903. Samen kregen zij later twee zonen: Hans Albert, geboren in 1904, en Eduard, geboren in 1910. Over de rol van Mileva Marić in zijn wetenschappelijke werk is veel gespeculeerd. Soms is beweerd dat zij medeauteur of zelfs medegrondlegger van zijn vroege ideeën was. Daarvoor is in de bewaarde documenten geen overtuigend bewijs gevonden. Wel lijkt het aannemelijk dat zij in de studiejaren en vroege Bernse periode een belangrijke gesprekspartner was.

Het wonderjaar 1905

Sommige wetenschappers bouwen hun reputatie langzaam op. Bij Einstein kwam de doorbraak opvallend geconcentreerd. In 1905, zijn beroemde annus mirabilis, publiceerde hij een reeks artikelen die de natuurkunde blijvend veranderden.

Een van die stukken ging over de Brownse beweging, de schijnbaar willekeurige beweging van kleine deeltjes in een vloeistof. Dat werk leverde sterk bewijs voor het bestaan van atomen, waar toen nog niet iedereen van overtuigd was. In een ander artikel verklaarde hij het foto-elektrisch effect door licht te beschrijven alsof het uit afzonderlijke energiepakketjes bestaat. Daarmee leverde hij een belangrijke bouwsteen voor de latere kwantummechanica.

Het bekendst werd zijn artikel over de speciale relativiteitstheorie. Daarin liet hij zien dat ruimte en tijd niet los van elkaar en niet absoluut zijn, maar afhangen van de beweging van waarnemers. Kort daarna volgde de beroemde relatie tussen massa en energie, samengevat in de formule E=mc². Die vergelijking werd later een cultureel icoon, maar stond oorspronkelijk in een strikt natuurkundige context.

In hetzelfde jaar promoveerde hij aan de Universiteit van Zürich. De combinatie van deze publicaties maakte 1905 tot een van de opmerkelijkste jaren uit de geschiedenis van de wetenschap.

Van Albert Einstein in Zürich naar Berlijn

Na zijn doorbraak ging zijn academische loopbaan snel vooruit. In 1909 werd hij buitengewoon hoogleraar in Zürich. In 1911 volgde een benoeming in Praag, toen nog onderdeel van Oostenrijk-Hongarije. Een jaar later keerde hij terug naar de ETH in Zürich, nu als hoogleraar.

In 1914 verhuisde hij naar Berlijn. Daar kreeg hij een uitzonderlijk sterke positie: hij werd lid van de Pruisische Academie van Wetenschappen en verbonden aan het latere Kaiser Wilhelm Instituut voor Fysica. Het was in Berlijn dat hij werkte aan zijn meest ambitieuze theorie.

In 1915 presenteerde hij de algemene relativiteitstheorie. Waar de speciale relativiteit ging over beweging met constante snelheid, bood deze nieuwe theorie een radicaal andere beschrijving van zwaartekracht. Niet een onzichtbare kracht die op afstand werkt, maar een kromming van ruimte en tijd door massa en energie. Dat inzicht geldt als een van de grootste intellectuele prestaties van de moderne wetenschap.

Wereldfaam na 1919

Wetenschappelijke roem is zelden onmiddellijk, maar in Einsteins geval kwam er wel een duidelijk omslagpunt. In 1919 werden tijdens een zonsverduistering metingen gedaan aan de afbuiging van sterlicht langs de zon, zoals zijn theorie voorspelde. De resultaten werden gepresenteerd als een bevestiging van de algemene relativiteitstheorie. Kranten over de hele wereld namen het nieuws over, soms in vereenvoudigde of overdreven vorm, maar het effect was onmiskenbaar: Einstein werd in korte tijd een internationale beroemdheid.

Datzelfde jaar eindigde zijn huwelijk met Mileva Marić in een scheiding. Kort daarna trouwde hij met Elsa Löwenthal, een nicht van moederskant en ook een nicht via aangetrouwde familiebanden. Zijn privéleven en publieke status kwamen zo tegelijk in een nieuwe fase terecht.

In 1921 kreeg hij de Nobelprijs voor Natuurkunde, officieel toegekend voor 1921 en uitgereikt in 1922. Opvallend genoeg ontving hij die niet voor de relativiteitstheorie, die destijds nog onderwerp van debat was, maar voor zijn verklaring van het foto-elektrisch effect. Juist dat werk bleek later van groot belang voor technieken waarbij licht elektronen vrijmaakt, zoals in zonnecellen.

Einstein in een onrustige eeuw

De naam Albert Einstein hoort niet alleen bij de geschiedenis van de natuurkunde, maar ook bij die van de twintigste-eeuwse politiek. Als Joodse geleerde in Duitsland kreeg hij te maken met groeiend antisemitisme, felle aanvallen van nationalistische tegenstanders en een steeds vijandiger klimaat. Hij sprak zich uit voor pacifisme, internationale samenwerking en burgerrechten, al werden zijn standpunten in de loop der jaren soms pragmatischer door de politieke werkelijkheid.

Toen de nationaalsocialisten in 1933 aan de macht kwamen, verbleef hij buiten Duitsland. Hij keerde niet terug en vestigde zich in de Verenigde Staten, waar hij ging werken aan het Institute for Advanced Study in Princeton. Zijn Duitse bezittingen werden in beslag genomen en in nazi-propaganda werd hij openlijk als vijand neergezet. Er circuleerden ook dreigementen tegen hem; bedragen die op zijn hoofd zouden zijn gezet worden vaak genoemd, maar zulke details zijn in de overlevering niet altijd even goed te verifiëren. Voorzichtigheid is daar dus op zijn plaats.

Wel staat vast dat hij zich inzette voor vluchtelingen en vervolgde wetenschappers. Hij gebruikte zijn bekendheid om aandacht te vragen voor hun lot en ondersteunde hulpinitiatieven voor mensen die uit Europa moesten vluchten.

Oorlog, Roosevelt en het atoomtijdperk

Einstein gold lange tijd als overtuigd pacifist, maar de dreiging van nazi-Duitsland bracht hem tot een moeilijke uitzondering. In 1939 ondertekende hij, op aandringen van onder anderen Leo Szilard, een brief aan de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Daarin werd gewaarschuwd dat uranium mogelijk gebruikt kon worden voor een uiterst krachtig nieuw wapen en dat Duitsland dergelijk onderzoek misschien ook zou oppakken.

Die brief speelde een rol in het op gang brengen van Amerikaanse aandacht voor kernonderzoek, al was Einstein zelf niet betrokken bij het Manhattanproject. Zijn naam bleef later wel sterk verbonden met de morele en politieke vragen rond kernwapens. Na de oorlog sprak hij zich uit voor internationale controle op atoomenergie en waarschuwde hij voor de gevaren van een nucleaire wapenwedloop.

In 1940 werd hij Amerikaans staatsburger, naast zijn Zwitserse nationaliteit. Duitsland had hij toen al definitief achter zich gelaten.

Persoonlijk leven, karakter en publieke rol

Naast de grote theorieën was Einstein ook een herkenbare publieke figuur, met zijn losse haar, vioolspel en afkeer van uiterlijk vertoon. Hij hield van muziek, vooral van Mozart en Beethoven, en speelde geregeld viool, niet alleen ter ontspanning maar ook als manier van denken. Muziek hoorde voor hem bij het leven van de geest.

Veel verhalen over hem zijn later versimpeld of geromantiseerd. Zo was hij geen mislukte scholier die tegen alle verwachtingen in een genie werd. Ook allerlei beroemde uitspraken worden ten onrechte aan hem toegeschreven. Dat lot treft veel historische figuren, maar bij Einstein misschien nog vaker dan gemiddeld, juist omdat zijn naam zo sterk met genialiteit is gaan samenvallen.

In 1952 kreeg hij het aanbod om president van Israël te worden. Hij wees dat af. Niet uit onverschilligheid, maar omdat hij zichzelf ongeschikt vond voor een politieke en representatieve functie van die aard. Het voorval laat zien hoe ver zijn gezag inmiddels buiten de wetenschap reikte.

Dood en nalatenschap van Albert Einstein

Albert Einstein stierf op 18 april 1955 in Princeton aan de gevolgen van een gescheurd aneurysma van de buikslagader. Hij wilde geen verering rond zijn lichaam of graf, en ook daarin bleef hij wars van plechtige zelfverheffing.

Zijn wetenschappelijke nalatenschap is enorm. De relativiteitstheorie veranderde het begrip van ruimte, tijd en zwaartekracht ingrijpend. Zijn werk over licht en energie werd fundamenteel voor de ontwikkeling van de moderne fysica. Toepassingen die later mede op zijn inzichten steunden, lopen uiteen van nauwkeurige tijdmeting en GPS-correcties tot zonneceltechnologie.

Toch is zijn betekenis niet alleen technisch of theoretisch. Einstein werd ook een symbool: van wetenschappelijke verbeeldingskracht, van intellectuele onafhankelijkheid en van de ingewikkelde verhouding tussen kennis en macht in de moderne wereld. Dat beeld is soms vereenvoudigd, maar het verklaart wel waarom zijn naam zo hardnekkig in het collectieve geheugen is blijven hangen.

FAQ

Wanneer leefde Albert Einstein?

Hij werd geboren op 14 maart 1879 en overleed op 18 april 1955.

Waar werd Albert Einstein geboren?

In Ulm, in het toenmalige Duitse Keizerrijk.

Waarom is Albert Einstein zo beroemd?

Vooral door de speciale en algemene relativiteitstheorie, de formule E=mc² en zijn werk aan het foto-elektrisch effect.

Kreeg Einstein de Nobelprijs voor relativiteit?

Nee. Hij kreeg de Nobelprijs voor Natuurkunde voor zijn verklaring van het foto-elektrisch effect.

Was Albert Einstein betrokken bij de atoombom?

Niet direct bij de bouw ervan. Hij ondertekende wel de brief aan Roosevelt die waarschuwde voor mogelijk Duits kernonderzoek.