Joseph Stalin

Joseph Stalin

8 min lezen

In een provinciestadje in de Kaukasus groeide een schoenmakerszoon op die later over een zesde van de aardbol zou heersen. De weg van Ioseb Dzjoegasjvili naar Jozef Stalin was geen rechte lijn, maar een opeenstapeling van armoede, ondergrondse politiek, partijintriges en meedogenloze machtspolitiek. Onder zijn bewind veranderde de Sovjet-Unie ingrijpend: van een overwegend agrarisch land in een industriële en militaire grootmacht. Die omvorming ging gepaard met geweld op enorme schaal.

Stalin behoort daardoor tot de meest omstreden figuren van de moderne geschiedenis. Voor de een was hij de man die nazi-Duitsland hielp verslaan en de Sovjetstaat tot wereldmacht maakte. Voor de ander, en zeker voor miljoenen slachtoffers en hun nabestaanden, belichaamt hij terreur, hongersnood, deportaties en de Goelag.

Jeugd in Gori en jaren op het seminarie

Hij werd geboren als Ioseb Besarionis dze Dzjoegasjvili op 18 december 1878 volgens de oude Juliaanse kalender, wat overeenkomt met 6 december; in de huidige Gregoriaanse telling wordt vaak 18 december 1878 genoemd. Er bestaat al lang verwarring over zijn geboortejaar, omdat Stalin later zelf 1879 liet gebruiken. Historici gaan doorgaans uit van 1878. Zijn geboorteplaats was Gori, in Georgië, toen onderdeel van het Russische Rijk.

Zijn vader was schoenmaker, zijn moeder was diep religieus en hoopte dat haar zoon priester zou worden. Het gezin leefde arm, en de verhouding met zijn vader was gewelddadig. Die vroege jaren in een hard milieu worden vaak genoemd als achtergrond bij zijn latere karakter, al blijft voorzichtigheid nodig: een moeilijke jeugd verklaart niet automatisch de keuzes van een volwassen machthebber.

Dankzij goede schoolprestaties kon hij verder leren. In 1894 werd hij toegelaten tot het orthodoxe seminarie in Tiflis, het huidige Tbilisi. Daar maakte hij kennis met verboden literatuur, radicale ideeën en marxistische kringen. In 1899 verliet hij het seminarie. Of hij werd weggestuurd wegens politieke activiteiten of zelf afhaakte, is niet helemaal zeker; beide lezingen komen in de bronnen voor.

Ondergronds revolutionair en bolsjewiek

Na zijn vertrek uit het seminarie raakte hij steeds dieper betrokken bij de revolutionaire beweging. Rond 1901 sloot hij zich aan bij de Russische Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Toen die partij in 1903 uiteenviel in bolsjewieken en mensjewieken, koos hij de kant van Lenin.

In de jaren daarna leefde hij grotendeels in de illegaliteit. Hij organiseerde stakingen, verspreidde propaganda, werd meermaals gearresteerd en belandde herhaaldelijk in ballingschap in Siberië, waaruit hij ook weer wist te ontsnappen. In deze periode begon hij verschillende schuilnamen te gebruiken; uiteindelijk bleef vooral Stalin hangen, afgeleid van het Russische woord voor staal.

Zijn naam wordt ook verbonden aan gewelddadige “onteigeningen”: overvallen en afpersingen waarmee revolutionaire activiteiten werden gefinancierd. De bekendste is de roofoverval in Tiflis in 1907. Over zijn precieze rol discussiëren historici, maar dat hij deel uitmaakte van een milieu waarin zulke methoden werden aanvaard, staat buiten kijf.

Van partijman tot spil in de revolutie

Stalin was geen groot redenaar zoals Trotski en geen denker van Lenins formaat. Zijn kracht lag elders: organisatie, discipline, geheugen voor verhoudingen binnen de partij en een scherp gevoel voor macht. In 1912 haalde Lenin hem naar voren en kreeg hij een plaats in het Centraal Comité van de bolsjewieken.

Tijdens de revolutiejaren van 1917 speelde hij niet de meest zichtbare rol, maar hij stond wel dicht bij het partijcentrum. Na de machtsovername in oktober werd hij volkscommissaris voor Nationaliteiten. Dat was geen onbelangrijke post in een rijk dat bestond uit vele volken, talen en regio’s.

In de burgeroorlog die volgde, vervulde hij verschillende politieke en bestuurlijke functies. Daarbij viel hij op door hardheid en een neiging om zelfstandig op te treden, soms tot ergernis van anderen in de partijtop. Toch groeide zijn positie.

Secretaris-generaal en de strijd na Lenin

Het jaar 1922 bleek beslissend. Stalin werd toen secretaris-generaal van de Communistische Partij. Die functie leek administratief, maar gaf hem invloed op benoemingen, promoties en de opbouw van loyaliteit binnen het partijapparaat. Juist daar lag de basis van zijn latere macht.

Toen Lenin ziek werd en in 1924 stierf, barstte de strijd om de opvolging los. Stalin presenteerde zich aanvankelijk niet als enige erfgenaam, maar manoeuvreerde behoedzaam tussen rivalen als Trotski, Zinovjev, Kamenev en later Boecharin. Stap voor stap schakelde hij hen uit. Trotski werd eerst gemarginaliseerd, daarna verbannen en uiteindelijk in het buitenland vermoord door een Sovjetagent.

Tegen het einde van de jaren twintig had Stalin de overhand. De Sovjet-Unie was toen formeel nog een partijstaat met collectief leiderschap, maar in de praktijk verschoof de macht steeds sterker naar één man.

Vijfjarenplannen en collectivisatie

Vanaf 1928 zette Stalin in op een radicale koerswijziging. Met de Vijfjarenplannen moest de Sovjet-Unie in hoog tempo industrialiseren. Nieuwe fabrieken verrezen, mijnbouw en staalproductie werden uitgebouwd en de staat stuurde de economie met dwingende productiequota.

Die omvorming was ingrijpend. In korte tijd veranderde het land economisch en sociaal. Miljoenen mensen trokken naar industriesteden, onderwijs en technische opleiding werden uitgebreid en de staat drong dieper dan ooit door in het dagelijks leven.

Tegelijk begon de gedwongen collectivisatie van de landbouw. Boeren moesten hun land, vee en werktuigen onderbrengen in collectieve bedrijven. Verzet werd hard neergeslagen. Vooral de zogenoemde koelakken, een rekbaar begrip voor relatief welvarende boeren of vermeende tegenstanders, werden onteigend, gedeporteerd of opgesloten.

De gevolgen waren rampzalig. In verschillende gebieden ontstond hongersnood, vooral in Oekraïne, de Noord-Kaukasus en Kazachstan. Daarbij stierven miljoenen mensen. Over de vraag hoe deze hongersnood precies moet worden geduid, lopen de interpretaties uiteen. Veel historici zien haar als het gevolg van bewust meedogenloos beleid, met name in Oekraïne; anderen benadrukken daarnaast chaos, dwangmatige quotasystemen en bestuurlijk falen. Dat Stalin en zijn leiding ondanks de catastrofe doorgingen, staat vast.

De Grote Zuivering en de terreurstaat

Halverwege de jaren dertig sloeg de repressie om in massale terreur. Na de moord op Sergej Kirov in 1934, een gebeurtenis die tot op heden vragen oproept, begon een golf van arrestaties, showprocessen en executies. Tussen 1936 en 1938 bereikte die campagne haar hoogtepunt.

Oude bolsjewieken bekenden in openbare processen de meest onwaarschijnlijke samenzweringen. Legerleiders, partijfunctionarissen, intellectuelen en gewone burgers verdwenen in gevangenissen, executiekelders of werkkampen. De geheime politie, eerst de NKVD, werd een centraal instrument van bestuur.

De Grote Zuivering trof niet alleen de top. Ook op lokaal niveau werden mensen opgepakt op basis van quota, verdachtmakingen of persoonlijke afrekeningen. Angst werd een alledaags gegeven. Niemand kon zeker zijn dat een eerdere verdienste of loyaliteit bescherming bood.

De aantallen slachtoffers blijven onderwerp van onderzoek, maar het gaat om honderdduizenden executies en miljoenen mensen die in het kampensysteem of in ballingschap terechtkwamen. De Goelag was geen bijverschijnsel van het stalinisme, maar een wezenlijk onderdeel ervan.

Pact met Hitler en oorlog tegen nazi-Duitsland

In augustus 1939 sloot de Sovjet-Unie een niet-aanvalsverdrag met nazi-Duitsland, bekend als het Molotov-Ribbentroppact. In geheime protocollen verdeelden beide regimes invloedssferen in Oost-Europa. Kort daarna volgde de opdeling van Polen, en de Sovjet-Unie lijfde later ook de Baltische staten in. Voor veel tijdgenoten en historici blijft dit een van de meest cynische stappen van Stalins buitenlandse politiek.

Toch veranderde de situatie ingrijpend toen Duitsland in juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel. Stalin, die waarschuwingen voor een aanval lange tijd had genegeerd of gewantrouwd, werd in de eerste oorlogsmaanden geconfronteerd met enorme verliezen. Daarna nam hij de leiding steviger in handen als voorzitter van het Staatsverdedigingscomité en opperbevelhebber.

De oorlog aan het oostfront werd uitzonderlijk bloedig. Steden als Leningrad en Stalingrad werden symbolen van verzet en verwoesting. Onder Stalins leiding mobiliseerde de Sovjetstaat mensen en middelen op ongekende schaal. De overwinning op nazi-Duitsland gaf hem enorm prestige, in eigen land en daarbuiten.

Dat succes wist echter niet uit wat eraan voorafging: de zuiveringen in het leger, de fouten van 1941 en de voortdurende dwang binnen de Sovjetmaatschappij. De overwinning was echt, maar de prijs was ontzaglijk.

Na de oorlog: supermacht en nieuwe repressie

Na 1945 stond de Sovjet-Unie als een van de twee grote wereldmachten tegenover de Verenigde Staten. In Oost-Europa werden communistische regimes gevestigd die nauw op Moskou waren afgestemd. Daarmee begon de Koude Oorlog.

Ook binnenlands bleef het systeem hard. Er kwamen nieuwe campagnes tegen vermeende vijanden, nieuwe deportaties van bevolkingsgroepen en nieuwe golven van wantrouwen. De persoonsverheerlijking rond Stalin bereikte intussen een hoogtepunt. Zijn portretten hingen overal, zijn naam klonk in toespraken, liederen en schoolboeken, en kritiek was ondenkbaar.

Persoonlijk leven en karakter

Achter het openbare beeld van de onaantastbare leider ging een gesloten en wantrouwige man schuil. Hij trouwde twee keer. Zijn eerste vrouw, Kato Svanidze, stierf jong. Zijn tweede vrouw, Nadezjda Alliloejeva, overleed in 1932 door zelfdoding, na een huwelijk dat zwaar onder spanning stond.

Wie hem van nabij meemaakte, beschreef vaak een man die charmant kon zijn in kleine kring, maar ook rancuneus, achterdochtig en wreed. Zulke karaktertrekken alleen verklaren zijn bewind niet; daarvoor was ook de structuur van de partijstaat van belang. Maar ze hielpen wel mee vormgeven aan een systeem waarin persoonlijke verdenking levens kon breken.

Dood en nalatenschap

Stalin stierf op 5 maart 1953 in zijn datsja in Koentsevo, bij Moskou, waarschijnlijk aan de gevolgen van een hersenbloeding. Er zijn later speculaties geweest over vergiftiging of opzettelijke nalatigheid, maar hard bewijs daarvoor ontbreekt.

Zijn nalatenschap is zwaar en tegenstrijdig. Hij maakte van de Sovjet-Unie een industriële en militaire grootmacht en speelde een beslissende rol in de nederlaag van nazi-Duitsland. Tegelijk was hij verantwoordelijk voor een bewind van massale repressie, deportaties, hongersnoden, executies en dwangarbeid, waarbij miljoenen mensen omkwamen of werden vermalen door de staat.

Na zijn dood begon onder Nikita Chroesjtsjov een voorzichtige destalinisatie, al verdween het systeem dat Stalin had helpen vormen niet meteen. Tot ver buiten de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie blijft zijn naam verbonden met de vraag hoe modernisering, ideologie en staatsgeweld in de twintigste eeuw samen konden komen in één regime.

FAQ

Wanneer leefde Jozef Stalin?

Hij leefde van 1878 tot 1953.

Waar werd Stalin geboren?

In Gori, in Georgië, dat toen deel uitmaakte van het Russische Rijk.

Wat betekent de naam Stalin?

De naam betekent letterlijk “man van staal”.

Wat waren de Vijfjarenplannen?

Dat waren staatsplannen om de Sovjet-economie snel te industrialiseren, met zware nadruk op productie, planning en controle.

Wat was de Grote Zuivering?

Een periode van massale repressie in de jaren dertig, met showprocessen, executies, arrestaties en deportaties.