Frida Kahlo

Frida Kahlo

9 min lezen

Een spiegel boven het bed, verf binnen handbereik, en een lichaam dat haar telkens tot stilstand dwong: uit die benauwde ruimte ontstond het werk waarmee Frida Kahlo onlosmakelijk verbonden raakte. Haar schilderijen zijn intiem en direct, maar ze staan nooit los van de wereld om haar heen. In haar werk komen lichamelijke pijn, liefdesverdriet, politiek engagement en Mexicaanse beeldtaal samen.

Magdalena Carmen Frida Kahlo y Calderón werd geboren op 6 juli 1907 in Coyoacán, toen nog een plaats buiten het centrum van Mexico-Stad. Haar geboortehuis, La Casa Azul, zou later een van de bekendste plekken uit haar leven worden. Ze groeide op in een land dat na de Mexicaanse Revolutie bezig was zichzelf opnieuw te definiëren. Juist in dat klimaat, met veel aandacht voor nationale cultuur en inheemse tradities, kreeg haar kunst haar eigen vorm.

Jeugd van Frida Kahlo

Frida Kahlo was de dochter van Guillermo Kahlo, een fotograaf van Duitse afkomst, en Matilde Calderón y González, die uit een Mexicaanse familie kwam. Over haar vaders achtergrond deden later allerlei verhalen de ronde, maar onderzoek wijst erop dat hij uit een Duitse lutherse familie stamde, niet uit een Hongaars-Joodse.

Al vroeg kreeg ze te maken met ziekte. In 1913 liep ze polio op, waardoor haar rechterbeen dunner en zwakker bleef dan haar linker. Dat fysieke verschil maakte haar als kind kwetsbaar, maar droeg ook bij aan de hardnekkigheid die later zo vaak in beschrijvingen van haar leven terugkeert.

In 1922 ging ze naar de Escuela Nacional Preparatoria, een vooraanstaande school waar relatief weinig meisjes werden toegelaten. Aanvankelijk wilde ze geneeskunde studeren. Die belangstelling voor anatomie en het menselijk lichaam is later nog goed herkenbaar in haar schilderijen. In deze periode zag ze ook Diego Rivera aan het werk, toen hij op school een muurschildering maakte. Ze kenden elkaar dus al voordat ze een stel werden.

Het busongeluk en het begin van haar schilderkunst

Op 17 september 1925 veranderde haar leven abrupt. De bus waarin ze zat botste op een tram. Frida Kahlo raakte zwaar gewond: ze liep onder meer breuken op aan haar wervelkolom, bekken, ribben en rechterbeen, en ook haar voet en schouder werden beschadigd. In latere vertellingen is het ongeluk soms vereenvoudigd tot één allesverklarend moment, maar de werkelijkheid was langduriger en grilliger: herstel, terugval, operaties en aanhoudende pijn zouden haar leven blijven beheersen.

Tijdens haar revalidatie begon ze serieus te schilderen. Haar familie liet een speciale ezel maken waarmee ze vanuit bed kon werken, en een spiegel hielp haar om zichzelf als model te nemen. Dat praktische begin is belangrijk. De vele zelfportretten kwamen niet alleen voort uit zelfonderzoek, maar ook uit noodzaak: zij was degene die altijd beschikbaar was.

In 1926 maakte ze Zelfportret in een fluwelen jurk, een vroeg werk dat nog iets laat zien van Europese invloeden. Toch ontwikkelde ze al snel een eigen beeldtaal, waarin persoonlijke ervaring, symboliek en Mexicaanse elementen steeds nadrukkelijker aanwezig werden.

Mexico, identiteit en politiek

Het Mexico waarin Kahlo volwassen werd, was sterk gevormd door de nasleep van de revolutie. Kunstenaars, intellectuelen en politici hielden zich bezig met de vraag wat een Mexicaanse identiteit eigenlijk inhield. Daaruit groeide de nadruk op mexicanidad: een bewuste waardering van volkskunst, regionale tradities en inheemse wortels.

Frida Kahlo sloot daarbij aan, niet als illustratie van een politiek programma, maar als kunstenaar die kleding, voorwerpen, planten, dieren en symbolen uit de Mexicaanse cultuur in haar werk verweefde. Haar bekende Tehuana-jurken waren daarvan ook een zichtbaar onderdeel. Ze droeg ze uit overtuiging, maar ze hielpen haar eveneens om haar lichaam te verhullen, dat door ziekte en verwondingen was getekend.

Politiek was ze openlijk betrokken. In 1928 werd ze lid van de Mexicaanse Communistische Partij. Via die kring bewoog ze zich in een omgeving waarin kunst en politiek nauw met elkaar verweven waren. In 1937 kregen Leon Trotski en zijn vrouw Natalia Sedova tijdelijk onderdak in Casa Azul, nadat de Mexicaanse regering hun asiel had verleend. Dat verblijf maakte haar huis tot meer dan een privéplek; het werd ook een knooppunt van politieke en culturele contacten.

Frida Kahlo en Diego Rivera

Op 21 augustus 1929 trouwde ze met Diego Rivera, de beroemde muralist die al een gevestigde naam was. Hun huwelijk werd al vroeg onderwerp van publieke belangstelling, deels door het leeftijdsverschil, deels door hun sterke karakters. Het was een relatie vol aantrekking, ruzies, ontrouw en wederzijdse afhankelijkheid.

Tussen 1930 en 1933 woonde het paar enige tijd in de Verenigde Staten, onder meer in San Francisco, Detroit en New York, omdat Rivera daar opdrachten had. Voor Kahlo waren die jaren belangrijk, maar ook pijnlijk. In 1932 kreeg ze in Detroit een miskraam, een ervaring die ze verwerkte in Henry Ford Hospital. Dat schilderij behoort tot haar aangrijpendste werk: niet alleen vanwege het onderwerp, maar ook door de manier waarop ze verlies, medische werkelijkheid en eenzaamheid samenbrengt.

In 1939 scheidden Kahlo en Rivera. In datzelfde jaar schilderde ze De twee Frida’s, vaak gelezen als een werk over verdeeldheid, verlies en identiteit. Toch moet zo’n interpretatie niet te strak worden vastgezet; haar schilderijen laten ruimte voor meerdere lezingen. Eind 1940 trouwden ze opnieuw, op 8 december in San Francisco. De verhouding bleef ingewikkeld, maar de band tussen hen verdween nooit.

Tijdens haar leven stond Rivera in de openbaarheid vaak meer op de voorgrond. Hij was de maker van monumentale muurschilderingen en genoot grote bekendheid. Frida Kahlo kreeg zeker erkenning, maar minder breed en minder stabiel dan later het geval zou zijn.

De schilderijen van Frida Kahlo

Van de ongeveer 143 werken die van haar bekend zijn, zijn er 55 zelfportretten. Dat getal zegt iets, maar niet alles. Wie alleen naar de herhaling van haar gezicht kijkt, mist waar het werkelijk om draait. In die schilderijen onderzoekt ze hoe een mens zichzelf ervaart wanneer het lichaam pijn doet, wanneer een liefde wankelt, of wanneer afkomst en identiteit niet eenvoudig zijn.

Bekende werken zijn onder meer Henry Ford Hospital (1932), Mijn grootouders, mijn ouders en ik (1936), De twee Frida’s (1939), Zelfportret met doornenketting en kolibrie (1940) en De gebroken kolom (1944). In dat laatste schilderij opent haar romp zich als een gespleten landschap en verschijnt een zuil op de plaats van haar wervelkolom. Het is een van de duidelijkste voorbeelden van hoe zij lichamelijke pijn niet beschreef, maar zichtbaar maakte.

Vaak wordt gevraagd of Frida Kahlo een surrealist was. André Breton zag haar werk in die richting en hielp haar ook onder de aandacht te brengen in Europa. Zelf verzette ze zich tegen dat etiket met de bekende opmerking dat ze geen dromen schilderde, maar haar eigen werkelijkheid. Beide perspectieven blijven relevant: haar werk heeft onmiskenbaar iets droomachtigs en symbolisch, maar het is tegelijk diep geworteld in concrete ervaringen.

Erkenning tijdens haar leven

In 1938 kreeg ze haar eerste solotentoonstelling in de Julien Levy Gallery in New York. Een jaar later volgde een tentoonstelling in Parijs, waar haar werk belangstelling trok in surrealistische kringen. Dat betekende niet dat haar positie meteen verzekerd was, maar het liet wel zien dat ze meer was dan “de vrouw van Diego Rivera”.

In 1942 begon ze les te geven aan La Esmeralda, de Escuela Nacional de Pintura, Escultura y Grabado. Haar gezondheid maakte regelmatig lesgeven moeilijk, maar ze had invloed op een kleine groep leerlingen die later bekend werden als Los Fridos. Ook daarin zie je iets van haar karakter terug: niet afstandelijk of academisch, maar persoonlijk en intens.

Opmerkelijk genoeg kreeg ze pas in 1953 haar eerste solotentoonstelling in Mexico. Tegen die tijd was haar gezondheid ernstig verslechterd. Het bekendste verhaal uit die tentoonstelling is dat ze, tegen doktersadvies in, liggend op een bed naar de opening werd gebracht. Dat voorval is vaak herhaald omdat het zo sterk past bij haar levensverhaal, maar het is ook goed gedocumenteerd en zegt veel over haar vastberadenheid.

Laatste jaren en dood

De laatste jaren van haar leven stonden opnieuw in het teken van ziekte en operaties. In 1953 moest haar rechteronderbeen worden geamputeerd vanwege gangreen. Dat verlies trof haar zwaar, lichamelijk en geestelijk. Toch bleef ze werken en schrijven.

Haar laatste schilderij wordt doorgaans gezien als Viva la Vida (1954), met watermeloenen in heldere kleuren. Zelfs daarin, op het einde van haar leven, is geen eenvoudige tegenstelling tussen wanhoop en levenslust te vinden. Beide zijn aanwezig.

Op 13 juli 1954 stierf Frida Kahlo in La Casa Azul in Coyoacán, het huis waar ze ook was geboren. Ze was 47 jaar oud. De officiële doodsoorzaak luidde longembolie, al zijn er later speculaties geweest over de precieze omstandigheden van haar overlijden. Daarvoor ontbreekt sluitend bewijs, zodat de officiële lezing de meest verantwoorde blijft.

Nalatenschap van Frida Kahlo

Na haar dood groeide haar reputatie geleidelijk. Vooral vanaf de late twintigste eeuw nam de internationale belangstelling sterk toe. Daarbij speelde meer dan één ontwikkeling een rol: feministische kunstgeschiedenis, groeiende aandacht voor niet-Europese modernismen, en de aantrekkingskracht van haar uitzonderlijk persoonlijke beeldtaal.

Inmiddels is Frida Kahlo voor velen een cultureel icoon, maar dat beeld kan haar ook versimpelen. Achter de bloemen, de jurken en de herkenbare wenkbrauwen schuilt een kunstenaar met een scherp gevoel voor compositie, symboliek en zelfenscenering. Haar werk is niet alleen autobiografisch, maar ook zorgvuldig opgebouwd.

Rond haar leven blijven enkele misverstanden circuleren. Zo noemde ze zelf soms 1910 als geboortejaar, om haar levensverhaal symbolisch te verbinden met het begin van de Mexicaanse Revolutie. Historisch klopt dat niet: ze werd geboren in 1907. Ook het idee dat haar faam pas lang na haar dood uit het niets ontstond, is te eenvoudig. Ze kreeg tijdens haar leven al aandacht, al was die onregelmatig en vaak kleiner dan die van Rivera.

La Casa Azul is tegenwoordig het Frida Kahlo Museum. Daarmee is het huis waar haar leven begon en eindigde ook de plek geworden waar haar aanwezigheid het tastbaarst is gebleven.

FAQ

Wanneer leefde Frida Kahlo?

Frida Kahlo werd geboren op 6 juli 1907 en overleed op 13 juli 1954.

Waar werd Frida Kahlo geboren?

Ze werd geboren in La Casa Azul in Coyoacán, tegenwoordig een wijk van Mexico-Stad.

Waarom is Frida Kahlo zo bekend?

Vooral door haar zelfportretten, haar verbeelding van pijn en verlies, en haar sterke verbondenheid met de Mexicaanse cultuur.

Was Frida Kahlo surrealistisch?

Anderen noemden haar werk vaak surrealistisch, maar zelf zei ze dat ze haar werkelijkheid schilderde, geen dromen.

Wat is La Casa Azul?

La Casa Azul was haar geboortehuis en woonhuis. Nu is het het Frida Kahlo Museum.