Erasmus

Erasmus

9 min lezen

In de zomer van 1536 lag Erasmus in Bazel op sterven. Hij had een leven achter zich van reizen, schrijven, redigeren en discussiëren, en zelfs in zijn laatste jaren was hij blijven werken. Volgens een latere overlevering waren zijn laatste woorden eenvoudig: “Lieve God.” Het past bij een man die vaak als groot geleerde wordt neergezet, maar die zich in zijn werk juist ook bezighield met iets heel concreets: hoe mensen lezen, denken, bidden en spreken.

Erasmus behoort tot de bekendste geleerden uit de Noordelijke Renaissance. Hij was humanist, priester, theoloog, filoloog en schrijver, maar vooral een man van de pen. Met boeken als Lof der Zotheid, de Adagia en zijn editie van het Nieuwe Testament uit 1516 kreeg hij invloed in heel Europa. Toch is zijn betekenis niet alleen te vinden in titels en jaartallen. Ze ligt ook in zijn houding: kritisch, geleerd, vaak ironisch, maar zelden uit op een definitieve breuk.

Jeugd van Erasmus: Rotterdam, Gouda en Steyn

Wie was Erasmus voordat hij de geleerde Desiderius Erasmus Roterodamus werd? Daar begint meteen een probleem van historische zekerheid. Hij werd waarschijnlijk in Rotterdam geboren, maar over het precieze jaar bestaat al lang discussie. Vaak worden 1466, 1467 of 1469 genoemd. Zeker is dat hij op 12 juli 1536 in Bazel overleed. De traditionele geboortedatum 28 oktober komt in veel biografieën terug, maar ook daarover is niet iedereen het eens.

Hij werd geboren als Gerrit Gerritszoon, een buitenechtelijk kind. Zijn vader was vermoedelijk priester, zijn moeder wordt meestal aangeduid als de dochter van een arts of als een vrouw uit burgerlijke kring; oudere voorstellingen die haar eenvoudigweg als huishoudster omschrijven, zijn te stellig. Dat zijn afkomst afweek van het gangbare patroon, heeft zijn leven en latere beeldvorming mede gekleurd.

Zijn vroege jeugd bracht hij waarschijnlijk deels in Rotterdam door, maar hij groeide vooral op in Gouda en Deventer. Vooral de school van de Broeders des Gemenen Levens in Deventer was belangrijk voor zijn vorming. Daar maakte hij kennis met degelijk Latijns onderwijs en met een religieuze cultuur waarin innerlijke vroomheid en studie samenkwamen. Na de dood van zijn ouders belandde hij uiteindelijk in het klooster Steyn, bij Gouda. In 1492 werd hij in Utrecht tot priester gewijd.

Dat kloosterleven gaf hem toegang tot boeken en studie, maar het benauwde hem ook. Erasmus was geen man die zich gemakkelijk liet opsluiten binnen één instelling of één plaats. Al vroeg blijkt iets van de rusteloosheid die zijn verdere leven zou kenmerken.

Een reizend geleerde in Europa

Erasmus leefde niet zoals veel geleerden die hun loopbaan aan één universiteit of hof verbonden. Hij trok van plaats naar plaats en bouwde zo een bestaan op dat uitzonderlijk internationaal was. Na zijn jaren in de Nederlanden verbleef hij onder meer in Parijs, Engeland, Italië, Leuven, Bazel en Freiburg im Breisgau.

Dat reizende leven had praktische redenen. Hij zocht bescherming, inkomsten, goede drukkers, geleerde vrienden en een omgeving waarin hij kon werken. Maar het paste ook bij zijn zelfbeeld. Erasmus zag zich graag als iemand die niet door één stad of land werd bepaald. Zijn Latijnse naam, Roterodamus, verwees nog wel naar Rotterdam, maar zijn intellectuele wereld was Europees.

In Parijs werkte hij aan zijn reputatie als geleerde. In Engeland ontmoette hij figuren als Thomas More en John Colet, die belangrijk werden voor zijn denken en zijn netwerk. In Italië verdiepte hij zich verder in de klassieke geleerdheid. In Bazel vond hij later met drukker Johannes Froben een ideale partner voor de uitgave van zijn werken. Die combinatie van mobiliteit, geleerdheid en correspondentie maakte hem tot een centrale figuur in de republiek der letteren van zijn tijd.

Erasmus als humanist en schrijver

De naam Erasmus is onlosmakelijk verbonden met het humanisme. Dat betekende in zijn tijd niet in de eerste plaats een moderne levensbeschouwing, maar een manier van studeren. Humanisten wilden terug naar de bronnen: naar goed Latijn, naar Griekse teksten, naar zorgvuldige lezing van klassieke en christelijke auteurs.

Erasmus deed dat met grote toewijding. Hij was een filoloog in hart en nieren: iemand die woorden woog, handschriften vergeleek en zich afvroeg wat een tekst werkelijk zei. Voor hem was taal geen versiering, maar een middel om scherper te denken. Dat verklaart ook waarom zijn werk zo vaak draait om formulering, uitleg en correctie.

Zijn eerste grote succes was de Adagia, voor het eerst verschenen in 1500 in Parijs. Het begon als een verzameling Griekse en Latijnse spreekwoorden, maar groeide in latere edities uit tot een veel omvangrijker werk vol commentaar en geleerdheid. Het boek maakte zijn naam bekend onder lezers die gevoelig waren voor stijl, klassieke kennis en geestige observaties.

Erasmus schreef veel, en in verschillende genres. Hij maakte schoolboeken, morele traktaten, satirische teksten, theologische werken, brieven en dialogen. Zijn Colloquia, in het Nederlands vaak Gesprekken genoemd, begonnen deels als oefenmateriaal voor Latijn, maar groeiden uit tot levendige teksten waarin hij het dagelijks leven, religieuze gebruiken en menselijke dwaasheden met een lichte, soms bijtende toon beschreef.

Lof der Zotheid en de scherpe pen van Erasmus

Als één boek Erasmus beroemd heeft gemaakt, dan is het Lof der Zotheid. Hij schreef het vermoedelijk in 1509 tijdens of kort na een reis naar Engeland; het verscheen in 1511 in druk. De titel verwijst speels naar zijn vriend Thomas More, maar de inhoud is ernstiger dan de luchtige vorm eerst doet vermoeden.

In dit werk laat Erasmus de Zotheid zelf aan het woord. Zij prijst zichzelf en houdt zo de samenleving een spiegel voor. Geleerden, monniken, machthebbers en kerkelijke functionarissen krijgen allemaal hun beurt. De kracht van het boek zit in die mengeling van humor en kritiek. Erasmus veroordeelt niet in zware, dreigende taal, maar laat zien hoe belachelijk mensen kunnen zijn wanneer ijdelheid, gewoonte of machtsmisbruik het overnemen.

Toch was hij geen hervormer in de zin waarin Maarten Luther dat later werd. Erasmus wilde misstanden in de kerk aanpakken, maar hij bleef hechten aan eenheid en gematigdheid. Juist daardoor werd zijn positie ingewikkeld. Voor sommigen was hij een moedige criticus van misbruik en scholastische dorheid; voor anderen bleef hij te voorzichtig en te weinig bereid om consequenties te trekken.

Het Nieuwe Testament van 1516

Een beslissend moment in het leven van Erasmus kwam in 1516. Toen verscheen bij Froben in Bazel zijn Novum Instrumentum omne, een gedrukte editie van het Griekse Nieuwe Testament met een nieuwe Latijnse vertaling en uitvoerige aantekeningen. Later werd de titel gewijzigd in Novum Testamentum.

Het belang van deze uitgave is moeilijk te overschatten. Erasmus was niet de eerste die zich met de Bijbeltekst bezighield, maar hij gaf geleerden een instrument in handen om de traditionele Latijnse Vulgaat te vergelijken met de Griekse grondtekst. Dat paste precies bij zijn overtuiging dat hervorming moest beginnen met nauwkeurig lezen en terugkeer naar de bronnen.

Zijn editie was niet foutloos. Omdat hij onder grote tijdsdruk werkte en over een beperkt aantal handschriften beschikte, zijn er later allerlei tekstkritische bezwaren geuit. Maar dat doet niets af aan de betekenis van het project. Het was een mijlpaal in de geschiedenis van de bijbelstudie en had grote invloed op het religieuze debat van de zestiende eeuw.

Hier ligt ook een van de spanningen rond Erasmus. Zijn werk hielp het klimaat scheppen waarin de Reformatie kon groeien, maar zelf wilde hij geen kerkscheuring. Hij bleef rooms-katholiek en koos voor hervorming van binnenuit. Dat leverde hem bewondering op, maar ook wantrouwen van beide kanten.

Erasmus en de Reformatie

Toen de strijd rond Luther losbarstte, kwam Erasmus in een lastige positie terecht. Luther bewonderde hem aanvankelijk als geleerde, en veel tijdgenoten zagen verwantschap tussen hun kritiek op misstanden in de kerk. Toch liepen hun wegen uiteen.

Erasmus hechtte aan vrije wil, gematigdheid en kerkelijke eenheid. Luther legde sterker de nadruk op genade, geloof en de onmacht van de mens. Het bekendste botsingspunt werd het debat over de vrije wil. Erasmus publiceerde in 1524 De libero arbitrio; Luther reageerde in 1525 met De servo arbitrio. Daarmee werd duidelijk dat hun verschil niet alleen tactisch was, maar ook inhoudelijk.

Over Erasmus is daarom soms op twee manieren geoordeeld. De ene lezing ziet hem als een voorloper van de Reformatie, omdat hij met zijn tekstkritiek en zijn kritiek op misstanden de weg mee heeft voorbereid. De andere benadrukt juist dat hij geen protestant was en de breuk met Rome afwees. Beide perspectieven hebben grond, zolang ze niet worden versimpeld.

Vriendschappen, drukwerk en geleerd netwerk

Erasmus werkte niet in afzondering. Zijn invloed was nauw verbonden met de mensen om hem heen. Thomas More was een vriend en gesprekspartner. Johannes Froben was als drukker van onschatbare waarde. Daarnaast onderhield Erasmus een enorme correspondentie met geleerden, geestelijken, bestuurders en vorsten.

Die brieven laten goed zien hoe zijn wereld functioneerde. Ideeën verspreidden zich niet alleen via boeken, maar ook via persoonlijke contacten, aanbevelingen en discussies op afstand. Erasmus was daarin buitengewoon bedreven. Hij wist hoe belangrijk een goed netwerk was, al leverde dat soms ook conflicten op. Hij kon scherp, ijdel en gevoelig voor kritiek zijn, iets wat uit zijn correspondentie geregeld naar voren komt.

Zijn inkomsten kwamen uit een combinatie van opdrachten, beschermheren, kerkelijke prebenden en de opbrengsten van zijn publicaties. Hij had lang niet altijd financiële zekerheid, al kende hij ook perioden waarin hij betrekkelijk comfortabel kon leven.

Laatste jaren van Erasmus

In zijn laatste levensjaren verbleef Erasmus in Freiburg en daarna opnieuw in Bazel. Ondanks ouderdom en ziekte bleef hij schrijven en reviseren. In 1535 werkte hij nog aan Ecclesiastes, een omvangrijk werk over de predikkunst.

Op 12 juli 1536 stierf hij in Bazel. Hij werd begraven in de Münster van die stad. Dat hij daar overleed, in een omgeving die inmiddels protestants was geworden, terwijl hij zelf katholiek bleef, zegt iets over de ingewikkelde plaats die hij in zijn tijd innam. Hij hoorde nergens helemaal bij en juist daardoor bleef hij voor velen van belang.

Nalatenschap van Erasmus

De nalatenschap van Erasmus is groot en veelzijdig. Hij bleef voortleven als schrijver, als geleerde van het Latijn en Grieks, als criticus van kerkelijke en maatschappelijke dwaasheid en als verdediger van geleerd christendom. Zijn naam werd later verbonden aan instellingen en plaatsen, van de Erasmus Universiteit Rotterdam tot de Erasmusbrug en het Erasmusprogramma van de Europese Unie.

Wie Erasmus was, laat zich uiteindelijk niet in één formule vangen. Hij was geen revolutionair, maar ook geen volgzame geestelijke. Geen systeemdenker, maar een schrijver die via taal, spot en nauwkeurige lezing invloed uitoefende. Misschien is dat ook waarom hij nog steeds gelezen wordt: niet omdat hij alle antwoorden gaf, maar omdat hij vragen stelde die in zijn tijd dringend waren en hun scherpte niet helemaal hebben verloren.

FAQ

Wanneer is Erasmus geboren?

Waarschijnlijk in Rotterdam, maar het precieze jaar is onzeker. Meestal worden 1466, 1467 of 1469 genoemd.

Wat was de echte naam van Erasmus?

Hij werd geboren als Gerrit Gerritszoon en noemde zich later Desiderius Erasmus Roterodamus.

Waar staat Erasmus vooral om bekend?

Vooral om Lof der Zotheid, de Adagia en zijn editie van het Nieuwe Testament uit 1516.

Was Erasmus priester?

Ja. Hij werd in 1492 in Utrecht tot priester gewijd.

Was Erasmus protestant?

Nee. Hij bleef katholiek, al had zijn kritiek op misstanden en zijn bijbelstudie wel grote invloed op het religieuze debat van zijn tijd.