1. Home
  2. Vakgebieden
  3. Denkers en filosofen
  4. Friedrich Nietzsche
Friedrich Nietzsche

Friedrich Nietzsche

8 min lezen

In januari 1889 speelde zich in Turijn een scène af die bijna niet meer los te denken is van Friedrich Nietzsche. Wat er precies gebeurde, weten we niet met zekerheid. Wel staat vast dat hij daar geestelijk instortte, na een periode van koortsachtig schrijven. De denker die jarenlang had gehamerd op moraal, religie en cultuur, zou nooit meer herstellen.

Friedrich Wilhelm Nietzsche werd geboren op 15 oktober 1844 in Röcken, een dorp in de Pruisische provincie Saksen. Hij kwam uit een uitgesproken protestants milieu. Zijn vader, Karl Ludwig Nietzsche, was luthers predikant; ook in de familiekring speelden theologie en kerk een grote rol. Juist dat maakt zijn latere aanval op het christendom en de traditionele moraal zo opvallend, al is het te eenvoudig om zijn denken alleen als een afrekening met zijn jeugd te lezen.

Jeugd van Friedrich Nietzsche

Toen Nietzsche nog jong was, verloor hij zijn vader. Karl Ludwig stierf in 1849, en een jaar later verhuisde het gezin naar Naumburg. Daar groeide Friedrich op in een huishouden met vooral vrouwen: zijn moeder, zus, grootmoeder en tantes. Die vroege jaren waren tegelijk beschermd en beladen door verlies.

Van 1858 tot 1864 bezocht hij de beroemde kostschool Schulpforta. Daar kreeg hij een strenge klassieke vorming, met veel aandacht voor Grieks, Latijn en literatuur. Die opleiding liet diepe sporen na. De latere schrijver van De geboorte van de tragedie en Aldus sprak Zarathoestra was niet alleen filosoof, maar ook een man die van binnenuit was gevormd door de antieke wereld.

Studie en vroege loopbaan

In 1864 begon hij in Bonn aan een studie theologie en klassieke filologie. De theologie liet hij al snel varen. Niet lang daarna zette hij zijn studie voort in Leipzig, waar hij zich vooral op de klassieke filologie richtte. In die jaren ontdekte hij ook het werk van Arthur Schopenhauer, dat grote indruk op hem maakte. Schopenhauers sombere blik op het bestaan zou Nietzsche eerst aantrekken, al zou hij later ook afstand nemen van diens pessimisme.

Zijn academische opkomst verliep uitzonderlijk snel. In 1869, nog geen 25 jaar oud, werd hij benoemd tot hoogleraar klassieke filologie aan de Universiteit van Bazel. Dat was opmerkelijk, temeer omdat hij zijn doctoraat niet via de gebruikelijke weg had afgerond. Zijn talent als filoloog werd zo hoog aangeslagen dat men hem toch aanstelde.

In Bazel ontwikkelde hij zich intussen in een richting die verder ging dan vakgeleerdheid. Oude teksten waren voor hem geen afgesloten studieobjecten. Hij gebruikte de oudheid om vragen te stellen over kunst, beschaving, waarheid en verval in zijn eigen tijd.

Oorlog, gezondheid en afscheid van de universiteit

Tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871 diende Nietzsche korte tijd als vrijwilliger in de medische verzorging. Daarbij liep hij ziekte op, waarschijnlijk dysenterie en difterie. Zijn gezondheid was overigens al kwetsbaar, en zou dat ook blijven. Hij had zware hoofdpijnen, maagklachten, aanvallen van misselijkheid en problemen met zijn gezichtsvermogen.

Die lichamelijke klachten drukten steeds zwaarder op zijn leven. In 1879 legde hij zijn professoraat neer. Vanaf dat moment leidde hij het bestaan van een onafhankelijke schrijver, zonder vaste aanstelling en vaak zonder vaste woonplaats. Hij trok onder meer door Zwitserland, Italië en Zuid-Frankrijk, op zoek naar rust en een klimaat dat zijn gezondheid enigszins verdraaglijk maakte.

Dat zwervende leven gaf zijn werk een bijzonder ritme. Veel van zijn boeken ontstonden buiten de universiteit, in pensions en gehuurde kamers, tijdens wandelingen en in perioden van eenzaamheid.

Friedrich Nietzsche als schrijver en filosoof

Zijn eerste grote boek, Die Geburt der Tragödie (De geboorte van de tragedie), verscheen in 1872. Daarin probeerde Nietzsche de Griekse tragedie te begrijpen vanuit een spanning tussen het Apollinische en het Dionysische: orde, maat en vorm tegenover roes, drift en ontgrenzing. Het boek werd door veel vakgenoten slecht ontvangen. Voor klassieke filologen was het te speculatief, te vrij, te weinig strikt wetenschappelijk.

Toch liet het meteen zien wat voor schrijver hij was. Nietzsche wilde niet alleen verklaren, maar ook ontregelen. In de reeks Unzeitgemässe Betrachtungen (Oneigentijdse beschouwingen), verschenen tussen 1873 en 1876, zette hij die toon voort. Hij keerde zich tegen zelfgenoegzaamheid, oppervlakkig historisch besef en culturele gemakzucht.

Vanaf Menschliches, Allzumenschliches (1878) veranderde zijn stijl merkbaar. Hij schreef losser, scherper en vaak in aforismen. Daarna volgden Morgenröthe (1881) en Die fröhliche Wissenschaft (1882). In die boeken werkte hij thema’s uit die onlosmakelijk met zijn naam verbonden zijn geraakt: de kritiek op christelijke moraal, de ontmaskering van schijnbaar vanzelfsprekende waarheden en de beroemde uitspraak dat “God dood is”.

Die formulering wordt vaak verkeerd begrepen. Nietzsche bedoelde niet eenvoudigweg dat God niet bestaat. Hij beschreef vooral een culturele toestand: in de moderne wereld hadden de oude religieuze zekerheden hun bindende kracht verloren. Dat zag hij niet als een triomf, maar als een crisis. Als de oude grond onder moraal en betekenis wegvalt, wat komt er dan voor in de plaats?

Wagner, vriendschap en verwijdering

Een belangrijke rol in zijn leven speelde Richard Wagner. Nietzsche bewonderde de componist aanvankelijk zeer en zag in hem een figuur die de Duitse cultuur nieuw leven kon inblazen. De twee stonden een tijdlang dicht bij elkaar.

Gaandeweg groeide de afstand. Die had te maken met persoonlijke spanningen, maar ook met inhoudelijke verschillen. Nietzsche keerde zich steeds sterker tegen Wagners nationalistische toon, zijn omgang met christelijke motieven en wat hij zag als theatrale overdaad. De breuk werd een intellectueel keerpunt. In Der Fall Wagner (1888) viel hij zijn voormalige held openlijk aan.

Zarathoestra en de grote werken

Tussen 1883 en 1885 verscheen Also sprach Zarathustra (Aldus sprak Zarathoestra), misschien wel het bekendste werk van Friedrich Nietzsche. Het is geen gewoon filosofisch traktaat, maar een profetisch en poëtisch boek vol beelden, toespraken en omkeringen. Hier duikt ook de figuur van de Übermensch op, vaak vertaald als “bovenmens”.

Dat begrip is veel misbruikt en versimpeld. Bij Nietzsche gaat het niet om een biologisch superieur mens of een politiek ras-ideaal, maar om een poging voorbij bestaande morele kaders te denken. Ook daarom is voorzichtigheid nodig bij simpele samenvattingen van zijn filosofie.

Na Zarathoestra volgden Jenseits von Gut und Böse (1886) en Zur Genealogie der Moral (1887). Vooral in die boeken is goed te zien hoe zijn denken werkt. Hij vraagt niet alleen wat goed en kwaad zijn, maar vooral hoe zulke begrippen zijn ontstaan. Moraal is voor hem geen tijdloos gegeven; ze heeft een geschiedenis, en dus ook belangen, machtsverhoudingen en verborgen drijfveren.

De uitdrukking “wil tot macht” hoort eveneens bij die fase van zijn denken. Nietzsche gebruikte die formule op verschillende manieren, niet als een strak afgebakend systeembegrip. Wie er één sluitende leer van maakt, doet zijn werk meestal tekort.

Het laatste productieve jaar

1888 was zijn laatste heldere en tegelijk buitengewoon productieve jaar. In korte tijd schreef hij Der Fall Wagner, Götzen-Dämmerung, Der Antichrist en Ecce Homo. Niet al deze boeken verschenen meteen. Der Antichrist werd pas later uitgegeven, Ecce Homo zelfs pas jaren na zijn dood.

In die teksten klinkt zijn stem vaak feller dan ooit. Hij schrijft met zelfbewustzijn, spot en aanvalslust, maar ook met een toon die achteraf soms onrustbarend aandoet. Hoe die laatste creatieve explosie zich precies verhoudt tot zijn naderende instorting, blijft onderwerp van discussie.

De instorting van Nietzsche in Turijn

Begin 1889 kwam in Turijn de breuk. Nietzsche stortte geestelijk in en was vanaf dat moment niet meer in staat zijn werk voort te zetten. Rond die gebeurtenis ontstond later het verhaal dat hij een mishandeld paard huilend om de hals zou zijn gevallen. Dat beeld is beroemd geworden, maar de historische basis ervan is onzeker. Het is beter het als overlevering te behandelen dan als vaststaand feit.

Na zijn inzinking werd hij eerst opgenomen en later verzorgd door zijn moeder. Na haar dood nam zijn zus, Elisabeth Förster-Nietzsche, die zorg over. De laatste jaren van zijn leven bracht hij grotendeels door in een toestand van geestelijke aftakeling, eerst in Naumburg en later in Weimar.

Dood en omstreden nalatenschap

Friedrich Nietzsche stierf op 25 augustus 1900 in Weimar. Lange tijd werd aangenomen dat syfilis de oorzaak was van zijn instorting en latere dood. Die diagnose is later door verschillende onderzoekers betwijfeld. Andere verklaringen, waaronder een hersenaandoening of beroerten, zijn eveneens naar voren gebracht. Zeker is vooral dat de medische kwestie niet definitief is opgehelderd.

Ook zijn nalatenschap raakte omstreden. Nietzsche wordt vaak in verband gebracht met antisemitisme en nationaalsocialisme, maar dat beeld vraagt correctie. In zijn eigen teksten uitte hij zich herhaaldelijk afwijzend over antisemitisme, Duits nationalisme en massapolitiek. Tegelijk is het waar dat sommige van zijn formuleringen hard, hiërarchisch of gevaarlijk open zijn, waardoor latere toe-eigening mogelijk werd.

Een belangrijke rol speelde zijn zus Elisabeth, die na zijn dood het Nietzsche-archief beheerde. Zij had zelf nationalistische en antisemitische sympathieën en heeft de presentatie van zijn werk sterk gestuurd. Daardoor ontstond een beeld dat niet zonder meer samenvalt met wat Friedrich Nietzsche zelf schreef en bedoelde.

Invloed van Friedrich Nietzsche

Tijdens zijn actieve leven bereikte hij maar een klein lezerspubliek. Erkenning kwam laat. Pas na zijn dood groeide zijn invloed snel. Zijn werk werkte door in de filosofie, literatuur, psychologie en theologie. Denkers als Heidegger, Foucault en Derrida lazen hem intensief; ook buiten de filosofie bleef zijn stem hoorbaar.

Dat heeft veel te maken met zijn manier van schrijven. Nietzsche bouwde geen rustig, gesloten systeem. Hij schreef onderzoekend, aanvallend, soms tegenstrijdig, vaak in fragmenten. Juist daardoor bleef hij leesbaar voor latere generaties. Zijn vragen zijn zelden geruststellend, maar ze dwingen nog altijd tot nadenken over waarheid, moraal, geloof en cultuur.

FAQ

Wanneer leefde Friedrich Nietzsche?

Hij leefde van 1844 tot 1900.

Waar werd Friedrich Nietzsche geboren?

Hij werd geboren in Röcken, in de Pruisische provincie Saksen.

Waarom is Friedrich Nietzsche beroemd?

Vooral door zijn kritiek op christendom, moraal en cultuur, en door begrippen als “God dood”, de Übermensch en de wil tot macht.

Wat studeerde Nietzsche?

Hij studeerde theologie en klassieke filologie in Bonn, en zette daarna vooral klassieke filologie voort in Leipzig.

Waaraan overleed Nietzsche?

Hij stierf in 1900 in Weimar. De precieze medische oorzaak blijft onderwerp van discussie; oudere diagnoses zoals syfilis worden vaak betwijfeld.