1. Home
  2. Vakgebieden
  3. Kunst en literatuur
  4. Hildegard van Bingen
Hildegard van Bingen

Hildegard van Bingen

8 min lezen

In de laatste jaren van haar leven lag er een schaduw over het klooster op de Rupertsberg. Er was ruzie ontstaan over de begrafenis van een man die volgens kerkelijke autoriteiten niet in gewijde aarde thuishoorde. Voor Hildegard van Bingen, toen al een oude en gezaghebbende abdis, was het geen klein meningsverschil maar een principiële kwestie. Het past bij haar leven: dat van een vrouw die binnen de kerk werkte, maar zich niet zonder meer liet wegduwen wanneer zij meende dat recht en geweten iets anders vroegen.

Hildegard van Bingen (1098-1179) was Benedictijnse abdis, visionair schrijfster, theologe, componiste en geleerde. Ze werd geboren in Bermersheim vor der Höhe, bij Alzey, en bracht een groot deel van haar leven door in en rond de kloosters van Disibodenberg, Rupertsberg en Eibingen. In de twaalfde eeuw, toen geleerdheid en openbaar gezag vooral met mannen werden verbonden, wist zij zich toch een plaats te verwerven die uitzonderlijk was. Ze schreef omvangrijke werken, componeerde muziek, correspondeerde met pausen, bisschoppen en wereldlijke machthebbers, en ondernam preekreizen in het Rijnland.

Jeugd van Hildegard van Bingen

Hildegard werd in 1098 geboren; haar precieze geboortedag is niet bekend. Volgens de overlevering was zij het tiende kind van haar ouders, een detail dat later vaak is verbonden met het idee dat zij als een soort “tiende gave” aan de kerk werd toegewijd. Of dat letterlijk zo is gegaan, valt niet met zekerheid vast te stellen, maar het laat wel zien hoe sterk haar levensverhaal al vroeg religieus werd ingekleurd.

Rond 1106 werd zij als jong meisje toevertrouwd aan Jutta van Sponheim, die leefde als religieuze kluizenares bij het klooster op de Disibodenberg. Daar kreeg Hildegard haar vorming. Ze leerde bidden, zingen, luisteren naar de Schrift en leven volgens de benedictijnse traditie. De Disibodenberg was geen groot centrum van macht, maar voor haar werd het de plaats waar haar denken en waarnemen zich konden ontwikkelen.

Later zou zij samenwerken met mensen die belangrijk voor haar werk werden, onder wie de monnik Volmar, die haar hielp bij het redigeren en ordenen van teksten, en Richardis von Stade, een jonge vrouw uit haar gemeenschap met wie zij een hechte band had.

Visioenen en het begin van haar boeken

Hildegard schreef later dat zij al vanaf haar jeugd visioenen had. Toch begon zij die pas op latere leeftijd systematisch op te tekenen. Het beslissende moment viel in 1141, toen zij ongeveer 42 jaar oud was. Volgens haar eigen verslag kreeg zij toen de opdracht om te schrijven wat zij zag en hoorde.

Dat was geen vanzelfsprekende stap. Een vrouw die haar visioenen op schrift stelde, moest rekening houden met scepsis. Juist daarom zocht Hildegard steun bij kerkelijke autoriteiten. Bernardus van Clairvaux speelde daarbij een rol, en in 1147-1148 werd tijdens de synode van Trier aandacht besteed aan delen van haar werk. Paus Eugenius III zou haar geschriften daar gunstig hebben ontvangen, wat haar positie aanzienlijk versterkte.

Haar eerste grote werk, Scivias (“Ken de wegen”), ontstond tussen 1141 en 1151. Het is een visioenboek waarin zij de schepping, de verlossing en de plaats van de mens in Gods orde beschrijft in een rijke, beeldende stijl. Daarna volgden Liber Vitae Meritorum (ongeveer 1158-1163) en Liber Divinorum Operum (ongeveer 1163-1173/1174). Samen vormen deze drie werken de kern van haar reputatie als mystica en theologe.

Wie Hildegard van Bingen leest, merkt dat haar teksten niet alleen vroom zijn, maar ook ambitieus. Ze wilde niet enkel persoonlijke ervaringen vastleggen; ze probeerde de samenhang van kosmos, mens en heilsgeschiedenis te beschrijven.

Abdis op de Rupertsberg

Na de dood van Jutta in 1136 werd Hildegard leidster van de vrouwelijke gemeenschap op de Disibodenberg. Niet lang daarna groeide haar verlangen naar meer zelfstandigheid. Rond 1150 stichtte zij, na de nodige spanningen met de monniken van Disibodenberg, een eigen klooster op de Rupertsberg bij Bingen. Dat was een belangrijke stap. Ze werd daarmee niet alleen geestelijk leidster, maar ook bestuurster van een zelfstandig vrouwenklooster.

Later kwam daar nog een tweede stichting bij in Eibingen, aan de overkant van de Rijn, waarschijnlijk rond 1165. Deze plaatsen zijn onlosmakelijk met haar naam verbonden. Ze vormden de basis van haar gezag, haar schrijfwerk en haar netwerk.

Dat netwerk was aanzienlijk. Uit haar bewaard gebleven brieven blijkt dat zij schreef aan pausen, abten, bisschoppen, keizer Frederik Barbarossa en andere vooraanstaande figuren. Die correspondentie laat zien dat Hildegard van Bingen niet alleen binnen de muren van haar klooster bekend was. Men vroeg haar om raad, vermaning of geestelijke duiding.

Hildegard van Bingen en haar kennis van natuur en genezing

Naast haar visioenliteratuur schreef Hildegard ook over de natuurlijke wereld, het menselijk lichaam en ziekte. Twee werken worden traditioneel met haar naam verbonden: Physica en Causae et curae, beide waarschijnlijk in de jaren 1150 samengesteld, al is de precieze datering niet helemaal zeker.

In deze teksten beschrijft zij planten, dieren, stenen en lichamelijke verschijnselen, vaak in verband met hun werking of betekenis voor gezondheid en genezing. Dat maakt haar voor moderne lezers aantrekkelijk, maar het vraagt ook om voorzichtigheid. Hildegard was geen “wetenschapper” in moderne zin. Haar natuurkennis staat midden in de middeleeuwse wereld, waar observatie, symboliek, medische traditie en theologie door elkaar lopen.

Daarom is het verstandiger om niet te zeggen dat zij de grondlegger was van de wetenschappelijke natuurgeschiedenis in Duitsland. Wel kan men stellen dat zij een opvallende en invloedrijke stem was in de middeleeuwse natuur- en geneesliteratuur. Haar naam is op dat terrein blijven voortleven, ook omdat zij het lichaam niet uitsluitend als bron van zonde beschreef, maar ook als deel van de geschapen orde.

Sommige onderzoekers wijzen erop dat haar opmerkingen over vrouwelijke gezondheid relatief aandachtig en concreet zijn voor haar tijd. Dat is een verdedigbare observatie, al moet men oppassen om haar op moderne wijze vooruitstrevend te noemen. Ze bleef een denker van de twaalfde eeuw.

Muziek van Hildegard van Bingen

Wie alleen haar visioenen kent, mist een belangrijk deel van haar werk. Hildegard was ook componiste. Onder haar naam is een verzameling liturgische gezangen overgeleverd, bekend als Symphonia armonie celestium revelationum. Daarnaast schreef zij het muzikale spel Ordo Virtutum, een allegorisch drama waarin de deugden zingend optreden tegenover de duivel, die juist niet zingt maar spreekt.

Haar muziek is opvallend door de grote melodische reikwijdte en de sterke verbinding tussen tekst en geestelijke betekenis. Het zijn geen losse kunstwerken in moderne zin, maar composities die thuishoren in de liturgie en in het religieuze leven van haar gemeenschap.

Vaak wordt Hildegard van Bingen de eerste bij naam bekende componiste uit de westerse muziekgeschiedenis genoemd. Dat is in grote lijnen verdedigbaar, al blijft bij zulke uitspraken altijd een voorbehoud nodig: uit vroegere eeuwen is nu eenmaal veel verloren gegaan. Wat wel vaststaat, is dat zij een van de vroegste componisten is van wie een omvangrijk oeuvre onder eigen naam is overgeleverd.

Lingua Ignota en haar eigenzinnige verbeelding

Een van de merkwaardigste kanten van Hildegards nalatenschap is de zogeheten Lingua Ignota, de “onbekende taal”, met een eigen woordenlijst en een bijzonder alfabet. Over het precieze gebruik ervan bestaat nog altijd discussie. Mogelijk ging het om een geestelijk of symbolisch project, mogelijk ook om een taalspel binnen haar gemeenschap.

Hoe dan ook laat het zien hoe breed haar verbeelding was. Hildegard beperkte zich niet tot commentaar op bestaande tradities; zij gaf soms ook nieuwe vormen aan haar denken.

Preekreizen en openbaar gezag

In de jaren 1160 ondernam Hildegard verschillende preekreizen, onder meer naar Mainz, Trier, Keulen en andere plaatsen in het Duitse rijk. Dat een vrouw in de twaalfde eeuw in het openbaar optrad met vermanende en geestelijke toespraken, was uitzonderlijk, al gebeurde het steeds binnen de ruimte die haar reputatie als visionaire abdis haar bood.

Die reizen bevestigen haar gezag. Zij was geen geleerde die alleen schreef voor een kleine kring. Ze trad naar buiten, sprak geestelijken toe en mengde zich in de religieuze kwesties van haar tijd. Dat betekent niet dat zij buiten de kerkelijke orde stond; juist haar gezag ontleende zij aan haar plaats binnen die orde. Maar ze gebruikte die plaats wel met opmerkelijke zelfstandigheid.

Conflict in de laatste jaren

De laatste fase van haar leven werd getekend door het conflict rond de begrafenis van een geëxcommuniceerde edelman op de Rupertsberg. Kerkelijke autoriteiten wilden dat het lichaam werd opgegraven; Hildegard verzette zich daartegen, omdat zij meende dat de man vóór zijn dood met de kerk was verzoend. Het conflict leidde tot sancties tegen haar gemeenschap, waaronder een verbod dat ook de liturgie raakte.

Hier staan dus twee perspectieven tegenover elkaar: aan de ene kant de kerkelijke bestuurders, die de regels rond excommunicatie en begrafenis wilden handhaven; aan de andere kant Hildegard, die zich beriep op pastorale en geestelijke gronden. Uiteindelijk werden de maatregelen weer opgeheven. Het voorval laat zien dat haar aanzien groot was, maar niet onaantastbaar.

Dood en latere erkenning

Hildegard stierf op 17 september 1179, waarschijnlijk op de Rupertsberg, ongeveer 81 jaar oud. Al kort na haar dood werd zij plaatselijk vereerd. Een formele heiligverklaring volgens de latere, strikte procedure bleef in de middeleeuwen uit, maar haar cultus bleef bestaan.

In 2012 werd die verering door paus Benedictus XVI officieel voor de gehele Rooms-Katholieke Kerk bevestigd via een zogeheten equivalente canonisatie. In datzelfde jaar riep hij haar uit tot kerklerares. Daarmee kreeg Hildegard van Bingen een bijzondere plaats binnen de katholieke traditie.

Dat latere eerherstel verklaart ook waarom haar naam steeds opnieuw opduikt. Niet alleen in studies over mystiek en middeleeuwse theologie, maar ook in muziekgeschiedenis, medische cultuur en de geschiedenis van vrouwenkloosters blijft zij een opvallende figuur.

FAQ

Wie was Hildegard van Bingen?

Hildegard van Bingen was een Benedictijnse abdis, mystica, theologe, schrijfster en componiste uit de twaalfde eeuw. Ze leefde van 1098 tot 1179.

Waar werd Hildegard van Bingen geboren?

Ze werd geboren in Bermersheim vor der Höhe, bij Alzey, in het huidige Rijnland-Palts.

Wat zijn de bekendste werken van Hildegard van Bingen?

Haar bekendste boeken zijn Scivias, Liber Vitae Meritorum en Liber Divinorum Operum. Ook haar muziekverzameling Symphonia en het spel Ordo Virtutum zijn belangrijk.

Waarom is Hildegard van Bingen belangrijk?

Ze was een uitzonderlijk invloedrijke vrouw in de middeleeuwen: als abdis, visionair auteur, briefschrijfster, componiste en denker over natuur en genezing.

Was Hildegard van Bingen heilig verklaard?

Ja. In 2012 werd haar heiligheid officieel erkend door paus Benedictus XVI, die haar ook tot kerklerares uitriep.