Leonardo da Vinci

Leonardo da Vinci

9 min lezen

In een eetzaal van het klooster Santa Maria delle Grazie in Milaan zit een groep mannen aan tafel. Het moment lijkt stil te staan, maar alles in het beeld beweegt: handen schieten omhoog, hoofden draaien, blikken kruisen elkaar. Leonardo da Vinci koos niet voor rust, maar voor het ogenblik waarop Christus zegt dat een van de apostelen hem zal verraden. Juist in zo’n scène is veel van Leonardo te herkennen: zijn aandacht voor gebaren, voor psychologie, voor de vraag hoe je een gebeurtenis zichtbaar maakt zonder haar dood te slaan in een vast schema.

Wie naar Leonardo da Vinci kijkt, ziet al snel de maker van de Mona Lisa of Het Laatste Avondmaal. Maar achter die beroemde werken staat een leven dat zich niet eenvoudig laat samenvatten. Hij was schilder en tekenaar, zeker, maar ook ontwerper, onderzoeker en hofdienaar. In zijn notitieboeken duikt steeds dezelfde drijfveer op: begrijpen hoe iets werkt, of het nu om waterstromen, spieren, gezichtsuitdrukkingen of machines ging.

Jeugd van Leonardo da Vinci

Leonardo werd op 15 april 1452 geboren in Anchiano, bij Vinci, in de Florentijnse Republiek. Zijn volledige naam luidde Leonardo di ser Piero da Vinci. “Da Vinci” is dus geen familienaam in moderne zin, maar verwijst naar zijn herkomst: uit Vinci.

Hij was de buitenechtelijke zoon van Ser Piero, een notaris, en Caterina, over wie de bronnen minder duidelijk zijn. Juist rond zijn afkomst bestaan nog altijd vragen. Historici hebben verschillende reconstructies gemaakt van zijn vroege gezinssituatie, maar niet alles is met zekerheid vast te stellen. Wel is duidelijk dat hij opgroeide in de omgeving van Vinci en later in Florence terechtkwam, het culturele centrum waar zijn talent zich kon ontwikkelen.

Rond 1469, mogelijk iets eerder, ging hij in de leer bij Andrea del Verrocchio. Dat atelier was geen school in moderne zin, maar een werkplaats waar schilderkunst, beeldhouwkunst, techniek en decoratie samenkwamen. Een leerling leerde er tekenen, verf bereiden, panelen opbouwen, perspectief toepassen en opdrachten uitvoeren voor uiteenlopende klanten. Voor Leonardo was dat de ideale omgeving: ambacht en onderzoek lagen er dicht bij elkaar.

In het atelier van Verrocchio

De jonge Leonardo viel waarschijnlijk al vroeg op door zijn tekentalent. Een beroemd voorbeeld is zijn bijdrage aan Verrocchio’s Doop van Christus, doorgaans gedateerd in de eerste helft van de jaren 1470. Volgens latere overlevering schilderde Leonardo een van de engelen en delen van het landschap. Het verhaal dat Verrocchio daarna nooit meer zou hebben geschilderd omdat zijn leerling hem overtrof, is aantrekkelijk, maar wordt meestal als legende beschouwd. Het zegt meer over Leonardo’s latere roem dan over wat er toen werkelijk gebeurde.

Wat in deze jaren wel zichtbaar wordt, is zijn manier van kijken. Hij observeerde niet alleen vormen, maar ook overgangen: hoe licht over huid glijdt, hoe stof valt, hoe een gezicht verandert door een kleine draaiing van het hoofd. In Florence ontstond de basis van wat later zijn handelsmerk zou worden: een schilderkunst waarin contouren verzachten en figuren bijna lijken te ademen.

In 1472 werd Leonardo opgenomen in het schildersgilde van Florence. Daarmee was hij formeel zelfstandig, al bleef hij nog enige tijd verbonden aan Verrocchio’s werkplaats.

Leonardo da Vinci in Florence en Milaan

Uit zijn Florentijnse jaren stammen vroege werken als de Annunciatie en het onvoltooide Aanbidding der Wijzen. Ook daarin is al te zien hoe sterk hij werd aangetrokken door complexe composities en door beweging binnen een groep figuren.

Rond 1482 vertrok Leonardo naar Milaan, waar hij in dienst trad van Ludovico Sforza. In een beroemde sollicitatiebrief presenteerde hij zich opvallend genoeg vooral als militair ingenieur en ontwerper, en pas aan het einde als schilder. Dat zegt iets over zijn eigen zelfbeeld, maar ook over de verwachtingen van een vorstelijk hof. Een kunstenaar moest meer kunnen dan schilderijen maken: feesten ontwerpen, vestingwerken bedenken, machines tekenen, prestige verlenen.

In Milaan werkte Leonardo aan uiteenlopende projecten. Hij schilderde er onder meer de Madonna op de rotsen en later Dame met de hermelijn, het portret van Cecilia Gallerani, waarschijnlijk rond 1489-1490. Dat schilderij laat goed zien hoe subtiel hij karakter wist te suggereren. De draaiing van haar lichaam, de levendige blik en de aanwezigheid van het dier maken het portret minder statisch dan veel tijdgenoten gewend waren.

Uit ongeveer dezelfde periode stamt de beroemde Vitruviusman, waarschijnlijk rond 1490. Het is geen schilderij, maar een tekening die laat zien hoe sterk Leonardo zich bezighield met proportie, meetkunde en het menselijk lichaam. Kunst en onderzoek zijn hier niet van elkaar te scheiden.

Het Laatste Avondmaal en de grenzen van vernieuwing

Tussen ongeveer 1495 en 1498 werkte Leonardo aan Het Laatste Avondmaal in het dominicanenklooster Santa Maria delle Grazie in Milaan. Het werk behoort tot de beroemdste beelden uit de westerse kunstgeschiedenis, maar het is ook verbonden met een mislukking. Leonardo experimenteerde met een techniek op droge muur in plaats van het gebruikelijke fresco, vermoedelijk omdat hij meer nuance en langzamere opbouw wilde bereiken. Het gevolg was dat het schilderij al snel begon te verslechteren.

Toch bleef de kracht van de voorstelling overeind. Niet het sacramentele ritueel staat centraal, maar de menselijke reactie op een schokkende uitspraak. De apostelen vormen geen keurige rij heiligen, maar een groep mannen die ieder op hun eigen manier reageren. Dat psychologische drama maakte diepe indruk op tijdgenoten en latere generaties.

Na de val van Ludovico Sforza in 1499 verliet Leonardo Milaan. In de jaren daarna bewoog hij zich tussen verschillende steden, onder meer Mantua, Venetië en opnieuw Florence. Hij werkte ook enige tijd voor Cesare Borgia, waarschijnlijk in 1502 en 1503, als militair architect en ingenieur. Dat deel van zijn loopbaan laat zien dat zijn opdrachtgevers hem niet alleen als kunstenaar zagen.

De Mona Lisa en het onvoltooide

In Florence begon Leonardo rond 1503 aan het portret dat later bekend zou worden als de Mona Lisa. De geportretteerde wordt meestal geïdentificeerd als Lisa Gherardini, de vrouw van de Florentijnse koopman Francesco del Giocondo. Die identificatie geldt tegenwoordig als waarschijnlijk, al is in het verleden ook over andere kandidaten gespeculeerd.

Wat vooral opvalt, is dat Leonardo het schilderij vermoedelijk jarenlang bij zich hield en bleef bewerken, mogelijk tot in zijn laatste levensjaren. Dat past bij zijn werkwijze. Hij werkte langzaam, stelde uit, begon opnieuw en liet veel projecten onvoltooid. Voor opdrachtgevers moet dat soms frustrerend zijn geweest; voor hem leek het bijna een noodzaak. Een werk was zelden echt af.

Ook de Slag bij Anghiari, een groot muurschilderproject in Florence, bleef onvoltooid en is verloren gegaan. Toch was juist dit soort werk belangrijk voor zijn reputatie onder tijdgenoten. Leonardo gold niet alleen als maker van een paar beroemde schilderijen, maar als iemand van uitzonderlijke verbeeldingskracht.

Notitieboeken, anatomie en techniek

Wie alleen naar de schilderijen kijkt, ziet maar een deel van Leonardo da Vinci. Zijn notitieboeken tonen een man die voortdurend observeerde en vragen stelde. Hoe beweegt water? Waarom glanst een oog? Hoe is een schouder opgebouwd? Hoe kun je een stad veiliger of efficiënter maken?

Van zijn aantekeningen zijn duizenden bladzijden bewaard gebleven, al is het oorspronkelijke totaal vermoedelijk groter geweest. Hij schreef vaak in spiegelschrift, van rechts naar links. Dat was waarschijnlijk geen geheimschrift, maar hing samen met zijn linkshandigheid en schrijfgewoonte.

Zijn anatomische studies behoren tot het indrukwekkendste deel van zijn nalatenschap. Leonardo ontleedde menselijke lichamen, waarschijnlijk in samenwerking met artsen en met toestemming van ziekenhuizen, vooral in Florence, Milaan en later mogelijk in Rome. Het beeld dat hij “lichaamsdelen uit het mortuarium stal” is te stellig en wordt door de bronnen niet goed gedragen. Wel is duidelijk dat hij verder ging dan veel kunstenaars van zijn tijd in het bestuderen van spieren, botten, organen en de werking van het lichaam.

Ook zijn technische ontwerpen hebben sterk bijgedragen aan zijn reputatie. In zijn notitieboeken staan schetsen van vliegmachines, bruggen, wapens, hydraulische systemen en voertuigen. Het is verleidelijk om daarin directe voorlopers van de helikopter of auto te zien, maar dat vereenvoudigt de zaak. Veel ontwerpen waren theoretisch, experimenteel of nooit uitvoerbaar in de vorm waarin hij ze tekende. Ze tonen vooral zijn manier van denken: hij onderzocht beweging, kracht en constructie met een vrijheid die uitzonderlijk was.

Persoonlijk leven van Leonardo da Vinci

Over Leonardo’s privéleven is minder bekend dan over zijn werk. Hij trouwde nooit en liet geen wettige kinderen na. Er is veel geschreven over zijn relaties, onder meer over zijn band met de leerling en assistent Salaì, die vanaf zijn jeugd deel uitmaakte van Leonardo’s huishouden. Sommige historici zien daarin mogelijk een liefdesrelatie, anderen wijzen erop dat hard bewijs ontbreekt. Voorzichtigheid is hier dus op zijn plaats.

Dat hij een opvallende persoonlijkheid was, blijkt wel uit beschrijvingen van tijdgenoten en uit zijn eigen gewoonten. Hij kleedde zich verzorgd, hield van mooie voorwerpen en stond bekend als een begaafd verteller en musicus. Vaak wordt ook vermeld dat hij geen vlees at. Daarvoor bestaat enige historische grond, maar hoe strikt dat in de praktijk was, valt niet met volledige zekerheid te zeggen.

De laatste jaren in Frankrijk

In 1516 vertrok Leonardo naar Frankrijk, op uitnodiging van koning Frans I. Hij vestigde zich in Clos Lucé bij Amboise. Daar bracht hij de laatste jaren van zijn leven door, omringd door enkele leerlingen en medewerkers, onder wie Francesco Melzi.

Zijn rol aan het Franse hof was die van een gerespecteerde oudere meester. Hij nam schilderijen mee, waarschijnlijk ook de Mona Lisa, en hield zich bezig met ontwerpen en plannen. Op 2 mei 1519 stierf Leonardo da Vinci in Amboise, 67 jaar oud.

Het bekende verhaal dat hij in de armen van Frans I zou zijn gestorven, is beroemd geworden in de kunstgeschiedenis, maar wordt doorgaans als legendarisch beschouwd. De koning was waarschijnlijk niet aanwezig op het moment van zijn dood.

Nalatenschap van Leonardo da Vinci

Leonardo’s nalatenschap bestaat uit een klein aantal schilderijen, een groot aantal tekeningen en een enorme hoeveelheid aantekeningen. Juist die combinatie verklaart waarom hij zo’n bijzondere plaats inneemt in de geschiedenis. Hij was geen geleerde in universitaire zin en ook geen kunstenaar die zich beperkte tot zijn atelier. Hij bewoog zich tussen disciplines zonder die scherp van elkaar te scheiden.

De Mona Lisa, Het Laatste Avondmaal, de Vitruviusman en Dame met de hermelijn hebben zijn naam beroemd gemaakt. Tegelijk hebben de notitieboeken het beeld versterkt van Leonardo da Vinci als iemand die de zichtbare wereld niet alleen wilde weergeven, maar ook doorgronden. Daarin ligt misschien zijn meest kenmerkende kwaliteit: kijken was voor hem nooit passief. Het was een vorm van onderzoek.

FAQ

Wanneer werd Leonardo da Vinci geboren?

Leonardo da Vinci werd geboren op 15 april 1452 in Anchiano, bij Vinci, in de Florentijnse Republiek.

Wanneer overleed Leonardo da Vinci?

Hij stierf op 2 mei 1519 in Amboise, in Frankrijk.

Wat zijn de bekendste werken van Leonardo da Vinci?

De bekendste werken zijn de Mona Lisa, Het Laatste Avondmaal, de Vitruviusman en Dame met de hermelijn.

Was Leonardo da Vinci alleen schilder?

Nee. Hij was ook tekenaar, ontwerper, ingenieur en onderzoeker, met grote belangstelling voor anatomie, waterbouw, machines en proportieleer.

Was Leonardo da Vinci getrouwd?

Nee, hij trouwde nooit. Over zijn liefdesleven bestaan vermoedens, maar harde bewijzen zijn schaars.