In de herfst van 1791 liep Wolfgang Amadeus Mozart nog gewoon door Wenen, terwijl hij tegelijk aan meerdere werken werkte die later tot de beroemdste uit de muziekgeschiedenis zouden gaan behoren. Die Zauberflöte was net in première gegaan, aan het onvoltooide Requiem werd nog geschreven, en achter de schermen bleven de geldzorgen knagen. Dat contrast typeert zijn leven misschien wel het best: een componist met een uitzonderlijk gehoor en een onuitputtelijke verbeelding, maar ook een man die zich staande moest houden in de weerbarstige praktijk van de achttiende eeuw.
Wolfgang Amadeus Mozart werd geboren op 27 januari 1756 in Salzburg en stierf in Wenen op 5 december 1791, slechts 35 jaar oud. In die korte tijd schreef hij meer dan zeshonderd werken: opera’s, symfonieën, concerten, kamermuziek, kerkmuziek en pianostukken. Hij was niet alleen componist, maar ook pianist, violist en dirigent. Toch is het beeld van Mozart als wonderkind maar een deel van het verhaal. Zijn volwassen jaren waren minstens zo bepalend voor zijn plaats in de muziekgeschiedenis.
Jeugd van Wolfgang Amadeus Mozart
Mozarts volledige doopnaam was Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart. In brieven en documenten gebruikte hij verschillende vormen van zijn naam, waaronder Wolfgang Amadé. Hij groeide op in een muzikaal gezin. Zijn vader Leopold Mozart was violist, componist en muziekpedagoog, en zag al vroeg hoe uitzonderlijk begaafd zijn zoon was. Ook Mozarts oudere zus Maria Anna, beter bekend als Nannerl, was een zeer getalenteerde musicus.
Al op jonge leeftijd speelde Mozart klavecimbel en viool, en hij begon vroeg met componeren. De eerste stukjes die aan hem worden toegeschreven dateren uit zijn kinderjaren. Dat hij op vijfjarige leeftijd al componeerde, is dus niet zomaar een later verzinsel, al moet erbij worden gezegd dat zijn vader die vroege werken noteerde en begeleidde. Het wonderkind stond nooit helemaal los van het gezin dat zijn talent vormgaf en presenteerde.
In 1762 begon Leopold met zijn kinderen aan concertreizen die hen langs verschillende Europese hoven en steden voerden. Vanaf 1763 volgde een langere reis door onder meer Duitsland, de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk, Engeland en de Republiek. Daar trad Mozart op voor vorsten, adel en publiek dat gefascineerd was door zijn geheugen, improvisatievermogen en technische beheersing. Zulke reizen maakten hem beroemd, maar ze waren ook zwaar. Het leven van het muzikale wonderkind bestond uit eindeloos reizen, optreden en zich telkens opnieuw bewijzen.
Van Salzburg naar Wenen
Salzburg bleef lang het vaste punt in Mozarts leven. Hij werkte er in dienst van de aartsbisschop, een positie die hem zekerheid gaf maar ook beperkte. De verhouding met het hof verslechterde in de loop van de jaren. Mozart wilde meer vrijheid, meer ruimte om zelf opdrachten aan te nemen en zich als componist te ontwikkelen buiten de strakke hofcultuur.
In 1781 kwam het tot een breuk. Na een conflict met de entourage van aartsbisschop Colloredo verliet Mozart Salzburg en vestigde hij zich in Wenen. Dat was een beslissend moment. In plaats van een vaste hofmusicus werd hij daar een zelfstandig werkend componist en uitvoerder. Dat bood kansen, maar bracht ook onzekerheid mee.
In Wenen gaf hij les, organiseerde hij concerten, trad hij op als pianist en schreef hij muziek in opdracht. Vooral in het midden van de jaren 1780 kende hij succesvolle jaren. Zijn pianoconcerten trokken publiek, zijn naam was gevestigd en hij verdiende goed. Toch bleef zijn financiële situatie kwetsbaar. Er zijn aanwijzingen dat hij in bepaalde jaren aanzienlijk verdiende, maar moderne vergelijkingen met dollars of miljoenenbedragen zeggen weinig over zijn werkelijke positie. Zeker is dat Mozart geregeld geld leende, onder meer van vriend en vrijmetselaarsbroeder Michael Puchberg, en dat zijn inkomsten schommelden.
Mozart als componist van opera en instrumentale muziek
Mozarts ontwikkeling als componist verliep opvallend snel. Al als tiener schreef hij opera’s, en met Mitridate, re di Ponto beleefde hij in 1770 in Milaan een belangrijk succes. In datzelfde jaar ontving hij de pauselijke Orde van de Gulden Spoor. Zulke onderscheidingen onderstreepten zijn vroege reputatie, maar ze maakten hem nog niet automatisch onafhankelijk of financieel zeker.
Zijn echte doorbraak in het Duitstalige operaleven kwam later, met Die Entführung aus dem Serail uit 1782. Daarin liet Mozart horen hoe levendig, theatraal en muzikaal rijk zijn operastijl was geworden. In de jaren daarna volgden de werken waarmee zijn naam blijvend aan het operatoneel verbonden raakte.
Le nozze di Figaro ging in 1786 in première, Don Giovanni in 1787, Così fan tutte in 1790 en Die Zauberflöte in 1791. Vooral in de samenwerking met librettist Lorenzo Da Ponte ontstonden opera’s waarin humor, sociale spanning, melancholie en psychologisch inzicht samenkomen. Mozart schreef geen vlakke toneelfiguren; hij gaf zijn personages muziek mee die hen menselijk en tegenstrijdig maakt.
Daarnaast componeerde hij in hoog tempo instrumentale muziek. De laatste drie symfonieën, waaronder Symfonie nr. 40 in g-klein en Symfonie nr. 41 in C, de latere Jupiter-symfonie, stammen uit 1788. Eine kleine Nachtmusik werd geschreven in 1787 en behoort nog altijd tot zijn bekendste werken. Zijn pianoconcerten uit de Weense jaren laten bovendien horen hoe sterk Mozart was als componist én uitvoerder: virtuoos, maar nooit alleen op effect gericht.
Vriendschappen, samenwerking en muzikale kring
Mozart werkte niet in afzondering. Hij maakte deel uit van een levendige muzikale wereld waarin componisten, zangers, librettisten, uitgevers en aristocratische opdrachtgevers elkaar voortdurend ontmoetten. De samenwerking met Lorenzo Da Ponte was daarin van groot belang. Zonder diens libretti zouden Figaro, Don Giovanni en Così fan tutte er niet hebben uitgezien zoals we ze nu kennen.
Ook Joseph Haydn speelde een belangrijke rol in Mozarts leven. De twee bewonderden elkaars werk en ontmoetten elkaar geregeld. Haydn sprak met groot respect over Mozarts talent, en Mozart droeg een reeks strijkkwartetten aan hem op. Dat zegt iets over de wederzijdse waardering. Het beeld van Mozart als geïsoleerd genie doet daarom geen recht aan de werkelijkheid: hij stond midden in het muzikale leven van zijn tijd.
Het privéleven van Mozart
In 1782 trouwde Mozart met Constanze Weber, tegen de zin van zijn vader. Het huwelijk was hecht, al werd het belast door ziekte, geldzorgen en het verlies van kinderen. Het paar kreeg zes kinderen, van wie er slechts twee volwassen werden: Karl Thomas en Franz Xaver Wolfgang. Dat was in de achttiende eeuw niet uitzonderlijk, maar het maakt de huiselijke kant van Mozarts leven des te tastbaarder.
Over zijn karakter is veel geschreven, soms op basis van brieven die verrassend speels of grof van toon zijn. Mozart hield van woordgrappen, van soms platte humor en van gezelschap. Hij speelde graag biljart en had een levendige, soms rusteloze aard. Zulke details halen hem weg uit het marmeren standbeeld waarin latere bewonderaars hem graag veranderden.
Hij was bovendien vrijmetselaar, vanaf 1784. Dat lidmaatschap was niet louter een voetnoot. Ideeën over broederschap, wijsheid en inwijding klinken door in sommige van zijn werken, vooral in Die Zauberflöte, al moet men ook hier oppassen voor al te stellige interpretaties. Niet elk symbool in die opera laat zich rechtstreeks tot de vrijmetselarij herleiden.
Een klein, veelzeggend detail uit zijn leven is zijn spreeuw. Mozart hield het dier enige jaren als huisgenoot en noteerde zelfs een melodie die de vogel zou hebben nagefloten. Het is een huiselijk beeld, maar het past wonderlijk goed bij iemand voor wie muziek overal leek op te duiken.
De laatste maanden en de dood van Wolfgang Amadeus Mozart
Het laatste levensjaar van Mozart was buitengewoon productief. In 1791 schreef hij onder meer La clemenza di Tito en Die Zauberflöte, terwijl hij ook werkte aan het Requiem. Dat laatste werk bleef onvoltooid bij zijn dood en werd later voltooid door zijn leerling Franz Xaver Süssmayr, waarschijnlijk op basis van Mozarts schetsen en mondelinge aanwijzingen. Juist daardoor is het Requiem omgeven geraakt met verhalen, speculaties en romantische overdrijving.
Mozart stierf op 5 december 1791 in Wenen. Als doodsoorzaak werd destijds “hitziges Frieselfieber” genoteerd, een brede en inmiddels verouderde medische aanduiding. Sindsdien zijn talloze theorieën geopperd, van reumatische koorts tot nierproblemen of een infectieziekte. Zekerheid is er niet. Ook het hardnekkige verhaal dat Antonio Salieri hem zou hebben vergiftigd, behoort eerder tot de mythevorming dan tot de historische werkelijkheid.
Over zijn begrafenis bestaan eveneens misverstanden. Mozart kreeg geen massagraf in de moderne betekenis van het woord, maar werd begraven volgens de Weense gebruiken voor burgers van zijn stand, in een algemeen graf op het St. Marxer Friedhof. De precieze plek is niet met zekerheid bekend. Dat heeft later bijgedragen aan het raadselachtige beeld rond zijn dood.
De blijvende betekenis van Mozart
Dat Mozart zo jong stierf, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan zijn legende. Maar zijn reputatie rust niet op het tragische einde alleen. Ze berust op de muziek zelf: de lichtheid die nooit oppervlakkig wordt, de dramatische scherpte van de opera’s, de helderheid van de kamermuziek, de spanning in de symfonieën en de mengeling van elegantie en diepgang in de concerten.
Wie naar Mozart luistert, hoort niet alleen een wonderkind of een icoon uit de klassieke muziek. Men hoort een componist die de vormen van zijn tijd tot het uiterste beheerste en ze tegelijk soepeler, menselijker en rijker maakte. Daarom blijft Wolfgang Amadeus Mozart een centrale figuur in de muziekgeschiedenis.
FAQ
Wanneer werd Wolfgang Amadeus Mozart geboren?
Mozart werd geboren op 27 januari 1756 in Salzburg.
Wanneer stierf Mozart?
Hij overleed op 5 december 1791 in Wenen, op 35-jarige leeftijd.
Wat zijn de bekendste werken van Mozart?
Bekende werken van Mozart zijn onder meer Die Zauberflöte, Don Giovanni, Le nozze di Figaro, Eine kleine Nachtmusik, Symfonie nr. 40, de Jupiter-symfonie en het Requiem.
Was Mozart echt een wonderkind?
Ja. Hij trad al als kind op aan Europese hoven en componeerde op zeer jonge leeftijd. Daarbij speelde zijn vader Leopold een grote rol in zijn opleiding en presentatie.
Waaraan stierf Mozart?
Dat is niet met zekerheid bekend. Er zijn verschillende medische theorieën, maar geen sluitend bewijs voor één doodsoorzaak.


