Een predikantszoon uit Zundert, een kamer in Parijs, het felle licht van Arles en een laatste zomer in Auvers-sur-Oise: in dat spoor voltrok zich het korte leven van Vincent van Gogh. Hij werd geboren op 30 maart 1853 en stierf op 29 juli 1890, maar in die betrekkelijk korte tijd legde hij een weg af die nog altijd tot de verbeelding spreekt. Eerst zocht hij zijn plaats in de kunsthandel, het onderwijs en de religie. Pas later koos hij onomkeerbaar voor het schilderen.
Tijdens zijn leven bleef brede erkenning grotendeels uit. Na zijn dood groeide Vincent van Gogh uit tot een van de bekendste kunstenaars uit de westerse kunstgeschiedenis. Zijn naam is verbonden met krachtige kleuren, een beweeglijke toets en schilderijen die voor veel mensen onmiddellijk herkenbaar zijn.
Jeugd en familie van Vincent van Gogh
Vincent Willem van Gogh werd geboren in Zundert, in Noord-Brabant, als zoon van dominee Theodorus van Gogh en Anna Cornelia Carbentus. In zijn familiegeschiedenis zit een detail dat vaak genoemd wordt: een jaar vóór zijn geboorte was er ook een zoon geboren die Vincent heette, maar die dood ter wereld kwam. Daardoor groeide hij op met dezelfde naam als het kind dat vóór hem verloren was gegaan.
Zijn jeugd speelde zich af in een protestants, burgerlijk milieu. Hij bezocht in 1861 en 1862 de dorpsschool, kreeg daarna enige tijd thuisonderwijs en ging vervolgens van 1864 tot 1866 naar kostschool in Zevenbergen. Van 1866 tot 1868 zat hij op de Rijks-HBS Koning Willem II in Tilburg. Daar hield zijn formele schoolloopbaan al vroeg op.
Over zijn kinderjaren is minder met zekerheid bekend dan over zijn latere leven, maar de brieven en herinneringen van familieleden laten wel zien dat hij gevoelig, ernstig en vaak in zichzelf gekeerd kon zijn. Dat beeld moet niet te eenvoudig worden gemaakt: hij was niet van jongs af aan al de eenzame kunstenaar uit de latere mythe. Die voorstelling is voor een deel pas achteraf ontstaan.
Eerste werk en een lange zoektocht
Zijn werkzame leven begon niet met verf en doek, maar in de kunsthandel. In 1869 trad hij in dienst bij Goupil & Cie in Den Haag, een firma die kunst verkocht aan een groeiend publiek. Dat gaf hem vroeg inzicht in hoe schilderijen circuleerden, werden gewaardeerd en verhandeld.
In 1873 werd hij overgeplaatst naar Londen. Later werkte hij ook in Parijs. Toch voelde hij zich in die wereld steeds minder thuis. In 1876 eindigde zijn dienstverband bij Goupil. Daarna volgde een onrustige periode waarin hij verschillende richtingen uitprobeerde. Hij werkte korte tijd als hulponderwijzer in Engeland en trad er ook op als hulpprediker.
Terug in Nederland werkte hij in 1877 een poos in een boekhandel in Dordrecht. Daarna bereidde hij zich in Amsterdam voor op een studie theologie, maar dat plan liep vast. In 1878 volgde hij in Laken, bij Brussel, een korte opleiding tot evangelist. Vervolgens ging hij in de Borinage in België wonen, waar hij in 1878 en 1879 werkte onder mijnwerkers.
Die jaren zijn belangrijk om Vincent van Gogh te begrijpen. Hij leefde er dicht op armoede, uitputting en sociale ongelijkheid. Zijn medeleven met arbeiders en eenvoudige gezinnen was oprecht, al is het goed om daar geen heiligenverhaal van te maken. Wat wel duidelijk is: de Borinage liet een blijvende indruk op hem achter. Niet lang daarna begon het besef te groeien dat hij zich via tekenen en schilderen moest uitdrukken.
De keuze voor het kunstenaarschap
In 1880 besloot hij kunstenaar te worden. Dat was geen plotselinge ingeving, maar het resultaat van jaren zoeken. Zijn broer Theo van Gogh, die een onmisbare steun zou blijven, hielp hem financieel en moreel. De briefwisseling tussen de broers behoort tot de belangrijkste bronnen voor zijn leven en werk.
Hij vestigde zich in Brussel, waar hij veel tekende en zich de basis van het vak eigen maakte. Van een lange, regelmatige academische opleiding was nauwelijks sprake. Zijn ontwikkeling verliep vooral door hardnekkig oefenen, bestuderen en opnieuw beginnen. In 1881 verbleef hij in Etten, bij zijn ouders, en later in Den Haag, waar hij contact had met de schilder Anton Mauve. Mauve gaf hem advies en bracht hem in aanraking met de praktijk van het werken in olieverf en aquarel, al verslechterde hun verhouding later.
In deze jaren maakte hij talloze studies van boeren, arbeiders, wevers en landschappen. Ook de vele zelfportretten horen bij zijn leerproces, al stammen de meeste uit de latere Parijse periode. Modellen waren duur; zijn eigen gezicht was altijd beschikbaar. De brieven aan Theo laten zien hoe serieus hij zijn ontwikkeling nam. Hij schreef niet alleen over geldzorgen en gezondheid, maar ook over kleur, compositie en de schilders die hij bewonderde.
Nuenen, De aardappeleters en de donkere jaren
Na omzwervingen via Drenthe kwam hij eind 1883 terecht in Nuenen, waar zijn ouders toen woonden. Daar werkte hij intensief aan studies van boerenleven en handarbeid. Het is de periode van donkere aardkleuren, sobere interieurs en gezichten die niet verfraaid zijn.
In 1885 ontstond zijn eerste grote meesterwerk: De aardappeleters. Met dat schilderij wilde hij geen idyllisch tafereel maken, maar een ruwe, eerlijke voorstelling van mensen die leefden van het land en met hun handen werkten. Hij vond juist de grofheid en het donkere palet passend bij het onderwerp. Het werk werd in zijn eigen kring niet onverdeeld bewonderd, maar geldt nu als een sleutelschilderij uit zijn Nederlandse jaren.
Datzelfde jaar stierf zijn vader onverwacht. Niet lang daarna vertrok hij uit Nuenen. Eerst ging hij naar Antwerpen, waar hij musea bezocht, Japanse prenten begon te verzamelen en korte tijd lessen volgde aan de kunstacademie. De stad bracht hem in contact met andere kunst dan hij tot dan toe vooral had bestudeerd.
Parijs: licht, kleur en nieuwe invloeden
In 1886 verhuisde hij naar Parijs, waar hij bij Theo ging wonen, die daar inmiddels voor een kunsthandel werkte. Die stap veranderde zijn schilderkunst ingrijpend. In de Franse hoofdstad kwam hij in aanraking met impressionisten en andere vernieuwers, onder wie kunstenaars uit de kring rond Montmartre. Hij zag werk van onder anderen Claude Monet, Camille Pissarro en Edgar Degas, en leerde ook schilders als Émile Bernard en Henri de Toulouse-Lautrec kennen.
Parijs bracht meer licht in zijn werk, letterlijk en figuurlijk. De donkere tonen van Nuenen maakten plaats voor lichtere kleuren, fellere contrasten en een lossere toets. De invloed van Japanse houtsneden is in deze jaren eveneens duidelijk zichtbaar: in de vlakverdeling, de contouren en zijn belangstelling voor ongewone uitsneden.
Veel van de bekende zelfportretten van Vincent van Gogh ontstonden in deze periode. Ze zijn niet alleen persoonlijke documenten, maar ook oefeningen in kleur en techniek. Hij onderzocht wat verf kon doen, hoe complementaire kleuren elkaar konden versterken en hoe een gezicht niet alleen gelijkenis, maar ook spanning kon dragen.
Arles en het Gele Huis
In februari 1888 vertrok hij naar Arles, in Zuid-Frankrijk. Hij hoopte daar het heldere licht en de kleuren te vinden die hij in Parijs had gezocht. In Arles werkte hij met een verbeten energie. Boomgaarden in bloei, korenvelden, bruggen, nachttaferelen en interieurs volgden elkaar in hoog tempo op.
Hij huurde kamers in het zogenoemde Gele Huis en droomde van een kunstenaarsgemeenschap in het zuiden. Paul Gauguin kwam in het najaar van 1888 bij hem wonen. Dat samenzijn duurde maar kort en eindigde in spanningen. In diezelfde maanden schilderde Van Gogh onder meer de verschillende versies van Zonnebloemen, Het gele huis en Caféterras bij nacht.
De crisis van december 1888, het beroemde oorincident, is een van de meest besproken episodes uit zijn leven. Vast staat dat hij na een conflict met Gauguin een deel van zijn linkeroor afsneed en in verwarde toestand terechtkwam. Hoe de gebeurtenissen precies verliepen, blijft onderwerp van debat. De oude voorstelling dat alleen de oorlel werd afgesneden, is moeilijk vol te houden; de tekening van arts Félix Rey wijst op een veel groter letsel. De theorie dat Gauguin hem verwondde, is later geopperd, maar wordt door veel historici niet als de meest waarschijnlijke lezing gezien. Zeker is in elk geval dat Van Gogh zelf ernstig gewond raakte en daarna medische zorg nodig had.
Saint-Rémy en de laatste maanden in Auvers
Na terugkerende aanvallen van verwarring en onrust liet hij zich in mei 1889 vrijwillig opnemen in de inrichting Saint-Paul-de-Mausole in Saint-Rémy-de-Provence. Ook daar bleef hij werken, soms vanuit de tuin en de omgeving van de inrichting, soms naar herinnering of verbeelding. Uit deze periode stammen onder meer De sterrennacht, de cipressen-schilderijen en verschillende versies van De slaapkamer, al was de eerste versie daarvan al in Arles geschilderd, in 1888.
Zijn gezondheid bleef broos, maar zijn productiviteit was groot. In mei 1890 vertrok hij naar Auvers-sur-Oise, ten noorden van Parijs, waar hij onder toezicht stond van dokter Paul Gachet. In die laatste maanden schilderde hij opnieuw in hoog tempo: landschappen, dorpsgezichten, portretten en korenvelden. Amandelbloesem hoort overigens niet bij Auvers, maar werd eerder in 1890 geschilderd in Saint-Rémy, ter gelegenheid van de geboorte van Theo’s zoon, die ook Vincent werd genoemd.
Op 27 juli 1890 raakte hij gewond door een schot. De gangbare lezing is dat hij zichzelf heeft neergeschoten en twee dagen later, op 29 juli, in Auvers-sur-Oise overleed aan de gevolgen daarvan. Er zijn later alternatieve verklaringen geopperd, waaronder een ongeluk waarbij jongens betrokken zouden zijn geweest. Die hypothese heeft aandacht gekregen, maar de meeste biografen houden vast aan zelfdoding, mede omdat hij zelf tegenover omstanders geen ander scenario naar voren bracht.
Theo was bij hem in zijn laatste uren. Hij overleed zelf enkele maanden later, op 25 januari 1891.
Schilderstijl en betekenis
Vincent van Gogh wordt meestal gerekend tot het postimpressionisme, al dekt zo’n stromingsnaam nooit helemaal de lading. Zijn werk veranderde snel en sterk in de loop van tien jaar. Van de donkere boerenstukken in Nederland ging hij naar het lichtere experiment in Parijs en vervolgens naar de verzadigde kleuren en krachtige ritmes van Arles en Saint-Rémy.
Wat zijn schilderijen zo herkenbaar maakt, is niet één enkel kenmerk, maar een samenspel van dingen: kleur die emotionele lading krijgt, penseelstreken die zichtbaar en richtinggevend blijven, en composities die vaak tegelijk zorgvuldig opgebouwd en onrustig van energie zijn. Hij schilderde niet zomaar wat hij zag; hij zocht naar een beeld dat de waarneming versterkte.
Tot zijn bekendste werken behoren De aardappeleters (1885), de reeks Zonnebloemen (1888), Caféterras bij nacht (1888), Het gele huis (1888), De slaapkamer (1888-1889), De sterrennacht (1889), Korenveld met kraaien (1890) en Amandelbloesem (1890).
Zijn invloed op latere kunstenaars was groot. Vooral expressionisten en fauvisten zagen in zijn werk een voorbeeld van hoe kleur en vorm meer konden zijn dan een nauwkeurige weergave van de zichtbare werkelijkheid.
Erkenning na zijn dood
Het beeld dat hij tijdens zijn leven volkomen onbekend was, moet iets worden genuanceerd. Hij verkocht inderdaad weinig, en grote publieke waardering bleef uit, maar hij was niet geheel onzichtbaar. Enkele kunstenaars, critici en verzamelaars kenden zijn werk wel degelijk. De echte doorbraak kwam pas na zijn dood, mede dankzij de inzet van Theo’s weduwe, Jo van Gogh-Bonger, die zijn schilderijen en brieven onder de aandacht bracht.
Daardoor groeide Vincent van Gogh uit tot een kunstenaar van wereldformaat. Zijn werk hangt in de belangrijkste musea en trekt nog altijd veel bezoekers, onder meer in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Ook zijn brieven zijn van onschatbare waarde gebleken. Ze laten niet alleen de mens achter de schilder zien, maar ook een kunstenaar die scherp nadacht over zijn vak.
FAQ
Wanneer leefde Vincent van Gogh?
Hij leefde van 30 maart 1853 tot 29 juli 1890.
Waar werd Vincent van Gogh geboren?
In Zundert, in Noord-Brabant.
Waarom is Vincent van Gogh zo beroemd?
Vooral door zijn herkenbare schilderstijl, zijn invloed op latere kunst en werken als Zonnebloemen, De sterrennacht en De aardappeleters.
Wat gebeurde er met zijn oor?
Na een crisis in Arles sneed hij een deel van zijn linkeroor af. Over de precieze toedracht bestaat discussie, maar dat hij zichzelf ernstig verwondde staat vast.
Heeft Vincent van Gogh tijdens zijn leven succes gehad?
Beperkt. Hij kreeg enige aandacht in kunstenaarskringen, maar brede erkenning en roem kwamen pas na zijn dood.


