1. Home
  2. Vakgebieden
  3. Kunst en literatuur
  4. Johann Sebastian Bach
Johann Sebastian Bach

Johann Sebastian Bach

9 min lezen

In Leipzig, op zondagmorgen, moest de muziek op tijd klaar zijn. Er waren kerkdiensten, repetities, leerlingen, stadsbestuurders met meningen en zangers die niet altijd deden wat hun cantor hoopte. In die wereld werkte Johann Sebastian Bach jarenlang met een vanzelfsprekendheid die bijna nuchter aandoet. Hij was geen kunstenaar die zich buiten het dagelijks leven plaatste, maar een musicus die componeerde omdat er gezongen, gespeeld en onderwezen moest worden. Juist daaruit groeide een oeuvre dat later tot het hart van de westerse muziek zou gaan behoren.

Johann Sebastian Bach werd geboren op 21 maart 1685 in Eisenach, in het hertogdom Saksen-Eisenach. Hij stierf op 28 juli 1750 in Leipzig. Tussen die twee data ligt een leven dat zich afspeelde in kerken, aan vorstelijke hoven en in schoolgebouwen, in een Duitsland dat nog geen eenheidsstaat was maar bestond uit vele vorstendommen en vrije steden. Wie Bach alleen kent van de Matthäus-Passion of de Brandenburgse Concerten, ziet gemakkelijk over het hoofd hoe sterk zijn bestaan verbonden was met praktisch werk: spelen, lesgeven, dirigeren, kopiëren, organiseren.

Jeugd van Johann Sebastian Bach

Bach kwam uit een familie waarin muziek bijna een ambacht was. De naam Bach was in Midden-Duitsland al generaties lang verbonden met stads- en hofmusici. Dat er meer dan honderd musici in de uitgebreide familie voorkwamen, wordt vaak genoemd; het precieze aantal hangt af van hoe ruim men de familiekring telt, maar uitzonderlijk muzikaal was die omgeving zonder twijfel.

Zijn vader, Johann Ambrosius Bach, was stadsmusicus in Eisenach. Zijn moeder was Maria Elisabeth Lämmerhirt. Al vroeg kreeg Johann Sebastian dus muziek om zich heen, al werd zijn jeugd ook getekend door verlies. Zijn moeder stierf in 1694, zijn vader in 1695. De tienjarige jongen ging daarna wonen bij zijn oudere broer Johann Christoph Bach in Ohrdruf, die organist was. Daar kreeg hij verder onderwijs, zowel op school als in de muziek.

Later trok hij naar Lüneburg, waar hij als koorknaap aan de Michaelisschool verbonden was. Die jaren waren belangrijk. Hij hoorde er verschillende stijlen, maakte kennis met een bredere muzikale wereld en ontwikkelde zich als toetsenist. Dat hij al jong nieuwsgierig en vasthoudend was, past bij het beeld dat uit latere verhalen oprijst, al zijn sommige anekdotes over zijn jeugd moeilijk met zekerheid te bewijzen.

De eerste functies: Arnstadt en Mühlhausen

In 1703 kreeg Bach een eerste aanstelling in Weimar, vermoedelijk als violist of hofmusicus van bescheiden rang. Nog in datzelfde jaar werd hij organist van de Neue Kirche in Arnstadt. Daar begon zijn loopbaan echt vorm te krijgen.

In Arnstadt bleek al snel hoe serieus hij zijn vak nam. In 1705 reisde hij naar Lübeck om de beroemde organist Dieterich Buxtehude te horen en mogelijk ook van hem te leren. Vaak wordt verteld dat hij de tocht van ruim 300 kilometer te voet maakte. Dat is goed mogelijk, al zijn de details niet volledig gedocumenteerd. Zeker is wel dat hij langer wegbleef dan toegestaan, wat spanningen gaf met zijn werkgevers in Arnstadt.

Na Arnstadt volgde in 1707 een nieuwe post in Mühlhausen. In datzelfde jaar trouwde hij met Maria Barbara Bach, een achternicht uit de uitgebreide Bach-familie. Zijn verblijf in Mühlhausen duurde kort, maar het was een belangrijke stap in zijn ontwikkeling als kerkmusicus en componist.

Weimar: groei en conflict

In 1708 trad Bach in dienst van het hof in Weimar, eerst als organist en later, vanaf 1714, als Konzertmeister. De Weimarer jaren waren vruchtbaar. Hij schreef er veel orgelmuziek en cantates en bouwde verder aan zijn reputatie als uitzonderlijk toetsenist.

Toch eindigde deze periode stroef. Toen Bach in 1717 een andere betrekking wilde aannemen, botste hij met hertog Wilhelm Ernst. Hij werd korte tijd gevangengezet. In documenten staat dat hij op 6 november 1717 “wegens halsstarrig aandringen op zijn ontslag” werd opgesloten en op 2 december weer werd vrijgelaten. Het ging dus niet om een dramatische politieke gevangenschap, maar om een arbeidsconflict aan een vorstelijk hof, al zegt ook dat iets over de verhoudingen van die tijd.

Köthen en de instrumentale werken

Na Weimar werd Bach kapelmeester aan het hof van prins Leopold van Anhalt-Köthen, eveneens in 1717. Dat was een belangrijke wending. Het hof was calvinistisch, waardoor uitgebreide kerkmuziek er minder centraal stond dan in lutherse steden. Daardoor verschoof Bachs aandacht sterker naar instrumentale muziek.

In Köthen ontstonden enkele van zijn bekendste werken of kregen zij hun definitieve vorm. De Brandenburgse Concerten droeg hij in 1721 op aan markgraaf Christian Ludwig van Brandenburg. Of ze allemaal speciaal voor die gelegenheid waren gecomponeerd, is niet zeker; waarschijnlijk bracht Bach bestaand materiaal samen in een zorgvuldig samengesteld handschrift. Ook werken als de eerste bundel van Das Wohltemperierte Klavier hangen nauw met deze periode samen; die werd voltooid in 1722.

Achter dit productieve hofleven ging ook persoonlijk verdriet schuil. Terwijl Bach in 1720 met prins Leopold op reis was, stierf zijn vrouw Maria Barbara. Zij werd begraven voordat hij terugkeerde. Het is een van de hardste breuken in zijn leven, al weten we opvallend weinig over zijn directe reactie erop.

Anna Magdalena en het gezin van Bach

In 1721 trouwde Bach opnieuw, nu met Anna Magdalena Wilcke, een jonge sopraan die aan het hof in Köthen had gezongen. Zij werd een belangrijke aanwezigheid in zijn huishouden. Niet alleen als echtgenote en moeder, maar ook als muzikale partner. Haar handschrift komt voor in verschillende manuscripten, wat laat zien dat zij meewerkte aan het kopiëren en bewaren van muziek.

Uit zijn twee huwelijken kreeg Bach twintig kinderen: zeven met Maria Barbara en dertien met Anna Magdalena. Niet al die kinderen bereikten de volwassen leeftijd, iets wat in de achttiende eeuw helaas niet ongewoon was. Enkele zonen werden zelf vooraanstaande musici, onder wie Wilhelm Friedemann Bach, Carl Philipp Emanuel Bach en Johann Christian Bach. Zo liep de muzikale familielijn door, al zou ieder van hen een eigen stijl ontwikkelen.

Leipzig: Johann Sebastian Bach als Thomascantor

In 1723 verhuisde Bach naar Leipzig, waar hij Thomascantor werd. Dat betekende dat hij verantwoordelijk was voor de muziek aan de Thomasschool en in de belangrijkste kerken van de stad, vooral de Thomaskirche en de Nikolaikirche. Het was een veeleisende functie. Hij moest lesgeven, koren leiden, muziek leveren voor zon- en feestdagen en tegelijk omgaan met stadsbestuurders die niet altijd zijn artistieke ambities deelden.

Juist in Leipzig ontstond een groot deel van de muziek waarmee Johann Sebastian Bach nu het meest wordt geassocieerd. In zijn eerste jaren daar componeerde hij in hoog tempo cantates voor de liturgie. Ook de Johannes-Passion ging er in 1724 in première. De Matthäus-Passion volgde waarschijnlijk in 1727; soms wordt 1729 genoemd, omdat er in dat jaar een gedocumenteerde uitvoering was. Over de precieze datering van de eerste uitvoering bestaat dus enige discussie, maar duidelijk is dat het werk in de Leipziger jaren tot stand kwam. Voor de tekst werkte Bach samen met Christian Friedrich Henrici, beter bekend als Picander.

De Matthäus-Passion laat goed zien wat Bach in Leipzig deed: hij schreef geen abstracte meesterwerken voor een verre toekomst, maar muziek voor concrete uitvoeringen binnen een religieuze praktijk. Dat die muziek later een bijna monumentale status kreeg, is een ontwikkeling van na zijn dood.

Bekende werken en de vraag van het auteurschap

Tot Bachs beroemdste composities behoren de Brandenburgse Concerten, Das Wohltemperierte Klavier, de Goldbergvariaties, de Matthäus-Passion en de Mis in b klein, vaak ook Hohe Messe genoemd. Elk van die werken toont een andere kant van zijn kunnen: concertante inventie, contrapuntische beheersing, dramatische kracht, variatiekunst.

Bij sommige stukken is voorzichtigheid op zijn plaats. De Toccata en Fuga in d klein wordt al heel lang met Johann Sebastian Bach verbonden en is een van zijn populairste orgelwerken. Toch hebben musicologen geregeld vragen gesteld over het auteurschap of over de vorm waarin het stuk is overgeleverd. Het blijft dus veiliger om te zeggen dat het traditioneel aan Bach wordt toegeschreven dan om zonder voorbehoud te stellen dat het onomstreden van zijn hand is.

Ook de Goldbergvariaties uit 1741 zijn omgeven door een bekend verhaal: dat ze geschreven zouden zijn voor graaf Keyserlingk, wiens klavecinist Johann Gottlieb Goldberg ze ’s nachts moest spelen tegen slapeloosheid. Dat verhaal komt uit een latere bron van Johann Nikolaus Forkel en is beroemd geworden, maar historici behandelen het met enige reserve. De muziek zelf staat vast; de anekdote eromheen minder.

De laatste jaren van Bach

In de jaren 1740 bleef Bach actief, ook al veranderde de muzikale smaak om hem heen. De galante stijl won terrein, en sommige tijdgenoten zagen zijn contrapuntische kunst als geleerd of ouderwets. Tegelijk werd hij nog altijd gerespecteerd als kenner van orgels, leraar en componist.

Zijn gezondheid ging in de laatste jaren achteruit. In 1750 onderging hij oogoperaties door de rondreizende oogarts John Taylor, dezelfde man die ook Georg Friedrich Händel behandelde. De ingrepen pakten slecht uit. Bach verloor grotendeels zijn gezichtsvermogen en zijn toestand verslechterde verder. Op 28 juli 1750 stierf hij in Leipzig, 65 jaar oud.

Uit zijn laatste levensfase stammen werken die vaak als een soort samenvatting van zijn kunst worden gezien, al moet men oppassen daar te veel symboliek in te leggen. De Mis in b klein kreeg in de jaren 1748-1749 haar uiteindelijke vorm, samengesteld uit ouder en nieuw materiaal. Die Kunst der Fuge bleef onvoltooid of in elk geval onvoltooid overgeleverd. Dat open einde heeft later sterk tot de verbeelding gesproken.

Hoe Bach beroemd werd na zijn dood

In zijn eigen tijd stond Johann Sebastian Bach vooral bekend als organist, klavecinist en deskundige in contrapunt. Na zijn dood raakte een deel van zijn muziek buiten de dagelijkse praktijk, zeker de grote vocale werken. Zijn naam verdween niet, maar zijn reputatie veranderde.

In de negentiende eeuw kwam een herwaardering op gang. Een belangrijk moment was de uitvoering van de Matthäus-Passion door Felix Mendelssohn in 1829 in Berlijn. Vaak wordt dat gezien als het begin van de zogeheten Bach-renaissance, al was die herontdekking minder plotseling dan soms wordt voorgesteld. Bach was nooit volledig vergeten, maar vanaf de negentiende eeuw groeide hij uit tot een componist van bijna onaantastbaar gezag.

Dat beeld heeft ook iets verhullends. Achter de grote naam staat nog altijd de werkende musicus uit Eisenach, Ohrdruf, Arnstadt, Weimar, Köthen en Leipzig: een man die schreef voor leerlingen, kerken, hoven en collega’s, en die zijn vak met grote discipline uitoefende. Misschien maakt juist dat zijn muziek zo duurzaam. Ze is geleerd, maar nooit losgezongen van de praktijk waaruit ze ontstond.

FAQ

Wanneer werd Johann Sebastian Bach geboren?

Johann Sebastian Bach werd geboren op 21 maart 1685 in Eisenach.

Wanneer overleed Johann Sebastian Bach?

Hij stierf op 28 juli 1750 in Leipzig, 65 jaar oud.

Waar staat Johann Sebastian Bach vooral om bekend?

Vooral om werken als de Brandenburgse Concerten, de Matthäus-Passion, Das Wohltemperierte Klavier en de Goldbergvariaties.

Was Bach in zijn eigen tijd al beroemd?

Ja, maar vooral als organist, klavecinist en muziekkenner. Zijn faam als componist groeide vooral na zijn dood.

Hoeveel kinderen had Johann Sebastian Bach?

Hij kreeg twintig kinderen uit twee huwelijken, al bereikten niet al zijn kinderen de volwassen leeftijd.