Op zondag bleven de snelwegen leeg. Kinderen speelden op asfalt waar normaal auto’s reden, en op televisie sprak een ernstige minister-president het land toe over schaarste, verantwoordelijkheid en verandering. Voor veel Nederlanders is dat beeld onlosmakelijk verbonden met Joop den Uyl, de politicus die in de naoorlogse geschiedenis een van de scherpste en meest herkenbare gezichten van de sociaaldemocratie werd.
Johannes Marten den Uijl, zoals hij officieel heette, werd geboren op 9 augustus 1919 in Hilversum. Hij overleed op 24 december 1987 in Amsterdam, aan de gevolgen van een hersentumor. In het openbare leven gebruikte hij de schrijfwijze Den Uyl, en onder die naam werd hij bekend als PvdA-leider, minister-president en een man die bewondering en weerstand tegelijk opriep. Voor de een was hij de belichaming van politieke bevlogenheid, voor de ander een figuur die de tegenstellingen in de samenleving verscherpte.
Jeugd en vorming van Joop den Uyl
Zijn achtergrond lag in een gereformeerd middenstandsgezin in Hilversum. Tussen 1931 en 1936 zat hij op het Christelijk Lyceum, waarna hij economie ging studeren aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Die studie volgde hij van 1936 tot 1942.
Zijn politieke ontwikkeling verliep allerminst rechtlijnig. In zijn jonge jaren had Den Uyl sympathie voor rechts-nationalistische denkbeelden en stond hij afwijzend tegenover het socialisme. Ook keek hij in de jaren dertig met enige bewondering naar Duitsland, al betekende dat niet dat hij de nationaalsocialistische rassenleer onderschreef. Juist die vroege omwegen maken zijn latere keuze voor de sociaaldemocratie historisch interessant: zijn overtuigingen lagen niet van jongs af vast, maar ontstonden gaandeweg, onder invloed van studie, oorlogservaringen en intellectuele heroriëntatie.
Tijdens de oorlog verloor hij bovendien zijn gereformeerde geloof. Die breuk werkte door in zijn latere denken, dat sterk moreel geladen bleef, maar niet meer kerkelijk was ingebed.
Oorlogsjaren en eerste werk
In de bezettingsjaren werkte hij van 1943 tot 1945 als assistent-accountant bij het Rijksbureau voor de Prijsvorming van Chemische Producten. In 1944 trouwde hij met Elisabeth Jacoba van Vessem, beter bekend als Liesbeth den Uyl. Zij zou later een uitgesproken stem worden binnen de vrouwenbeweging.
Na de bevrijding koos hij eerst niet voor een direct politiek ambt, maar voor de journalistiek. Hij werkte voor Het Parool en Vrij Nederland. In die jaren leerde hij formuleren, analyseren en polemiseren, vaardigheden die hem later in de politiek van pas kwamen. Het waren ook jaren waarin Nederland zichzelf opnieuw moest ordenen, en waarin de vraag hoe een rechtvaardige samenleving eruit moest zien voor hem steeds centraler werd.
Denker binnen de sociaaldemocratie
In 1949 werd Den Uyl directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Dat bleef hij tot 1963. Deze periode was van groot belang voor zijn intellectuele profiel. Hij was niet alleen partijman of bestuurder, maar ook iemand die politiek dacht in bredere maatschappelijke en morele termen.
Hij publiceerde onder meer De weg naar vrijheid in 1952 en Om de kwaliteit van het bestaan in 1963. In zulke titels is al te zien waar zijn aandacht lag: niet alleen bij inkomen of economische groei, maar ook bij de inrichting van de samenleving en de vraag wat vrijheid in de praktijk betekent. In 1978 verscheen De smalle marges van de democratie, een bundeling van beschouwingen die nauw met zijn politieke denken verbonden is. De titel werd later vaak gebruikt om zijn visie samen te vatten: politiek kan veel, maar nooit alles.
Binnen de PvdA groeide hij in deze jaren uit tot een gezaghebbende stem. Hij gaf woorden aan een sociaaldemocratie die verder wilde kijken dan beheer alleen en meer nadruk legde op hervorming, spreiding van kennis, macht en inkomen, en de kwaliteit van het bestaan.
De opkomst van Joop den Uyl in de politiek
Zijn doorbraak in de landelijke politiek kwam stap voor stap. Van 1953 tot 1965 was hij lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Tussen 1956 en 1963 zat hij in de Tweede Kamer. Daarnaast was hij van 1962 tot 1965 wethouder van Economische Zaken in Amsterdam.
In 1965 werd hij minister van Economische Zaken in het kabinet-Cals. Daar kreeg hij te maken met een dossier dat diepe sporen naliet: de sluiting van de onrendabele steenkolenmijnen in Limburg. Die beslissing was economisch ingegeven, maar had ingrijpende sociale gevolgen. Tegelijk werd onder zijn verantwoordelijkheid gewerkt aan vervangende werkgelegenheid voor de regio. Dat dubbele beeld past goed bij zijn politieke stijl: ingrijpen waar hij het nodig vond, maar met nadruk op sociale compensatie.
Vanaf 1966 werd hij politiek leider van de PvdA, een functie die hij tot 1986 zou vervullen. Daarmee werd zijn naam steeds sterker verbonden met de partij zelf. In de ogen van veel kiezers belichaamde hij de sociaaldemocratie in Nederland.
Minister-president in roerige jaren
Tussen 1973 en 1977 was Den Uyl minister-president van Nederland. Het kabinet-Den Uyl, gevormd door PvdA, PPR, D66, KVP en ARP, geldt vaak als het meest progressieve kabinet uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Dat oordeel blijft deels interpretatief, maar het is begrijpelijk gezien de hervormingsambities en de maatschappelijke agenda van die regering.
Zijn premierschap viel samen met een periode van grote spanning en verandering. De oliecrisis van 1973 trof ook Nederland hard. De autoloze zondagen werden het zichtbaarste symbool van die crisis, al waren ze niet de enige maatregel. De schaarste aan olie maakte duidelijk hoe afhankelijk de economie was geworden van internationale ontwikkelingen.
Den Uyl sprak in die tijd op een toon die veel mensen zich zijn blijven herinneren: ernstig, uitleggerig, soms vaderlijk, soms streng. Voor aanhangers was dat een teken van betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel. Tegenstanders vonden hem belerend en polariserend. Beide beelden bestaan naast elkaar, en allebei zeggen ze iets over zijn publieke optreden.
Onder zijn kabinet werden sociale voorzieningen uitgebreid en werd ongelijkheid nadrukkelijker op de politieke agenda gezet. Ook op cultureel en maatschappelijk terrein wilde deze regering veranderingen doorvoeren. In 1973 kreeg het COC, de Nederlandse organisatie voor homoseksuelen, koninklijke goedkeuring als vereniging. Dat was geen volledige juridische gelijkstelling, maar wel een belangrijk moment in de erkenning van de organisatie. In dezelfde periode werd ook het minimumjeugdloon ingevoerd.
Suriname en de Lockheed-affaire
Twee kwesties uit zijn premierschap zijn blijvend met zijn naam verbonden. De eerste is de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Den Uyl speelde daarin een centrale rol. Voorstanders zagen de onafhankelijkheid als een logische stap in de dekolonisatie en als erkenning van Surinaamse zelfstandigheid. Tegelijk was er ook zorg, zowel in Suriname als in Nederland, over de snelheid van het proces en over de bestuurlijke en economische toekomst van het nieuwe land. Juist daarom vraagt dit onderwerp om nuance: het was een historisch keerpunt, maar niet voor iedereen een onomstreden succesverhaal.
De tweede kwestie is de Lockheed-affaire van 1976, rond steekpenningen die vliegtuigbouwer Lockheed had betaald, waarbij prins Bernhard in opspraak kwam. Den Uyl koos voor een aanpak die constitutioneel voorzichtig en politiek doortastend moest zijn. Bernhard werd niet strafrechtelijk vervolgd, maar verloor wel zijn militaire functies en publieke taken. Sommigen prezen Den Uyl om zijn beheerste optreden in een gevoelige crisis rond het koningshuis; anderen vonden de afhandeling te terughoudend. Ook hier bestaan dus verschillende lezingen.
Na de verkiezingen van 1977 leek een voortzetting van zijn premierschap even mogelijk, maar na een uitzonderlijk lange kabinetsformatie kwam er geen tweede kabinet onder zijn leiding. In plaats daarvan trad het kabinet-Van Agt I aan. Dat mislukte vervolg is een van de bepalende momenten in zijn loopbaan geworden.
Persoon, stijl en imago
Rond Den Uyl ontstonden al tijdens zijn leven sterke beelden. Aanhangers noemden hem wel “Ome Joop”, een bijnaam die verwees naar zijn vertrouwde en tegelijk moralistische uitstraling. Dries van Agt sprak spottend over “de drs. uit Buitenveldert”, een typering die bleef hangen omdat ze iets raakte van zijn imago: intellectueel, stedelijk, ernstig.
Toch deden zulke etiketten hem ook tekort. Hij was geen man van één vaste houding. Achter de publieke strengheid zat een politicus die voortdurend nadacht, las, schreef en zijn standpunten theoretisch probeerde te onderbouwen. Hij kon scherp zijn in debat, maar zag politiek tegelijk als een poging om maatschappelijke tegenstellingen bestuurbaar te maken. Dat hij vaak als polarisator wordt herinnerd, is dus maar een deel van het verhaal. Hij werkte ook aan compromissen, al deed hij dat meestal zonder zijn overtuigingen te verbergen.
De laatste politieke jaren
Na zijn premierschap bleef hij een hoofdrolspeler in Den Haag. Van 1981 tot 1982 was hij vicepremier en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Van Agt II. Dat kabinet hield kort stand, maar zijn aanwezigheid onderstreepte dat hij nog altijd tot de zwaarste politieke figuren van het land behoorde.
In 1985 ontving hij een eredoctoraat in de economische wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Een jaar later trad hij terug als leider van de PvdA. Wim Kok volgde hem op. Daarmee eindigde een tijdperk waarin zijn persoon en de koers van de partij nauw met elkaar verweven waren geweest.
Op 24 december 1987 overleed Joop den Uyl in Amsterdam.
Nalatenschap van Joop den Uyl
Zijn naam blijft verbonden aan de grote thema’s van de jaren zeventig: economische crisis, hervormingsdrang, dekolonisatie, uitbreiding van de verzorgingsstaat en scherpe politieke tegenstellingen. In de Nederlandse politieke geschiedenis neemt hij daardoor een bijzondere plaats in.
Wie terugkijkt op zijn loopbaan, ziet meer dan alleen een premier in moeilijke jaren. Den Uyl was ook een intellectueel binnen de PvdA, een langdurig partijleider en een politicus die de rol van de overheid groot achtte in het bestrijden van ongelijkheid. Tegelijk riep zijn stijl weerstand op en bleef de vraag bestaan of zijn manier van politiek bedrijven de tegenstellingen verkleinde of juist zichtbaarder maakte.
Misschien is dat precies waarom hij zo’n markante figuur is gebleven: niet omdat iedereen het over hem eens was, maar omdat zijn optreden de kernvragen van de Nederlandse politiek scherp blootlegde.
FAQ
Wanneer leefde Joop den Uyl?
Hij werd geboren op 9 augustus 1919 in Hilversum en overleed op 24 december 1987 in Amsterdam.
Waar staat Joop den Uyl vooral om bekend?
Vooral om zijn rol als PvdA-leider en als minister-president van 1973 tot 1977, in een periode van oliecrisis, hervormingen en politieke spanningen.
Wat was het kabinet-Den Uyl?
Dat was de regering onder leiding van Den Uyl van 1973 tot 1977. Het kabinet stond bekend om zijn progressieve ambities en nadruk op sociale hervormingen.
Welke rol speelde hij bij de onafhankelijkheid van Suriname?
Als premier speelde hij een centrale rol bij het proces dat leidde tot de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, al bleef de gang van zaken destijds onderwerp van debat.
Wat gebeurde er tijdens de Lockheed-affaire?
In 1976 kwam prins Bernhard in opspraak wegens zijn betrokkenheid bij steekpenningen van Lockheed. Den Uyl leidde de politieke afhandeling van die gevoelige kwestie.


