Michelangelo

Michelangelo

9 min lezen

In Rome, hoog boven de vloer van de Sixtijnse Kapel, werkte een man die zichzelf liever beeldhouwer noemde dan schilder. Toch is het juist daar, tussen de fresco’s, dat Michelangelo voor veel mensen het duidelijkst zichtbaar werd. Hij had al naam gemaakt met marmer, met lichamen die leken te ademen en spieren die onder steen leken te spannen. Maar zijn leven zou groter blijken dan één kunstvorm. Michelangelo bewoog zich tussen Florence en Rome, tussen pausen en steenhouwers, tussen religieuze toewijding en koppige zelfstandigheid.

Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni werd geboren op 6 maart 1475 in Caprese, in de Florentijnse Republiek. Kort daarna groeide hij op in en rond Florence, de stad die zijn vorming beslissend zou bepalen. Hij stierf op 18 februari 1564 in Rome, 88 jaar oud. In die lange levensloop werkte hij als beeldhouwer, schilder, architect en dichter, al bleef hij zichzelf in de eerste plaats als beeldhouwer zien.

Michelangelo in Florence: jeugd en opleiding

Zijn jeugd is niet in elk detail bekend, maar de hoofdlijnen zijn duidelijk. In 1488 ging Michelangelo in de leer bij Domenico Ghirlandaio, een vooraanstaand schilder in Florence. Dat was zijn officiële entree in de kunstwereld. Lang bleef hij daar niet: al snel kwam hij terecht in de kring rond Lorenzo de’ Medici, waar hij in aanraking kwam met klassieke kunst, geleerd gezelschap en kunstenaars als Bertoldo di Giovanni.

Die vroege jaren in Florence zijn belangrijk om zijn latere werk te begrijpen. Michelangelo leerde er tekenen, kijken en vooral het menselijk lichaam bestuderen. Hij deed anatomische kennis op, waarschijnlijk ook door ontledingen van lijken bij te wonen of uit te voeren, iets wat in kunstenaarskringen van de renaissance vaker gebeurde. Die studie is in zijn werk overal zichtbaar. Zijn figuren staan zelden ontspannen. Ze draaien, spannen zich, dragen gewicht, houden kracht in bedwang.

Over zijn karakter lopen de beschrijvingen opvallend vaak in dezelfde richting. Tijdgenoten en latere biografen schetsen hem als trots, teruggetrokken, vroom en veeleisend, voor zichzelf en voor anderen. Zulke typeringen moet je altijd met enige voorzichtigheid lezen, maar ze passen wel bij het beeld van een kunstenaar die zich met uitzonderlijke ernst op zijn werk stortte.

De eerste meesterwerken: Pietà en David

Michelangelo’s vroege doorbraak kwam in Rome. Daar maakte hij tussen 1498 en 1499 de Pietà, het marmeren beeld van Maria met de dode Christus op haar schoot. Het werk maakte diepe indruk. Niet alleen door de technische beheersing, maar ook door de merkwaardige combinatie van rust en verdriet. De plooien van Maria’s gewaad zijn rijk en zwaar, terwijl het lichaam van Christus bijna gewichtloos lijkt.

De Pietà is ook beroemd omdat het het enige werk is dat Michelangelo signeerde. Volgens een hardnekkige en oude overlevering deed hij dat nadat hij had gehoord dat het beeld aan een andere kunstenaar werd toegeschreven. Helemaal verifiëren is dat verhaal lastig, maar het past bij zijn gevoeligheid voor reputatie en erkenning.

Na Rome keerde hij terug naar Florence, waar hij werkte aan een beeld dat zijn naam definitief vestigde: David. Tussen 1501 en 1504 hakte hij dit kolossale beeld uit een marmerblok waar eerdere kunstenaars al op waren stukgelopen. Juist dat gegeven is veelzeggend. Michelangelo zag in een beschadigd of problematisch blok geen mislukking, maar een mogelijkheid.

De David toont niet de triomf na de strijd, maar de spanning ervoor. Dat maakt het beeld zo levendig. Het is niet alleen een Bijbelse held, maar ook een studie in concentratie, waakzaamheid en ingehouden kracht. In Florence kreeg het werk bovendien een politieke lading: David kon worden gelezen als symbool van de republiek tegenover machtiger tegenstanders.

Michelangelo en Rome: werken voor pausen

Een groot deel van Michelangelo’s leven speelde zich af in Rome. Daar werkte hij voor opeenvolgende pausen, onder wie Julius II, Leo X, Clemens VII en Paulus III. Zulke opdrachten brachten hem dicht bij het centrum van de macht, maar ze maakten zijn leven niet eenvoudiger. Zijn verhouding tot opdrachtgevers was vaak gespannen. Hij kon koppig zijn, zij ongeduldig of veranderlijk.

Een beroemd voorbeeld is het grafmonument voor paus Julius II, een project dat jarenlang werd aangepast, uitgesteld en ingekrompen. Uit dat grote, problematische plan kwam uiteindelijk onder meer de Mozes voort, meestal gedateerd rond 1513-1515, later geplaatst in San Pietro in Vincoli in Rome. Het beeld is een van Michelangelo’s krachtigste sculpturen: een zittende figuur, vol ingehouden beweging, alsof hij elk moment kan opstaan.

Michelangelo stond in Rome niet los van andere kunstenaars en architecten. Hij werkte in een wereld waarin ook Bramante, Giuliano da Sangallo, Rafaël en Sebastiano del Piombo een rol speelden. Vriendschap, rivaliteit en achterdocht liepen daar gemakkelijk door elkaar. Dat netwerk laat zien dat hij geen eenzame figuur buiten de samenleving was, maar juist een kunstenaar die midden in de politieke en artistieke werkelijkheid van zijn tijd stond.

De Sixtijnse Kapel van Michelangelo

Toch blijft de Sixtijnse Kapel voor veel lezers het bekendste hoofdstuk. Tussen 1508 en 1512 schilderde Michelangelo het plafond in opdracht van paus Julius II. Dat was een enorme onderneming. Hij werkte niet letterlijk liggend op zijn rug, zoals later vaak is verteld, maar staand op speciaal gebouwde steigers, met het hoofd langdurig achterover. Het werk was lichamelijk zwaar en technisch ingewikkeld.

Dat hij deze opdracht aannam, is op zichzelf al opmerkelijk. Michelangelo zag zichzelf immers vooral als beeldhouwer. Juist daarom is het plafond van de Sixtijnse Kapel zo’n beslissend moment in zijn loopbaan. De reeks voorstellingen uit Genesis, met daaromheen profeten, sibillen en talloze monumentale figuren, toont een kunstenaar die in verf net zo sculpturaal dacht als in marmer. De lichamen op het gewelf hebben volume, spanning en gewicht. Ze lijken bijna uit de architectuur naar voren te komen.

Ruim twintig jaar later keerde hij terug naar dezelfde kapel voor Het Laatste Oordeel, geschilderd tussen 1536 en 1541, onder paus Paulus III. Dit fresco verschilt sterk van het plafond. De ordening is compacter, de stemming donkerder, de lichamen zijn massaal en onrustig. Het werk werd bewonderd, maar riep ook kritiek op, onder meer vanwege de naaktheid van de figuren. Dat debat zegt iets over de veranderende religieuze gevoeligheden van de zestiende eeuw, zeker in de tijd van de Contrareformatie.

Michelangelo als beeldhouwer

Ondanks zijn roem als schilder bleef Michelangelo zichzelf zien als man van het marmer. Dat is geen detail, maar een sleutel tot zijn werk. Zelfs in zijn fresco’s denkt hij als beeldhouwer: in massa, spanning en lichamelijke aanwezigheid.

Naast de Pietà, David en Mozes werkte hij aan tal van andere sculpturen, waaronder meerdere onvoltooide werken. Juist die onvoltooide beelden hebben later veel aandacht gekregen. Figuren lijken daarin nog half in de steen gevangen te zitten. Of Michelangelo dat altijd bewust zo wilde laten, verschilt per geval; soms speelde eenvoudig tijdgebrek of een veranderde opdracht mee. Maar het effect is sterk: het lijkt alsof de vorm nog bezig is geboren te worden uit het marmer.

Een vaak genoemd voorval uit zijn jonge jaren is de affaire rond een slapende Cupido, een beeld dat kunstmatig ouder zou zijn gemaakt om als antiek door te gaan. De precieze verantwoordelijkheid van Michelangelo in deze zaak blijft onderwerp van nuance. Vast staat wel dat het incident vroeg in zijn loopbaan speelde en laat zien hoe hoog zijn technische niveau al was: zijn werk kon voor antiek doorgaan.

Architectuur en de Sint-Pieter

In zijn latere leven trad Michelangelo steeds nadrukkelijker naar voren als architect. Het bekendste voorbeeld is de Sint-Pietersbasiliek in Rome. In 1546, op hoge leeftijd, werd hij hoofdarchitect van het project. Hij erfde een ingewikkeld bouwproces met eerdere ontwerpen en ingrepen van anderen. Michelangelo vereenvoudigde en versterkte het plan, en zijn naam is vooral verbonden met het ontwerp van de grote koepel.

Die koepel werd pas na zijn dood voltooid, dus het is nauwkeuriger om te zeggen dat hij het ontwerp beslissend heeft gevormd dan dat hij de hele koepel eigenhandig voltooide. Toch is zijn stempel op de Sint-Pieter onmiskenbaar. Ook hier zie je weer die neiging tot monumentaliteit: architectuur als iets krachtigs, helder geordends, bijna gespierd.

Persoonlijk leven en laatste jaren

Michelangelo trouwde nooit; er is in elk geval geen huwelijk bekend. Over zijn persoonlijke relaties is veel gespeculeerd, maar harde gegevens zijn beperkt. Wel is duidelijk dat Vittoria Colonna, markiezin van Pescara en dichteres, een belangrijke plaats in zijn latere leven innam. Hun briefwisseling en zijn gedichten laten een hechte geestelijke band zien.

Hij schreef namelijk ook poëzie. Die gedichten zijn niet zomaar een bijzaak, maar geven een blik op zijn innerlijke leven: zijn religieuze zorgen, zijn ouderdom, zijn verlangen naar zuiverheid en zijn worsteling met aardse en geestelijke liefde.

In zijn laatste jaren werkte Michelangelo aan de Rondanini Pietà, een beeld waaraan hij tot kort voor zijn dood bleef schaven. Het is heel anders dan de jeugdige volmaaktheid van de eerste Pietà in Rome. De vormen zijn langgerekter, soberder, bijna breekbaar. Alsof alle spierkracht van zijn vroegere werk hier plaatsmaakt voor verstilling.

Hij overleed op 18 februari 1564 in Rome. Zijn lichaam werd later naar Florence overgebracht, waar hij werd begraven in de basiliek Santa Croce. Daarmee keerde hij, ook na zijn dood, terug naar de stad waar zijn kunstenaarschap was begonnen.

Michelangelo’s plaats in de renaissance

Dat Michelangelo al tijdens zijn leven als uitzonderlijk kunstenaar werd gezien, staat buiten kijf. Giorgio Vasari nam hem op in zijn beroemde kunstenaarslevens, en ook Ascanio Condivi schreef tijdens Michelangelo’s leven een biografie die mede op zijn eigen mededelingen was gebaseerd. Soms wordt daarom gezegd dat hij de eerste westerse kunstenaar was die tijdens zijn leven een biografie kreeg. Dat is te stellig geformuleerd. Wel klopt het dat hij uitzonderlijk vroeg en uitvoerig als levend meester werd beschreven.

Wie naar Michelangelo kijkt, ziet niet één loopbaan maar meerdere. De maker van de David is ook de schilder van de Sixtijnse Kapel. De ontwerper van de koepel van de Sint-Pieter is ook de dichter van sombere, indringende verzen. Toch loopt er één lijn door alles heen: een bijna lichamelijke opvatting van vorm. Of hij nu in marmer werkte, in fresco of in architectuur, steeds zocht hij naar gewicht, spanning en aanwezigheid.

FAQ

Wanneer werd Michelangelo geboren?

Michelangelo werd geboren op 6 maart 1475 in Caprese, in de Florentijnse Republiek.

Waar is Michelangelo het bekendst om?

Vooral om de David, de Pietà, het plafond van de Sixtijnse Kapel, Het Laatste Oordeel en de Mozes.

Was Michelangelo schilder of beeldhouwer?

Hij was beeldhouwer, schilder, architect en dichter. Zelf zag hij zich in de eerste plaats als beeldhouwer.

Heeft Michelangelo de Sixtijnse Kapel alleen geschilderd?

Hij voerde het plafond grotendeels zelf uit, met hulp van enkele assistenten bij voorbereidende en praktische werkzaamheden. Het was dus vooral zijn eigen werk, maar niet volledig zonder hulp.

Had Michelangelo een vrouw of kinderen?

Er is geen huwelijk of nageslacht van hem bekend. Wel had hij hechte banden met onder anderen Vittoria Colonna.