In juni 1190 verdween keizer Frederik I Barbarossa in het water van een rivier in Anatolië. Niet op een troon, niet in een paleis, maar tijdens de Derde Kruistocht kwam een van de machtigste vorsten van de twaalfde eeuw aan zijn einde. Juist dat abrupte slot heeft zijn naam een bijzondere glans gegeven. Toch ligt zijn betekenis niet alleen in die dramatische dood. Frederik Barbarossa was vooral de vorst die het keizerlijk gezag in het Heilige Roomse Rijk opnieuw gewicht wilde geven, en die daar decennialang voor streed in Duitsland, Bourgondië en vooral in Italië.
Frederik werd geboren in december 1122, waarschijnlijk in of bij Hagenau in de Elzas, toen een belangrijke residentie van de Staufers. Hij stamde uit twee invloedrijke families. Via zijn vader, Frederik II van Zwaben, hoorde hij bij het huis Hohenstaufen; via zijn moeder Judith was hij verwant aan de Welfen. Die afkomst gaf hem een bijzondere positie in een rijk waarin rivaliserende adellijke huizen voortdurend om invloed streden. Al vroeg stond hij dus midden in de hoogste politiek van zijn tijd.
De bijnaam Barbarossa, Italiaans voor “Roodbaard”, kreeg hij vermoedelijk in Italië. Daar werd hij door tijdgenoten en latere generaties het sterkst herinnerd. Wie zich afvraagt wie Frederik Barbarossa was, komt al snel uit bij die Italiaanse jaren: daar wilde hij zijn keizerlijke aanspraken zichtbaar maken, en juist daar liep hij tegen de grenzen van zijn macht aan.
Afkomst, Zwaben en de vroege jaren van Frederik Barbarossa
Over de jeugd van Frederik I Barbarossa is minder bekend dan over zijn latere regering. Dat is voor een twaalfde-eeuwse vorst niet ongewoon. We weten wel dat hij in een omgeving opgroeide waarin bestuur, krijgsmacht en familiepolitiek nauw met elkaar verweven waren. In 1147 volgde hij zijn vader op als hertog van Zwaben, als Frederik III.
In datzelfde jaar nam hij deel aan de Tweede Kruistocht, samen met zijn oom, de Duitse koning Koenraad III. Die onderneming verliep slecht, maar voor Frederik was zij belangrijk. Hij leerde er de internationale politiek van zijn tijd van dichtbij kennen en trad op het toneel als een vorst van gewicht.
Soms wordt gezegd dat Frederik Barbarossa niet kon lezen of schrijven of geen Latijn sprak. Zulke beweringen zijn moeilijk met zekerheid te bewijzen. Het is veiliger om te zeggen dat hij geen geleerde vorst in de klassieke zin was. Zijn gezag berustte niet op geleerdheid, maar op afkomst, persoonlijke aanwezigheid, onderhandeling, militaire macht en het vermogen om bondgenoten aan zich te binden. Dat gold voor veel middeleeuwse heersers, en zeker voor een rondtrekkende koning in het rijk.
Van Rooms-koning tot keizer
Toen koning Koenraad III in 1152 stierf, werd Frederik in Frankfurt gekozen tot Rooms-koning. Dat was een beslissend moment. De keuze voor hem was niet vanzelfsprekend, maar wel begrijpelijk: hij kon door zijn familiebanden verschillende machtsgroepen met elkaar verbinden. Bovendien gold hij als een energieke en capabele kandidaat.
Als Rooms-koning begon hij meteen aan het versterken van het koninklijk gezag binnen het rijk. De keizerstitel had hij toen nog niet. Die volgde in 1155, toen paus Adrianus IV hem in Rome tot keizer kroonde. Daarmee bereikte Frederik het hoogste wereldlijke aanzien dat in West-Europa denkbaar was.
Die kroning bracht echter niet alleen prestige. Zij maakte ook zichtbaar hoe ingewikkeld de verhouding tussen keizer en paus was. In theorie hadden beiden een universele pretentie: de keizer als wereldlijk hoofd van het rijk, de paus als hoogste geestelijke autoriteit. In de praktijk betekende dat bijna onvermijdelijk botsingen over rang, recht en invloed. Onder Frederik Barbarossa liep die spanning geregeld hoog op, zeker toen er later ook nog pauselijke twisten en tegenpausen in het spel kwamen.
Italië als strijdtoneel
Wie het leven van Frederik Barbarossa wil begrijpen, moet naar Noord-Italië kijken. Daar lagen rijke steden, oude keizerlijke rechten en belangrijke routes naar Rome. Voor Frederik was Italië geen verre uithoek, maar een kerngebied van zijn heerschappij. Een keizer die daar geen gezag kon laten gelden, stond zwakker dan zijn titel deed vermoeden.
Vanaf de jaren 1150 trok hij meerdere keren naar Italië. Op de Rijksdag van Roncaglia in 1158 liet hij keizerlijke rechten opnieuw formuleren, mede met hulp van juristen uit Bologna. Dat was geen detail, maar een poging om zijn macht ook juridisch steviger te funderen. Vooral steden als Milaan verzetten zich tegen die aanspraken. Na zware strijd liet Frederik Milaan in 1162 innemen en grotendeels verwoesten.
Toch bleek geweld geen definitieve oplossing. De Noord-Italiaanse steden waren economisch sterk en politiek veerkrachtig. In 1167 verenigden verschillende steden zich in de Lombardische Liga, met steun van paus Alexander III, die in conflict lag met Frederik. Daarmee kreeg de keizer te maken met een tegenstander die niet zomaar uiteen viel.
Een keerpunt kwam in 1176 bij Legnano, waar Frederik een nederlaag leed tegen de troepen van de Lombardische Liga. Die slag heeft in de geschiedschrijving veel aandacht gekregen, soms bijna als het moment waarop zijn Italiaanse politiek mislukte. Dat is te eenvoudig. Legnano was wel degelijk een zware tegenslag, maar Frederik bleef een machtige vorst. Alleen werd nu duidelijk dat hij Italië niet volledig naar zijn hand kon zetten.
Vrede van Venetië en Vrede van Konstanz
Na jaren van strijd kwam in 1177 de Vrede van Venetië tot stand. Daar verzoende Frederik zich met paus Alexander III. Dat betekende niet dat alle problemen verdwenen, maar wel dat een langdurige en uitputtende fase van conflict werd afgesloten. Voor de keizer was het een erkenning van de politieke werkelijkheid: hij moest schikken waar hij eerder had willen overheersen.
Nog belangrijker voor de verhouding met de Noord-Italiaanse steden was de Vrede van Konstanz in 1183. Die regeling erkende veel stedelijke vrijheden, terwijl de keizer formeel zijn oppergezag behield. Juist daarin schuilt het belang van Frederik Barbarossa als heerser. Hij probeerde de keizerlijke macht te herstellen, maar moest uiteindelijk werken met compromissen, onderhandelingen en gedeelde bevoegdheden.
Sommige historici zien daarin een nederlaag van zijn grote ambities. Anderen wijzen erop dat hij juist door zulke regelingen het rijk bestuurbaar hield en zijn positie op langere termijn veiligstelde. Beide lezingen hebben iets voor zich. Frederik was geen almachtige vorst, maar ook geen mislukte heerser. Hij bewoog zich in een politieke wereld waarin gezag voortdurend bevochten én heronderhandeld moest worden.
Familie, huwelijk en bondgenoten
In zijn privéleven was Frederik eveneens nauw verweven met de politiek van zijn tijd. Zijn eerste huwelijk, met Adelheid van Vohburg, werd in 1153 ontbonden of ongeldig verklaard, waarschijnlijk om politieke redenen. In 1156 trouwde hij met Beatrix I van Bourgondië, erfdochter van het graafschap Bourgondië. Dat huwelijk versterkte zijn positie in het koninkrijk Bourgondië en bracht hem extra prestige en invloed.
Uit dit huwelijk werden meerdere kinderen geboren, onder wie de latere keizer Hendrik VI en Filips van Zwaben, die later zelf koning werd. Zoals zo vaak in de middeleeuwen was familie geen afzonderlijk domein naast de politiek; zij vormde er het hart van.
Een andere belangrijke figuur in Frederiks leven was Hendrik de Leeuw, hertog van Saksen en Beieren. Aanvankelijk werkte Frederik met hem samen, maar later verslechterde hun verhouding ingrijpend. In 1180 werd Hendrik de Leeuw veroordeeld en verloor hij een groot deel van zijn bezittingen. Dat conflict laat zien dat Frederik niet alleen in Italië, maar ook binnen het rijk voortdurend bezig was met het in evenwicht houden van machtige vorsten.
Hoe Frederik Barbarossa regeerde
Frederik Barbarossa bestuurde geen rijk met één hoofdstad en een vast hof zoals latere staten dat zouden kennen. Hij trok rond langs paltsen, bisschopssteden en vorstelijke residenties. Daar sprak hij recht, bevestigde privileges, ontving gezanten en onderhandelde met edelen en geestelijken. Regeren betekende in zijn tijd aanwezig zijn.
Zijn inkomsten kwamen uit koninklijke domeinen, tolrechten, leenverhoudingen en andere traditionele rechten van de kroon. Een exact beeld van zijn vermogen is niet te geven, en moderne schattingen zijn weinig zinvol. Belangrijker is dat zijn macht afhing van toegang tot mensen, middelen en loyaliteiten. Een middeleeuwse keizer kon veel bevelen, maar had voor de uitvoering bijna altijd anderen nodig.
De Derde Kruistocht en de dood van Frederik Barbarossa
In 1189 nam Frederik het kruis op voor de Derde Kruistocht, nadat Jeruzalem in 1187 door Saladin was heroverd. Dat een vorst van zijn leeftijd nog aan zo’n onderneming begon, maakte indruk op tijdgenoten. Hij was toen al bijna vier decennia een centrale figuur in de politiek van het rijk.
Zijn leger trok over land naar het oosten en boekte onderweg verschillende successen. Maar op 10 juni 1190 ging het mis. Frederik verdronk in de rivier de Saleph, de huidige Göksu, in Klein-Azië. Over de precieze toedracht lopen de bronnen uiteen: volgens sommige berichten wilde hij de rivier overzwemmen, volgens andere raakte hij tijdens de oversteek te water. Zeker is alleen dat zijn dood plotseling kwam en grote gevolgen had voor de kruistocht van zijn leger.
Na zijn dood viel de samenhang van het Duitse kruisvaardersleger grotendeels uiteen. Zijn zoon Hendrik VI volgde hem op in het rijk.
Nalatenschap en legende
Frederik Barbarossa liet geen rustig, afgerond bouwwerk na. Zijn regering was vol strijd, improvisatie en compromis. Toch bleef hij in het geheugen voortleven als een grote keizer. Dat had te maken met zijn lange regering, zijn opvallende persoonlijkheid, zijn bijnaam en zijn dramatische einde.
Later ontstond de legende dat hij niet werkelijk gestorven was, maar slapend wachtte in de Kyffhäuserberg om ooit terug te keren. Dat verhaal zegt vooral iets over latere eeuwen, waarin men verlangde naar een sterke vorst uit een verheerlijkt verleden. De historische Frederik Barbarossa was minder eenvoudig: ambitieus, vasthoudend, soms hard, maar ook gedwongen tot toegeven en schikken.
Zijn naam kreeg nog een donkere nasleep toen nazi-Duitsland in 1941 de aanval op de Sovjet-Unie de codenaam Operatie Barbarossa gaf. Dat gebruik zegt niets over de twaalfde-eeuwse keizer zelf, maar wel over de manier waarop latere regimes historische figuren naar hun hand zetten.
Wie vandaag naar Frederik I Barbarossa kijkt, ziet daarom twee gestalten naast elkaar. Er is de legendarische keizer met de rode baard, omgeven door verhalen. En er is de historische vorst, geboren in 1122 en gestorven in 1190, die met grote hardnekkigheid probeerde het keizerschap opnieuw inhoud te geven in een wereld die zich niet eenvoudig liet beheersen.
Veelgestelde vragen
Wanneer leefde Frederik Barbarossa?
Frederik I Barbarossa werd geboren in december 1122 en stierf op 10 juni 1190 tijdens de Derde Kruistocht.
Waarom heette Frederik Barbarossa zo?
Barbarossa betekent in het Italiaans “Roodbaard”. De bijnaam verwees naar zijn baard en raakte vooral in Italië ingeburgerd.
Was Frederik Barbarossa keizer van het Heilige Roomse Rijk?
Ja. Hij werd in 1152 gekozen tot Rooms-koning en in 1155 in Rome door paus Adrianus IV tot keizer gekroond.
Hoe stierf Frederik Barbarossa?
Hij verdronk op 10 juni 1190 in de rivier de Saleph, de huidige Göksu, in Anatolië tijdens de Derde Kruistocht.
Met wie was Frederik Barbarossa getrouwd?
Eerst met Adelheid van Vohburg; dat huwelijk werd beëindigd. In 1156 trouwde hij met Beatrix I van Bourgondië.



