In februari 1778 reed een oude man Parijs binnen, na bijna drie decennia grotendeels buiten de hoofdstad te hebben geleefd. Hij was ziekelijk, beroemd en omstreden, en toch werd hij ontvangen als een schrijver die zijn tijd had getekend. Die man was Voltaire, geboren als François-Marie Arouet op 21 november 1694 in Parijs. Enkele maanden later, op 30 mei 1778, stierf hij daar ook. Tussen die twee Parijse momenten ligt een leven vol toneel, polemiek, ballingschap, rijkdom, ruzies en boeken die de achttiende eeuw mede hebben gevormd.
Wie Voltaire zegt, denkt al snel aan de Verlichting. Dat is begrijpelijk, al doet het zijn veelzijdigheid bijna tekort. Hij was dichter, toneelschrijver, historicus, pamflettist, briefschrijver en filosoof in de brede achttiende-eeuwse zin van het woord: iemand die zich met ideeën én met de wereld bemoeide.
De jonge François-Marie Arouet en het ontstaan van Voltaire
Voltaire groeide op in een welgesteld burgerlijk milieu in Parijs. Zijn vader was notaris, en het lag voor de hand dat de zoon een degelijke loopbaan zou volgen. Maar François-Marie koos al vroeg voor de letteren. Hij schreef verzen, bewoog zich in mondaine kringen en kreeg al jong de reputatie geestig, scherp en soms gevaarlijk scherp te zijn.
Die scherpte bracht hem in moeilijkheden. In 1717 werd hij opgesloten in de Bastille, vermoedelijk vanwege satirische verzen over de regent. Daar zat hij bijna een jaar vast. Kort na zijn vrijlating brak hij door met zijn tragedie Œdipe, die in 1718 met succes werd opgevoerd. In diezelfde periode begon hij de naam Voltaire te gebruiken. Over de precieze herkomst van dat pseudoniem bestaat geen volledige zekerheid; vaak wordt aangenomen dat het een anagramachtige bewerking is van “Arouet le jeune”, maar helemaal sluitend is die verklaring niet.
Wat wel duidelijk is: met die naam schiep hij een publieke figuur. Voltaire was niet alleen een auteurspseudoniem, maar ook een houding. Onder die naam zou hij zich een plaats verwerven in het Franse en Europese debat.
Bastille, verbanning en de les van Engeland
Zijn verhouding tot de Franse autoriteiten bleef gespannen. In 1726 raakte hij verwikkeld in een conflict met de invloedrijke chevalier de Rohan. Het gevolg was opnieuw gevangenschap in de Bastille, zij het kort, waarna hij feitelijk naar Engeland werd verbannen. Van 1726 tot 1729 verbleef hij daar, en dat Engelse intermezzo werd beslissend voor zijn ontwikkeling.
In Engeland maakte Voltaire kennis met een samenleving die hij, zeker in vergelijking met Frankrijk, als opener ervoer. Hij bewonderde er de relatieve persvrijheid, de ruimte voor religieuze verscheidenheid en het aanzien van denkers als John Locke en Isaac Newton. Hij idealiseerde Engeland soms ook; zijn beeld was niet zonder overdrijving. Maar juist die vergelijking met Frankrijk gaf zijn denken scherpte.
De neerslag van die ervaring verscheen in 1734 in de Lettres philosophiques, ook bekend als Lettres anglaises. In dat boek gebruikte hij Engeland als spiegel om de Franse samenleving te bekritiseren. Het werk werd in Frankrijk veroordeeld en publiekelijk verbrand. Voor Voltaire was dat geen nieuw patroon: succes en vervolging gingen in zijn leven vaak samen.
Cirey en Émilie du Châtelet
Na het schandaal rond de Lettres philosophiques vond Voltaire een toevlucht in Cirey, in Lotharingen, op het landgoed van Gabrielle Émilie Le Tonnelier de Breteuil, markiezin du Châtelet. Zij was veel meer dan alleen zijn geliefde. Émilie du Châtelet was een uitzonderlijk geleerde vrouw, met grote kennis van wiskunde en natuurkunde, en hun relatie was zowel persoonlijk als intellectueel van groot belang.
Vanaf ongeveer 1734 leefden en werkten zij daar jarenlang samen. In Cirey werd gelezen, geschreven, vertaald, gerekend en gediscussieerd. Du Châtelet werkte onder meer aan haar beroemde Franse vertaling van Newtons Principia, terwijl Voltaire zich verdiepte in geschiedenis, natuurfilosofie en toneel. Zijn belangstelling voor Newton en de nieuwe wetenschap kreeg in deze jaren vaste vorm, al moet erbij worden gezegd dat hij vooral een popularisator en interpreter was, geen natuurwetenschapper in eigenlijke zin.
De dood van Émilie du Châtelet in 1749 was een zware slag. Zij stierf kort na de geboorte van haar kind. Voor Voltaire eindigde daarmee een van de vruchtbaarste en meest stabiele perioden van zijn leven.
Voltaire aan het hof van Frederik de Grote
Al vóór 1749 onderhield Voltaire contact met Frederik II van Pruisen, beter bekend als Frederik de Grote. De Pruisische koning bewonderde de Franse schrijver en nodigde hem uit aan zijn hof. In 1750 vertrok Voltaire naar Berlijn en Potsdam, waar hij tot 1753 verbleef.
Aanvankelijk leek het een ideale ontmoeting tussen vorst en filosoof. Frederik schreef zelf, speelde fluit, correspondeerde met geleerden en wilde zich presenteren als verlicht heerser. Voltaire zag in hem een monarch die ruimte bood aan intellectuele vrijheid. Maar de werkelijkheid bleek weerbarstiger. Het hofleven bracht jaloezie, intriges en botsingen met zich mee. Voltaires conflict met Maupertuis, voorzitter van de Berlijnse Academie, en zijn steeds moeizamere verhouding met Frederik maakten een einde aan het verblijf.
Die episode laat iets wezenlijks zien. Voltaire geloofde niet in democratie in moderne zin; hij hoopte eerder op verstandige, hervormingsgezinde vorsten. Tegelijk merkte hij telkens weer hoe beperkt de vrijheid aan een hof kon zijn, zelfs onder een “verlichte” koning.
Genève, Ferney en de publieke schrijver
Na zijn vertrek uit Pruisen vestigde Voltaire zich eerst in de buurt van Genève. In 1755 kocht hij Les Délices, en vanaf 1759 woonde hij vooral in Ferney, net over de Franse grens. Dat dorp zou zo sterk met hem verbonden raken dat het later zelfs Ferney-Voltaire ging heten.
In Ferney werd hij een soort heer van het landgoed, ondernemer en schrijver tegelijk. Hij liet bouwen, investeerde, hielp de plaatselijke economie vooruit en ontving een gestage stroom bezoekers. Tegelijk schreef hij er een groot deel van zijn latere werk. Zijn correspondentie groeide uit tot een Europees netwerk; duizenden brieven tonen hoe intens hij betrokken bleef bij de politieke, religieuze en juridische kwesties van zijn tijd.
Hier ontstond ook Candide (1759), waarschijnlijk zijn beroemdste werk. Het is een korte, snelle en bijtende vertelling waarin Voltaire afrekent met al te gemakkelijke filosofische optimisme, vooral met de gedachte dat wij in “de beste van alle mogelijke werelden” leven. Achter de humor en de vaart schuilt een harde blik op oorlog, fanatisme, natuurrampen en menselijk zelfbedrog.
Religieuze tolerantie en de affaires die Voltaire beroemd maakten
Voltaire wordt vaak herinnerd als verdediger van vrijheid van meningsuiting en religieuze tolerantie. Dat beeld is terecht, maar verdient nuance. Hij verzette zich fel tegen kerkelijk fanatisme, gerechtelijke dwalingen en vervolging op grond van geloof. Tegelijk was hij zelf niet vrij van vooroordelen; in zijn werk staan ook passages over joden, islam en andere groepen die voor moderne lezers moeilijk te negeren zijn. Zijn pleidooi voor tolerantie was dus krachtig, maar niet zonder grenzen of tegenstrijdigheden.
Zijn betrokkenheid bij concrete rechtszaken maakte hem in zijn latere jaren tot een morele en politieke kracht in Europa. De bekendste is de zaak-Calas. Jean Calas, een protestant uit Toulouse, werd in 1762 ter dood gebracht na de beschuldiging dat hij zijn zoon had vermoord om diens vermeende bekering tot het katholicisme te verhinderen. Voltaire raakte overtuigd van een gerechtelijke dwaling en voerde een langdurige campagne voor rehabilitatie. In 1765 werd het vonnis tegen Calas herroepen.
In het verlengde daarvan verscheen in 1763 het Traité sur la tolérance, een van zijn invloedrijkste teksten. Daarin verdedigde hij niet alleen de familie Calas, maar viel hij ook religieuze onverdraagzaamheid in bredere zin aan. Twee jaar later volgde het Dictionnaire philosophique (1764), een scherp, vaak ironisch alfabetisch werk waarin hij kerk, bijgeloof, macht en dogma onder vuur nam.
Rijkdom, reputatie en tegenstrijdigheden
Voltaire was geen arme, miskende schrijver in een zolderkamer. Hij wist fortuin te maken, onder meer door slimme financiële transacties, investeringen en de opbrengst van zijn werk. Die welstand gaf hem een onafhankelijkheid die veel tijdgenoten misten. Hij kon procederen, publiceren, verhuizen en zich verdedigen.
Toch bleef zijn reputatie dubbelzinnig. Voor bewonderaars was hij de grote bestrijder van onverdraagzaamheid. Voor tegenstanders was hij een gevaarlijke spotter die religie en orde ondermijnde. Beide beelden leefden al tijdens zijn leven naast elkaar.
Ook in zijn privéleven is voorzichtigheid op zijn plaats. Zijn nicht Marie-Louise Mignot, beter bekend als Madame Denis, speelde vanaf de jaren 1740 een grote rol in zijn huishouden en gezelschap. Er is vaak gespeculeerd over de aard van die verhouding, maar het is verstandiger haar in elk geval te zien als een zeer nabije vertrouwelinge en vaste aanwezigheid in zijn latere leven.
De laatste terugkeer van Voltaire naar Parijs
Toen Voltaire in 1778 naar Parijs terugkeerde, was dat een triomf en een risico tegelijk. Officieel bleef hij een omstreden figuur, maar het publiek ontving hem met enthousiasme. Hij woonde de opvoering bij van zijn tragedie Irène, werd in de Comédie-Française toegejuicht en beleefde nog eenmaal de roem waar hij zijn hele leven om had gevochten.
Kort daarna ging zijn gezondheid snel achteruit. Hij stierf op 30 mei 1778 in Parijs, 83 jaar oud. Omdat zijn verhouding tot de Kerk problematisch lag, verliep ook de begrafenis niet zonder moeilijkheden. Hij werd aanvankelijk buiten Parijs begraven, in de abdij van Scellières in Champagne.
Pas tijdens de Franse Revolutie kreeg zijn nagedachtenis een officieel nationaal karakter. In 1791 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar het Panthéon in Parijs. Dat was niet alleen een eerbetoon aan de schrijver, maar ook een politiek gebaar: Voltaire werd voorgesteld als een voorloper van de strijd tegen onverdraagzaamheid en willekeur.
Waarom Voltaire nog altijd een grote naam is
Voltaire dankt zijn plaats in de geschiedenis niet aan één boek of één idee. Hij was een schrijver met een zeldzame beweeglijkheid. Hij kon tragedies schrijven voor het toneel, een filosofisch sprookje als Candide, historische werken, pamfletten en duizenden brieven. Hij wist hoe macht werkte, maar ook hoe taal macht kon ondergraven.
Zijn betekenis ligt niet alleen in wat hij verdedigde, maar ook in de manier waarop hij schreef: helder, geestig, venijnig, soms onrechtvaardig, vaak trefzeker. Wie hem leest, ontmoet geen heilige van de Verlichting, maar een levendige, strijdlustige en tegenstrijdige figuur uit de achttiende eeuw. Juist daardoor blijft Voltaire meer dan een naam uit een handboek.
FAQ
Wanneer werd Voltaire geboren?
Voltaire werd als François-Marie Arouet geboren op 21 november 1694 in Parijs.
Wanneer overleed Voltaire?
Hij stierf op 30 mei 1778 in Parijs, op 83-jarige leeftijd.
Wat zijn de bekendste werken van Voltaire?
De bekendste werken van Voltaire zijn Candide (1759), Lettres philosophiques (1734), Traité sur la tolérance (1763) en het Dictionnaire philosophique (1764).
Waarom heet François-Marie Arouet Voltaire?
Hij nam rond 1718 het pseudoniem Voltaire aan. De precieze oorsprong van die naam is niet helemaal zeker.
Waar woonde Voltaire?
Hij leefde onder meer in Parijs, Engeland (1726-1729), Cirey, Berlijn en Potsdam (1750-1753), bij Genève en vanaf 1759 in Ferney.



