Op het Mediapark in Hilversum, vlak na een radio-interview, kwam op 6 mei 2002 abrupt een einde aan het leven van Pim Fortuyn. Zijn dood schokte Nederland diep, niet alleen door de moord zelf, maar ook omdat hij in enkele maanden tijd was uitgegroeid tot de opvallendste figuur in de nationale politiek. De man die daar werd neergeschoten, was meer dan een campagneleider of provocateur. Achter zijn publieke optreden ging een lange voorgeschiedenis schuil van studie, onderwijs, bestuur, schrijven en ideologische omzwervingen.
Wilhelmus Simon Petrus Fortuijn, die later de spelling Fortuyn gebruikte, werd geboren op 19 februari 1948 in Velsen. Hij groeide op in een rooms-katholiek gezin en dacht er in zijn jeugd zelfs over priester te worden. Van dat voornemen kwam niets terecht; het celibaat stond hem tegen. Dat vroege spanningsveld tussen traditie en persoonlijke overtuiging zou in zijn latere leven vaker terugkeren. Hij was openlijk homoseksueel, bleef zich tegelijk tot het katholicisme verhouden en ontwikkelde een sterk gevoel voor zijn eigen onafhankelijkheid.
Jeugd, studie en politieke vorming
Na zijn schooltijd behaalde hij in 1967 zijn HBS-diploma. In de jaren daarna kwam hij terecht in het Amsterdamse studentenmilieu, waar politieke discussies, maatschappelijke kritiek en ideologische keuzes een grote rol speelden. Zijn politieke ontwikkeling verliep allerminst rechtlijnig. Hij bewoog zich langs verschillende stromingen voordat hij bekend werd als felle criticus van de gevestigde politiek.
In deze periode was hij betrokken bij linkse en progressieve kringen. Een lidmaatschap van de CPN kwam er niet van; zijn toetreding werd geweigerd. Later sloot hij zich aan bij de PvdA, waarvan hij in de jaren zeventig lid werd. Dat verleden is van belang, omdat het laat zien dat zijn latere standpunten niet voortkwamen uit één vaste politieke traditie. Fortuyn was iemand die zich gaandeweg losmaakte van bestaande kaders en daar ook zichtbaar plezier in had.
Pim Fortuyn als docent en academicus
Voordat hij landelijke bekendheid kreeg, werkte hij jarenlang in het hoger onderwijs. Van 1970 tot 1972 was hij docent aan de Nederlandse Economische Hogeschool, het latere Nijenrode, in Breukelen. Daarna volgde een veel langere periode aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij van 1972 tot 1988 sociologie doceerde.
In 1980 promoveerde hij in Groningen in de sociale wetenschappen. Zijn proefschrift behandelde de Nederlandse sociaaleconomische politiek in de naoorlogse jaren, vooral de periode 1945-1949. Dat onderwerp paste goed bij zijn blijvende belangstelling voor bestuur, planning en de verhouding tussen staat en samenleving. Wie later alleen de polemist zag, vergat gemakkelijk dat Fortuyn ook een man van dossiers, analyses en beleidsvragen was.
Vanaf het midden van de jaren tachtig werkte hij bovendien parttime bij de Sociaal-Economische Raad. Ook daar hield hij zich bezig met de inrichting van bestuur en economie. Zijn latere politieke taal was vaak scherp en beeldend, maar rustte wel op een lange ervaring in instituties die hij later zo fel bekritiseerde.
Van bestuur naar het publieke debat
Eind jaren tachtig nam hij afscheid van de PvdA. Dat was meer dan een partijwissel; het markeerde een bredere verwijdering van de sociaaldemocratie en van het bestuurlijke compromisdenken waarmee hij Nederland steeds sterker vereenzelvigde. In dezelfde jaren verschoof zijn loopbaan richting bestuur, advieswerk en media.
Hij was betrokken bij de invoering van de OV-studentenkaart en verhuisde in 1990 naar Rotterdam, de stad waarmee zijn naam later nauw verbonden zou raken. Tussen 1990 en 1995 was hij bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, op de Albeda-leerstoel. Ook daar hield hij zich bezig met vraagstukken van arbeidsverhoudingen en overheidsbeleid.
Rotterdam bood hem meer dan een werkplek. De stad, met haar rauwere politieke toon en zichtbare sociale spanningen, sloot aan bij zijn stijl en thematiek. In de jaren negentig kreeg hij via columns, lezingen en radio een steeds groter publiek. Hij sprak niet als een afstandelijke wetenschapper, maar als iemand die het debat wilde openbreken.
Schrijver, polemist en criticus van het poldermodel
Ruim voor zijn entree in de landelijke politiek had Fortuyn zich al gevestigd als schrijver. In 1995 verscheen De verweesde samenleving, een boek waarin hij stelde dat Nederland zijn morele en bestuurlijke samenhang aan het verliezen was. Twee jaar later volgde Tegen de islamisering van onze cultuur, het boek waarmee zijn naam definitief verbonden raakte aan het debat over islam, immigratie en integratie.
Daarmee werd hij voor velen een symboolfiguur. Voor aanhangers benoemde hij problemen waar de politiek omheen draaide; voor tegenstanders verscherpte hij tegenstellingen en droeg hij bij aan een hardere toon in het publieke debat. Beide lezingen bestaan naast elkaar en zijn onmisbaar om zijn rol te begrijpen.
Ook de etiketten die hem werden opgeplakt, vragen nuance. Fortuyn werd geregeld extreemrechts genoemd, maar hij wees dat label zelf af en presenteerde zich nadrukkelijk als verdediger van onder meer vrouwenrechten, homorechten en vrijheid van meningsuiting. Tegelijk riepen zijn uitspraken over islam en migratie felle weerstand op, juist omdat critici daarin uitsluiting en stigmatisering zagen. Zijn positie laat zich daardoor niet eenvoudig in één vakje onderbrengen.
De stap naar de politiek
In de zomer van 2001 besloot hij zelf de politiek in te gaan. Dat was het moment waarop jaren van schrijven en optreden overgingen in directe machtsambitie. In november van dat jaar werd hij gekozen tot lijsttrekker van Leefbaar Nederland, een jonge partij die onvrede over bestuur en afstand tot de burger wilde vertalen naar electoraal succes.
Die samenwerking duurde kort. Na een interview in februari 2002, waarin hij opnieuw scherpe uitspraken deed over de islam en de Grondwet, werd hij als lijsttrekker aan de kant gezet. De breuk bleek geen einde, maar juist het begin van zijn grootste opmars. Op 14 februari 2002 richtte hij de Lijst Pim Fortuyn op, de LPF.
Dat gebeurde in een klimaat van groeiende onvrede over de paarse kabinetten, het vreemdelingenbeleid, de wachtlijsten in de zorg, de bureaucratie en het gevoel dat de politieke elite onvoldoende luisterde. Fortuyn wist die onvrede in een herkenbare vorm te gieten. Hij sprak direct, persoonlijk en met zichtbaar gevoel voor effect.
Rotterdam als springplank
De eerste grote test kwam bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam op 6 maart 2002. Leefbaar Rotterdam, waarvoor hij lijsttrekker was, werd daar de grootste partij. Dat was een politieke aardverschuiving. Voor het eerst in lange tijd verloor de PvdA haar vanzelfsprekende greep op de stad.
Die uitslag maakte duidelijk dat zijn aantrekkingskracht verder ging dan media-optredens en rumoer. Hij kon stemmen trekken, juist in een stad waar kwesties rond veiligheid, integratie en bestuur scherp werden gevoeld. Rotterdam werd zo de springplank naar het landelijke toneel.
Kort daarna verscheen De puinhopen van acht jaar Paars, het verkiezingsprogramma van de LPF. De titel was doelbewust frontaal. Fortuyn viel niet alleen afzonderlijke beleidskeuzes aan, maar het hele bestuursmodel van de voorafgaande jaren: technocratisch, zelfgenoegzaam en volgens hem vervreemd van de samenleving.
De moord op Pim Fortuyn
Op 6 mei 2002 werd hij na een radio-optreden in Hilversum neergeschoten. De dader was Volkert van der Graaf, een milieuactivist. Fortuyn overleed kort daarna aan zijn verwondingen. Zijn chauffeur, Hans Smolders, zette nog de achtervolging in.
De moord veroorzaakte een schok die moeilijk te overschatten is. Vaak wordt gezegd dat het de eerste politieke moord in Nederland was sinds de moord op de gebroeders De Witt in 1672. In elk geval werd zij breed ervaren als een historische breuk: politieke strijd, hoe fel ook, hoorde in Nederland niet met kogels te eindigen.
Over de context van zijn dood bestaan verschillende accenten. Sommigen benadrukken dat Fortuyn in het publieke debat was gedemoniseerd en dat het klimaat rond zijn persoon grimmig was geworden. Anderen waarschuwen ervoor om politieke verantwoordelijkheid te ver algemenen en wijzen erop dat de dader zijn eigen motieven had. Vast staat dat Van der Graaf verklaarde te hebben gehandeld uit de overtuiging dat Fortuyn een gevaar vormde voor kwetsbare groepen in de samenleving. Ook staat vast dat Fortuyn zelf eerder had gezegd bang te zijn voor een aanslag.
Verkiezingswinst na zijn dood
Slechts negen dagen na de moord, op 15 mei 2002, gingen de Tweede Kamerverkiezingen door. De LPF behaalde 26 zetels, een uitzonderlijk resultaat voor een partij die nog maar kort bestond. Daarmee werd zichtbaar hoe groot zijn politieke invloed in zeer korte tijd was geworden.
De partij trad later toe tot het kabinet-Balkenende I, maar zonder haar oprichter bleek zij intern instabiel. Dat snelle verval heeft soms het beeld versterkt dat alles om zijn persoon draaide. Daar zit veel in, al doet het niet af aan de bredere verschuiving die hij had blootgelegd. Thema’s als immigratie, integratie, bestuurlijke afstand en kritiek op de politieke elite verdwenen na zijn dood niet uit beeld; ze werden juist blijvende onderdelen van het Nederlandse debat.
Privéleven, begrafenis en nalatenschap
Naast zijn politieke profiel viel ook zijn persoonlijke verschijning op. Fortuyn cultiveerde stijl, sprak graag in aforismen en presenteerde zich met een mengeling van ironie, zelfbewustzijn en intellectuele bravoure. Dat maakte hem voor de een onweerstaanbaar, voor de ander irritant. Onverschillig liet hij zelden iemand.
Na zijn dood werd hij eerst begraven in Driehuis. Later, op 20 juli 2002, werd hij herbegraven in Provesano in Italië, waar hij een huis bezat. Ook dat past bij zijn levensverhaal: uitgesproken Nederlands in zijn politieke rol, maar nooit geheel binnen één decor te vangen.
De nalatenschap van Pim Fortuyn blijft onderwerp van discussie. Voor de een was hij de man die een verstard bestel openbrak en onderwerpen bespreekbaar maakte die te lang waren ontweken. Voor de ander gaf hij legitimiteit aan een harder en meer polariserend discours over islam en migratie. Beide perspectieven maken deel uit van zijn historische betekenis. Zeker is dat zijn opkomst en dood een kantelpunt markeren in de moderne Nederlandse politieke geschiedenis.
FAQ
Wanneer leefde Pim Fortuyn?
Hij werd geboren op 19 februari 1948 en overleed op 6 mei 2002.
Waar werd Pim Fortuyn geboren?
Hij werd geboren in Velsen.
Waarom werd Pim Fortuyn bekend?
Hij kreeg bekendheid als schrijver, columnist en criticus van het Nederlandse bestuur, en brak daarna in korte tijd door als politicus.
Wat was de LPF?
De Lijst Pim Fortuyn was de partij die hij op 14 februari 2002 oprichtte na zijn breuk met Leefbaar Nederland.
Wie vermoordde Pim Fortuyn?
Hij werd vermoord door Volkert van der Graaf op het Mediapark in Hilversum.


